'Ik zou mensen willen bekeren'

Emile Brugman huist op een aangenaam rommelige bovenverdieping aan een Amsterdamse gracht. Tussen zijn boeken, lijkt de uitgever alle tijd van de wereld te hebben....

HET WAS herrie, vorig jaar, flinke herrie in het boekenvak. Tilly Hermans, uitgeefster bij Meulenhoff, had er schoon genoeg van dagelijks door Mai Spijkers van het PCM-concern gekapitteld te worden en vertrok met een groot deel van haar in Nederland wereldberoemde auteurs naar Atlas. Tegelijkertijd kondigde Eva Cossée, die al eerder afscheid genomen had van het concern Bosch & Keuning in Baarn, de komst van haar nieuwe uitgeverij aan, waarin behalve haar man Christoph Buchwald, wereldberoemd in Duitsland en tegenwoordig directeur van het politiek-culturele centrum De Balie in Amsterdam, ook Wil Hansen van Meulenhoff zou participeren.

Er laaide een discussie op, in de kranten, op de radio, op de televisie en op de bekende publieke podia, waarin de vraag werd opgeworpen of er überhaupt bij concerns als Bosch & Keuning, inmiddels Veen Bosch & Keuning - want die dingen houden maar niet op uit te dijen - en PCM, eigenaar van talloze uitgeverijen en bijna alle landelijke kranten, nog wel literatuur uitgegeven kon worden.

Want let wel, het ging niet zozeer om boeken in het algemeen, die voor 90 procent al of niet nuttig bedrukt papier zijn, als wel om waardevolle, unieke boeken, boeken die er zonder de creativiteit van die ene auteur en de zorgvuldige begeleiding van die ene redacteur niet zouden zijn.

Vaak viel de naam Emile Brugman.

Hij is een uitgever die met zijn bedrijf Atlas weliswaar deel uitmaakt van Veen Bosch & Keuning, maar zich, wist de goegemeente, niets gelegen laat liggen aan welk soort commerciële dwang tot verdergaande verloedering van het vaderlandse boekenbestand dan ook. Hij is ook de man die Tilly Hermans als steun en toeverlaat koos, toen ze het bij PCM niet meer zag zitten. Dankzij Brugman kon ze bij Veen Bosch & Keuning haar eigen bedrijf Augustus opzetten.

Wie is Emile Brugman? Een fors gebouwde, vriendelijke man, die op een aangenaam rommelige bovenverdieping aan de Herengracht in Amsterdam huist. Je bereikt hem met een liftje dat zelfs in de negentiende eeuw te traag zou zijn bevonden.

Wellicht is het ding bedoeld om de al te grote haast van tegenwoordig buiten de deur te houden. Tussen zijn boeken lijkt Brugman alle tijd te hebben. Hier werkt hij - samen met Ellen Schalker en anderen - aan de boeken voor zijn Atlas-fonds, die gezien mogen worden.

Dat vindt hij niet alleen zelf, dat vinden ook anderen, want ga maar na: vorig jaar, in het jaar dat zijn bedrijf tien jaar bestond, viel hem een reeks indrukwekkende prijzen in de schoot: de Nobelprijs voor Literatuur voor V.S. Naipaul, de Booker Prize voor de Australiër Peter Carey, de AKO-prijs voor Jeroen Brouwers, de Prix Goncourt voor Jean-Christophe Rufin en de Staatsprijs voor Poëzie (voor de Vlaming Dirk van Bastelaere).

'Het is niet te veel gezegd', merk ik op, als ik tegenover hem zit, 'dat je in je tiende jaar flink bent gaan oogsten. Maar laten we wel wezen, al die eer, al die prijzen zijn mooi, maar minstens zo belangijk is ook dat je geld verdient.'

'Ook in dat opzicht', zegt hij welgemoed, 'hebben we niet te klagen. Behalve Geert Mak, van wie we ongelooflijk veel boeken blijven verkopen, hebben we nog wel een paar andere successen. We halen winstmarges die extreem zijn, al een aantal jaren.'

'Zo bezien, zou je net zo goed een eigen bedrijf kunnen hebben.'

'Zonder meer.'

'Maar had je ook zelfstandig kunnen beginnen?'

'Achteraf gezien wel, maar toen ik met schrijvers als Kristien Hemmerechts, Jan Brokken en Geert van Istendael bij De Arbeiderspers vertrok, omdat ik het er niet mee eens was dat Pieter de Jong van de Weekbladpers Ronald Dietz als opvolger van Theo Sontrop wilde, besloot ik weloverwogen een bedrijf bij een concern op te zetten. Als het mis zou gaan, dacht ik toen, waren in elk geval m'n auteurs beschermd.'

'Dat was voor het eerst dat we, in Nederland, zagen hoe sterk de band tussen een redacteur en z'n auteurs soms is.'

'Toen werd dat voor de buitenwereld duidelijk. Insiders wisten het natuurlijk al langer. Het speelde een rol bij het contact met buitenlandse literaire agenten. Ook die weten dat de redacteur vaak belangrijker is dan de uitgever. De meesten, die vaak ook mijn vrienden waren, gingen met mij in zee. Zo kreeg ik Naipaul, eerst alleen z'n nieuwste boek, later het hele oeuvre.'

'Ben je daar, zakelijk gezien, nu wel zo blij mee? Naipaul, hoor ik altijd, wordt in Nederland niet veel verkocht. Hoe zou dat toch komen, bij zo'n auteur?'

'Uitgevers hebben daar een verklaring voor. Zij zeggen, Nederlanders lezen die boeken in het Engels. Ik weet niet of dat gebeurt, want Nederlanders zijn ongehoorde snobs, ze zéggen dat ze Engels lezen, maar vaak vraag je je af of ze dat wel kunnen en ze niet alleen de Engelse editie kópen. Maar goed, ik zat een keer met Naipaul te praten, toen hij mij vroeg waarom er van zijn boeken maar zo weinig, zeg maar zo'n vijftienhonderd exemplaren, in Nederland verkocht werden. Ze kopen de Engelse editie, zei ik. Dan weet ik het goed gemaakt, zei Naipaul, dan brengen we mijn volgende boek eerst in het Nederlands uit.

'Dat gebeurde. Hij stuurde me om de zoveel tijd een hoofdstuk, ik liet het vertalen, en toen het boek klaar was, was er vrijwel meteen de Nederlandse editie, een jaar voordat het boek, het tweede over zijn grote islam-reis, in Engeland uitkwam. We verkochten vijftienduizend exemplaren.'

'Stond je, tien jaar geleden, een bepaald fonds voor ogen?'

'Niet zo bewust. Van het begin af wilde ik in elk geval een heel breed fonds, er moest van alles inzitten. Ik ging ervan uit dat zo'n fonds vanzelf mijn smaak zou weerspiegelen. Dat kan niet anders in een uitgeverij die niet alleen maar commercieel is. Ik wilde in elk geval een paar bijzondere dingen doen, zoals toen ik nog bij de AP zat, samen met Theo Sontrop, een stuk of zes boeken van Machado de Assis, een geweldige schrijver.'

'Wat is je leidraad bij je keuzen?'

'Mijn eigen smaak.'

'Dan moet je je te pletter lezen.'

'Ik lees alles, en ik ga alleen op m'n eigen oordeel af, al vertrouw ik zeer op het oordeel van Ellen, en zijn er nog een paar mensen die me steunen.'

'Het klinkt voor een concernuitgever, die meestal niet eens meer weet hoe een boek eruitziet, laat staan dat-ie weet hoe het ruikt, tamelijk ouderwets. Denk je dat er een relatie is tussen jouw merkwaardige negentiende-eeuwse instelling en je (commerciële) succes?'

'Ik denk dat een zekere mate van eigenzinnigheid daarmee te maken heeft. Dat helpt. Laat ik het zo zeggen: als je gaat denken, dat zullen de mensen wel lezen, als je bij wijze van spreken bestsellers gaat kopen en je niet je eigen smaak volgt, gaat het zeker mis. Dat is een beetje een bewijs uit het ongerijmde, maar ik geloof op grond van de praktijk dat het zo werkt. Ik geloof niet in het cynische uitgeven van tegenwoordig.'

'Loop je niet ook het risico dat je al te mooie boeken gaat uitgeven, boeken die jij geweldig vindt, maar verder niemand?'

'Ik denk dat m'n zakelijkheid me daartegen beschermt. Ik zie heus wel dat ik mijn grote liefhebberij, die prachtige negentiende-eeuwse natuurhistorische reisverhalen, ik zou de hele Darwin wel willen uitgeven, vooral voor mezelf moet houden.'

'Je hebt iets met reizen?'

'Ik heb iets met reizen, ja. Ik heb heel veel gereisd. Ik heb wel twee keer de hele wereld rondgelift. Ik zocht lang het avontuur, denk ik. Jarenlang wisselde ik het reizen af met een baan bij Penguin, totdat ik definitief in de boeken ging, maar reizen doe ik nog steeds, het liefst per vrachtboot over de wereldzeeën.'

'Kun je met zo'n instelling wel bij zo'n concern werken?'

'Ik denk dat Atlas het bewijs is dat het kan. Ik heb wel het voordeel dat ik ongelooflijk eigenwijs ben. Ik heb niet de neiging me iets van het management aan te trekken. In het begin is wel geprobeerd me te sturen, maar daar kwamen ze snel van terug. Ik doe wat ik wil. Succes helpt dan vanzelf wel, uiteraard.'

'En je bent niet bang dat ze je op een bepaald moment opdragen om binnen het grote geheel alleen nog maar één soort boeken uit te geven.'

'Nee, nee, ten eerste zijn ze hier niet, die portfolio-managers die jij bedoelt, en ten tweede weten ze dat ik in zo'n geval vertrek. Ik zeg altijd: mensen die enig talent hebben en het goed doen, moet je met rust laten.'

'Toch kan er, zolang die bedrijven aan de top voortdurend in beweging zijn, voor jou elk moment iets ingrijpend veranderen.'

'Ik denk dat iemand die hier nu zou willen ingrijpen, volslagen krankzinnig is. Want wat is de kracht van Atlas? Dat Ellen en ik zo'n goeie band met onze auteurs hebben. Wat is de kracht van Tilly Hermans? Dat ze zo'n goeie band met haar auteurs heeft. Je moet wel van God los zijn, als je dat gaat veranderen.'

'Niemand moet tussen jou en je schrijvers gaan staan.'

'Nee, want daar draait het om. Je schrijvers zijn je bedrijf. Je wilt ze een boterham laten verdienen, maar je hebt ook een band met ze, persoonlijk en zakelijk. Je wilt ze helpen een zo goed mogelijk boek te publiceren, je begeleidt ze, je redigeert ze, je draagt eraan bij, hoop je, dat wat ze geschreven hebben, nóg beter wordt, je Nederlandse auteurs, want bij de buitenlandse heb je alleen met de vertaling te maken. Het belangrijkste werk voor een Nederlandse uitgever zit 'm in zijn Nederlandse schrijvers, die zijn, zeg ik maar, het meest ''arbeidsintensief''. Het klinkt misschien ouderwets, maar om hen gaat het.'

'Want met hen schep je mede de Nederlandse literatuur.'

'Met hen schep je mede de Nederlandse literatuur door alle voorwaarden te creëren waardoor zij kunnen schrijven.'

'Dat klinkt niet alleen heel ouderwets, maar ook nogal idealistisch.'

'Nou ja, ik heb nu eenmaal iets van een schoolmeester of een zendeling in me. Ik zou mensen willen bekeren tot mooie boeken.

'Ik vind dat die er moeten zijn. Toen ik merkte dat er niets meer te krijgen was van Italo Calvino, van Max Frisch, van William Faulkner, en nog zo'n paar groten, dacht ik, dat kan toch niet, daar moet iets aan gedaan worden. Daarom ben ik met zo'n reeks als De Twintigste Eeuw begonnen.

'Sommige boeken moeten er in een zichzelf respecterende leescultuur nu eenmaal zijn. Altijd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden