Illegaal leert vooral dankjewel te zeggen

Rond de televisie staan twee kloeke leren banken waar de vulling van schuimrubber uit puilt. Aan een van de muren vormt een slinger van letters de woorden Welkom Thuis....

Van onze verslaggever

Hans Horsten

ROTTERDAM

De illegale Armeniërs hebben de afgelopen jaren vooral geleerd om dankjewel te zeggen. Tegen de dominee van de nabijgelegen kerk, die hen af en toe moed inspreekt en nooit met lege handen komt. Tegen de slager die hen voor een kilo gehakt vijf gulden rekent. Tegen hun contactpersoon bij de Pauluskerk, die maakte dat Golfi (8) op voetbal kon.

'Toen ik hem bij de club kwam inschrijven, vroeg de secretaris van de jeugdafdeling mij om legitimatie', vertelt zijn vader Waslan (40). ''Ben ik vergeten'', zei ik. ''Laat dan maar zitten'', antwoordde hij. Dat was toch wel even schrikken.'

Ook het woord sorry ligt hun inmiddels voor in de mond. Een leven op kousenvoeten verdraagt zich niet met assertief of uitbundig publiek vertoon. 'Wij kunnen geen grote mond opentrekken. Zelfs niet als we gelijk hebben. Dat valt op. We gaan ook niet te veel naar buiten, want we moeten altijd voorzichtig zijn. Ik loop nooit door rood. Is fout. Daar komt de politie op af', zegt Karun (38).

Karun en Channa (37) en hun zoons Argun (7) en Solfur (9) vluchtten in 1994 uit een van de Kaukasische republieken naar Nederland. In datzelfde jaar werd de andere familie - Waslan, zijn echtgenote Niana (35) en hun kinderen Golfi en Gandir (12) - door een mensensmokkelaar naar Nederland gebracht. Ook zij kwamen uit dit roerige grensgebied tussen Azië en Europa.

In hun land van herkomst behoren beide gezinnen tot de etnische Armeniërs. Zonder politieke scherpslijpers te zijn, worden ze volgens eigen zeggen in hun thuisland vervolgd en bedreigd. Niettemin kregen ze in Nederland geen asiel. Kort voor ze over de grens zouden worden gezet, doken ze onder in Rotterdam. Ze staan sindsdien bij de vreemdelingendienst te boekt als MOB: Met Onbekende Bestemming vertrokken. Jargon voor: van de aardbodem verdwenen.

De Pauluskerk, die al jaren als laatste schild voor illegale vluchtelingen fungeert, hielp hen aan onderdak. Per gezin krijgen ze van de kerk vijftig gulden per week voor eten en drinken. Channa en Niana beheren dit huishoudgeld en doen de boodschappen. Karun en Waslan scharrelen in de marge van de arbeidsmarkt om het schaarse inkomen aan te vullen. Straatverkoop, vrijwilligerswerk, klusjes, alles is welkom. 'We leven van gemiddeld honderd gulden per week', rekent Waslan voor.

Channa en Niana zijn inmiddels getruct in het versieren van voordeeltjes. De wetten van vraag en aanbod bevatten voor hen geen geheimen meer. 'We gaan vlak voor sluitingstijd naar de supermarkt. Dan gaan veel spullen in de aanbieding. Ook wachten we met naar de weekmarkt gaan tot ze kramen opbreken. Vooral groentenhandelaren zakken dan met de prijs', aldus Niana.

Dankzij de Pauluskerk zijn de twee families verzekerd van medische hulp. Ze bezoeken er de huisarts die daar elke week spreekuur houdt. Moeilijker wordt het als het om een specialist gaat. Toch hebben ze tot nu toe, als het nodig was, via de kerk telkens een ziekenhuis in Rotterdam kunnen vinden waar geen lastige vragen over hun achtergrond werden gesteld.

Waslan weet dat de Nederlandse regering deze weg voor illegalen wil gaan afsnijden. Hoe dan verder? 'We zien wel', zegt hij lakoniek. 'Moeilijker dan nu kan het voor ons toch niet worden.'

Waar ze met hun kinderen voor elk wissewasje naar de dokter gaan, zijn ze op hun eigen lichaam minder kieskeurig. Karun moet hoognodig zijn gebit laten onderzoeken. De klachten stapelen zich op. 'Komt wel goed', zegt hij sussend en opent zijn mond om een inkijkje te geven. Actuele stand van zaken: meer dan tien rotte tanden.

Als de kinderen naar de basisschool zijn, stappen hun ouders in de dagelijkse tredmolen van zitten, slapen, liggen en eten. Steeds vaker komt het voor dat de rek er uit is. 'Dan schreeuw ik tegen man en kinderen', zegt Channa.

Niana knikt. 'De muren komen op mij af. Zo heet dat toch in het Nederlands?'

Desondanks doen ze nog altijd geen afstand van hun dromen. Er loopt een nieuwe procedure voor een verblijfsvergunning, ditmaal op medisch-humanitaire gronden. Als het beloofde land hen toelaat, wil Niana weer als lerares aan de slag. Waslan: 'Ik heb een opleiding voor monteur. De eerste dag dat we hier legaal zijn, huur ik een mooie auto. Het is vier jaar geleden dat ik voor het laatst achter het stuur zat.'

Bij het afscheid gaat Karun even in op de vraag waarop hij in de uren daarvoor telkens een ontwijkend antwoord gaf. Of hij zijn thuisland nooit eens mist in die gevangenis zonder tralies op een bovenverdieping in Rotterdam. 'Wat is heimwee als de angst om teruggestuurd te worden groter is?'

De in dit verhaal gebruikte namen zijn omwille van de privacy gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden