Ikea bestaat niet in Iran. Ikia wel

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Hij bericht op deze plek meestal over het dagelijks leven in zijn land.

Thomas Erdbrink
Het huis móét ook wel gezellig zijn want in Iran zit je nu eenmaal veel thuis. Beeld Newsha Tavakolian /Magnum
Het huis móét ook wel gezellig zijn want in Iran zit je nu eenmaal veel thuis.Beeld Newsha Tavakolian /Magnum

Wij hebben een mooi huis, al zeg ik het zelf. Het is een appartement. Op de twaalfde verdieping. Vanuit ons raam kunnen we de smog goed zien. Als het soms mooi weer is, hebben we uitzicht over Teheran. Toen we gingen trouwen, zei Newsha: ik wil daar wonen. En ze wees naar een soort banlieu-achtig complex van grijs beton. 'Geloof me, er is geen betere, betaalbaarder plek dan daar', was haar overtuigende antwoord.

Destijds dacht ik dat ik nog wat te zeggen had over dat soort dingen. Mannen vinden zichzelf stiekem toch vaak experts in alles. Terwijl van huizen, inrichten, het kiezen van stofjes en meubels en andere zaken, de meesten van ons eigenlijk niets afweten.

In mijn studententijd kochten mijn huisgenoot Jan Dirk en ik ooit een enorme grijze bank, die nog het meest leek op een samensmelting van drie autostoelen. Alles hoog en groot. 'Het lijkt wel alsof-ie uit een ruimteschip komt', zeiden we enthousiast tegen elkaar als we met een bord Chicken Tonight voor de tv zaten. Die tv, zo'n ouderwetse bak, hadden we aan de muur opgehangen, met de speakers en wat videocassettes van Bassie en Adriaan ernaast. Bij een inventarisverkoop van een Chinees restaurant kochten we een gefiguurzaagde houten draak, geheel goud gespoten. Die spijkerden we aan de muur. Wat mooi! Onze vrienden vonden het ook allemaal vet gaaf.

Met mijn man cave-mentaliteit in mijn achterhoofd, probeerden Newsha en ik in Teheran een huis te zoeken en in te richten. De banlieuflat, dat was helemaal niets, zei ik stellig. Nee, we gaan op zoek naar een villa. 'Ga je gang', zei Newsha.

Twee weken later trokken we in de banlieuflat. Ik had allerlei gipspaleizen en opgelapte villa's gezien. Ik kon ze of niet betalen of ze waren zelfs naar mijn smaak ronduit lelijk. Nadat ik mijn nederlaag had toegegeven, huurden we een appartement in de flat. Hoewel alles roze geverfd bleek - de muren, het plafond en zelfs de kasten - tekenden we het huurcontract. 'Dat verven we wel', zei Newsha.

Zowel Newsha als ik hadden geen meubels, al had ik Iran Air ooit zo gek gekregen mijn matras uit Nederland mee te nemen. Ik zie 'm nog via de bagageband verdwijnen, opgerold met touwen. Om te beginnen hadden we stoelen nodig, en een tafel.

Al snel begreep ik dat er in dit huis geen gouden draak aan de muur zou worden geduld.

Naar IKEA dan maar? De Zweedse meubelgigant is overal, maar niet in Teheran. Maar zoals bij alles in Iran, wat er niet is, is er toch. In het winkelcentrum om te hoek troffen we een 'IKIA', een winkeltje met gesmokkelde Billy-boekenkasten en Laugg-salontafeltjes - alles drie keer zo duur natuurlijk. IKEA in Iran is wat kaviaar is in Nederland: duur en zeldzaam.

Ik stelde voor om tweedehandsspulletjes te kopen, maar dat kon niet: dan zou de familie denken dat ik een armoedzaaier was, zei Newsha. Uiteindelijk kochten we alles bij een Armeen, Alfred, die nu nog steeds een goedlopende zaak heeft met zelfgemaakte meubels.

Jarenlang kochten we in Nederland geurkaarsen, kandelaars en dekbedovertrekken, die in overvolle koffers mee naar Iran werden genomen. Hoogtepunt waren de grote lampenkappen met cementen voet. De kappen pasten niet in de koffer en dus hebben we vijf uur met ze op schoot gezeten. Bij de douane heb ik er een op mijn hoofd gezet.

Tegenwoordig laat ik Newsha alles kiezen; het is wellicht ouderwets, maar soms moet je gewoon je zwakke punten erkennen. Een nieuwe boekenkast? Newsha vindt een Iraanse designer die er zó een maakt. Een nieuw bed? In een schuurtje vindt ze een antiek bed uit India.

Het huis móét ook wel gezellig zijn, want in Iran zit je nu eenmaal veel thuis. Buiten, op straat, daar heerst de staat. In restaurants moeten vrouwen hun hoofddoek ophouden en het verkeer is sowieso een hel. Dat leidt niet tot eenzaam cocoonen, nee, het huis moet ook mooi zijn omdat er de hele tijd bezoek komt. Dan komen er weer mensen eten, of bellen vrienden aan die zich vervelen. Mijn schoonvader wipt vaak even langs om te kijken of er nog wat lekkers in de koelkast ligt.

Pais en vree dus in huize Tavakolian-Erdbrink? Nee. Want al zijn de rollen op inrichtingsgebied volledig bepaald, er is een groot conflict in ons huishouden. Dat draait om onze zwarte televisie. 'Megalelijk', vindt Newsha. 'Noodzaak', zeg ik. Tot nu toe heb ik gewonnen. Maar als er gasten zijn, moet ik altijd de televisie in mijn kamer zetten (naast de lelijke, weinig gebruikte gewichtsheffersset). Dan kopen we bloemen en zetten die in een vaas op het tv-meubel.

Soms verlang ik terug naar mijn dagen in mijn man cave.

Twitter: @thomaserdbrink

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden