'Ik zweer het, hij is onschuldig!'

Rebellengroepen maken de dienst uit in de bevrijde Syrische stad Aleppo. Willekeur is de norm, niet recht en orde. Een rechter staat slachtoffers bij. Maar wie speelt de rol van politieagent?

ALEPPO - De oude vrouw stapt huilend het kantoor van rechter Abu Ibrahim binnen, twee dochters in haar kielzog. Haar zoon is een paar dagen eerder opgepakt door een van de vele rebellenbrigades die in bevrijd Aleppo de scepter zwaaien. Zij denken dat hij werkt voor de shabiha, de gehate paramilitairen van Assad.


'Het is niet waar', snikt de vrouw. 'Ik zweer het op de Koran. Kunt u hem vrij krijgen? Hij wordt vast vreselijk gemarteld, alstublieft, ik zweer het, hij is onschuldig, het is een goede jongen.'


Tijdens haar smeekbede glijdt Abu Ibrahims oog over haar dossier, zojuist binnengebracht door een medewerker. De medewerker, een van de vijftig die de voormalige rechter van het plaatselijke hof van cassatie bijstaan, komt net van de bewuste brigade. Morgen zullen ze de gevangene overdragen, hebben ze beloofd. Maar garanties zijn er niet.


'Misschien komt hij inderdaad morgen hierheen, misschien overmorgen of later', zegt Abu Ibrahim. Hij zucht en kijkt op vanachter zijn leesbril. 'In tijden van oorlog heeft de gerechtigheid het lastig.'


In Ansari, een westelijke wijk van Aleppo, heeft Abu Ibrahim met een groep bevriende juristen de Verenigde Juridische Raad gevormd. Ze proberen een burgerlijk rechtssysteem op te zetten. Weg van de frontlinies proberen de inwoners van Aleppo zo goed en zo kwaad als het gaat verder te gaan met hun leven en de nieuwe rechtbank is een welkome arbiter bij scheidingen en huwelijk. De juristen hebben zelfs al een aantal diefstallen behandeld - de meeste daders zijn gezien de omstandigheden vergeven nadat ze het gestolen goed teruggaven.


Maar wanneer het er echt op aan komt, staan Abu Ibrahim en zijn collega's met hun mond vol tanden. Met de intocht van rebellen in Aleppo verdween het regime uit delen van de stad en daarmee iedere vorm van orde en gezag. De rebellenbrigades die nu de scepter zwaaien hebben elk hun eigen regels en wetten - of een gebrek daaraan. Dat is de belangrijkste reden voor het bestaan van Abu Ibrahims rechtbank en tegelijk het grootste obstakel voor zijn functioneren.


Een aantal brigades ondersteunt de rechtbank, maar zelfs zij leveren hun eigen strijders niet uit als die worden verdacht van een misdaad. Veel strijdgroepen hebben hun eigen rechtbank opgezet en Abu Ibrahim vertelt met een vies gezicht dat daar geen enkele echte rechter bij betrokken is. 'We moeten de wet toepassen', zegt hij keer op keer. 'Wij, de juristen van Aleppo, zijn de enigen die dat kunnen doen.'


Een extra probleem vormen radicale islamistische strijders, legt een jurist uit (hij wil niet dat zijn naam wordt genoemd). Volgens hem zijn radicaal-islamitische strijders klein in aantal maar neemt hun kracht toe. 'Zij hebben niets op met wereldlijke rechtspraak en runnen hun eigen islamitische rechtbanken', zegt hij. Met de zijkant van zijn rechterhand slaat hij op zijn linkerpols: 'Zij willen hun eigen extremistische vorm van sharia invoeren.'


De Verenigde Juridische Raad heeft maar één serieuze zaak in behandeling waarbij een FSA-strijder betrokken is. En die lijkt een onfortuinlijk eerste proefkonijn in Abu Ibrahims juridische project. De man wordt ervan verdacht een ongewapend lid van de pro-Assad militie te hebben doodgeschoten. Zijn commandant is bevriend met Abu Ibrahim en dus zit hij al vijf dagen in de reusachtige kelder onder het gebouw - een advocaat heeft hij nog niet gezien. 'Komt er zo snel mogelijk aan,' zegt Abu Ibrahim. 'Dit is een nieuw project. We hebben nog een hoop werk te doen.'


De oorlog mag dan nog in volle gang zijn, volgens de juristen in de Verenigde Juridische Raad wordt het hoog tijd om naar de toekomst te kijken. Aleppo heeft een civiele infrastructuur nodig, zeggen zij, onder politiek bestuur en daarin is een functionerend rechtssysteem cruciaal.


Volgens Abu Ibrahim is de eerste stap op weg naar herstel van orde en gezag een neutrale politiemacht. Die moet worden geselecteerd uit de brigades, eventueel aangevuld met voormalige politiemensen. De politie moet echter niet onder bevel van de rebellen komen. Hij wil een 'rechtbankpolitie', maar dat kost geld. 'Ze moeten uniformen, wagens, wapens en salarissen hebben. Veel steun van de internationale gemeenschap gaat nu naar strijders, niet naar burgers.'


Zo blijft justitie in Aleppo overgeleverd aan de grillen van de rebellenbrigades.


De volgende dag zitten de twee zussen van de man die ervan wordt verdacht een shabih, een Assad-strijder, te zijn wederom in de gang te wachten. Volgens een van hen, Sahad, is de arrestatie van haar broer het resultaat van een vete met de buren, die de brigade hebben verteld dat hij bij een pro-Assad-militie hoort. De twee families liggen al jaren met elkaar overhoop nadat Sahad een verlovingsaanzoek van de buurjongen afsloeg.


De twee vrouwen hebben voorzichtig vertrouwen in de nieuwe rechtbank, zeggen ze. Abu Ibrahim heeft hun broer snel gevonden en doet duidelijk zijn best. Maar ondertussen is hij nog altijd niet in staat om de man uit handen van de brigade te krijgen.'En als dat ze al niet lukt', zegt Sahad. 'Wat heeft deze rechtbank dan voor zin?'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden