'Ik zou kinderen graag een haltertje laten tillen'

'Slechts' twee tot drie procent van alle plasjes levert in zijn sport een positief resultaat op en dat zijn geen wereldschokkende cijfers, zegt de kersverse voorzitter van de Nederlandse Olympische Gewichthefbond (NOGB)....

Bruijnen (38) heeft de laatste tijd wel meer met 'secundaire zaken' te maken. De Amsterdamse bewegingswetenschapper werd onlangs gekozen tot voorzitter van de NOGB, maar zonder slag of stoot ging dat niet. Bruijnen verdreef Anneke van Kan, die in mei was gekozen.

Die verkiezing verliep, volgens insiders, niet geheel kosjer. Bruijnen: 'De stemming was niet rechtsgeldig.' Niet alle stemmen bleken in mei te zijn geteld. Tijdens een buitengewone bondsvergadering volgde onlangs een nieuwe verkiezing. Ditmaal werd waarnemend voorzitter Bruijnen wél gekozen en moest Van Kan het veld ruimen.

Daarmee is de rust niet weergekeerd. Voormalig judoka, voetballer en powerlifter Bruijnen dient nog af te rekenen met andere 'soap-elementen' in de bond.

Het aantal dopinggevallen binnen de gewichthefferij mag statistisch gezien niet spectaculair zijn, de NOGB heeft wél een bondscoach in dienst die onlangs positief werd verklaard. Bovendien hangt ook rond de assistent-bondscoach een sterke geur van dope-gebruik.

Bondscoach van de NOGB is Yoto Yotov, tweevoudig olympisch medaillewinnaar. Met zijn vaderland is de Bulgaar gebrouilleerd geraakt, hij stoot en trekt tegenwoordig voor Kroatië. Tijdens de Middellandse Zee Spelen werd hij door de Internationale Gewichthef Federatie (IWF) betrapt.

Yotov, parttime Nederlands bondscoach, ontkent gebruik, hem zou door de IWF een 'kunstje geflikt' zijn. Bij het recente WK was Yotov nog als coach actief, hij begeleidde gewichthefster Teresa van der Stoep.

Bij datzelfde evenement in het Turkse Antalya was ook Dionisio Rozalina als assistent-coach in de hal. De Nederlandse gewichtheffer/coach werd twee jaar geleden betrapt op het gebruik van doping. Hij werd voor twee jaar geschorst. Die periode is voorbij, maar er zijn hardnekkige geruchten dat hij onlangs opnieuw positief testte.

Als dat laatste waar is - Bruijnen wil het bericht bevestigen noch ontkennen - dan hangt Rozalina een levenslange schorsing boven het hoofd. Bijzonder is dat de IWF, die een strikt dope-beleid voert (zelfs hele landen worden zonodig geschorst), Yotov en Rozalina overigens wel accrediteerde tijdens dat laatste WK.

Dat is des te meer opmerkelijk omdat de acties van de gewichtheffers door het IOC met argusogen worden gevolgd. De vele negatieve verhalen over dopinggebruik (ook in Sydney was er een hoop tumult rond de krachtpatsers) is het olympisch comité een doorn in het oog. Nog een flinke faux pas en het gewichtheffen, een van de oudste olympische sporten, zou wel eens van de agenda kunnen worden gehaald.

Voor dat laatste is Bruijnen ook bevreesd. 'Toch doet de IWF er alles aan om doping te bestrijden. Tweederde van het totale budget van 200 duizend dollar geld gaat op aan de kosten van dopingcontroles. Er is geen enkele federatie die zo'n hoog percentage van het budget aan die post besteed.'

Binnen zijn eigen gelederen wil Bruijnen ook schoon schip maken. Hij wenst voorzitter te zijn van een transparante organisatie, waar gezondheidstesten en dopingbestrijding hoog in het vaandel staan.

Deze week komt het nieuwe NOGB-bestuur bijeen. Wat Bruijnen betreft verdwijnen Rozalina en Yotov (met wie hij nimmer goed kon communiceren) als bondscoaches. Bruijnen pleit voor terugkeer van Hasan Haydari, de Haagse Iraniër.

Bruijnen, die vol plannen zit om zijn sport te promoten, ziet voorlopig geen internationale toppers in Nederland opstaan. 'Het is een sport waar je flink in moet investeren, tot wel twaalf trainingssessies per week.'

Er zijn, volgens Bruijnen, enkele asielzoekers die aardig stoten, maar de basis waaruit geput kan worden blijft in Nederland te klein. Het gewichtheffen is, met tweehonderd wedstrijdsporters, niet langer een populaire sport.

Bruijnen, die volgend voorjaar de 'Internationale Krachtsport Spelen' in Amsterdam organiseert: 'Ik mag graag wijzen op het Griekse model. Er zijn in Griekenland 20 duizend gewichtheffers. Ze hebben honderd goede regionale centra, dubbele nationale selecties. Bij elke Olympische Spelen scoren ze goed.'

Graag zou Bruijnen de Nederlandse schooljeugd kennis laten maken met het gewichtheffen. 'Ik zou kinderen, net als bij schoolatletiek, graag een haltertje laten tillen. Zo zou je talenten kunnen ontdekken.'

Vooralsnog is het nog niet zover. Negentien Nederlandse gewichtheffers waren ooit - tussen 1920 en 1968 - tijdens de Spelen actief. Bram Charité (1948), Jan Verheijen (1928) en August Scheffer (1928) wonnen zelfs medailles.

Piet van der Kruk, thans directeur van dopinginstituut NeCeDo, was de laatste Nederlander die op olympisch niveau het trekken en stoten beoefende. Dat was in 1968.

Bruijnen: 'Van der Kruk zal voorlopig wel even de laatste blijven. Athene 2004 komt misschien te vroeg. Maar we hebben enkele talenten, waaronder Karen Avetisian, die 2008 zouden kunnen halen. Maar dan moet alles wel meezitten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden