Ik zit vast, gelukkig heb ik mijn tweets gewist

Reportage Oorlogsgebied

Onderweg naar de plek waar de brokstukken van de MH17 neerkwamen, stuit de correspondent van de Volkskrant op weerbarstige rebellen.

SLAVJANSK/DONETSK - Bij het buitenrijden van Slavjansk slaat Ivan Ivanovitsj snel een kruisteken. Is hij bang? Ja, hij is bang. De 35-jarige taxichauffeur heeft met zijn bestelbusje enkele buitenlandse journalisten afgezet in het door het Oekraïense leger bevrijde Slavjansk en nu moet hij terug naar zijn woonplaats Donetsk, het bolwerk van de pro-Russische rebellen. Mag ik meerijden? Ja, dat mag. Duizend grivna vraagt hij, omgerekend zestig euro.


Dat valt mee.


Het blijft een gevaarlijke onderneming natuurlijk, zeker nu het Oekraïense leger in de regio een groot offensief is begonnen. De snelweg tussen Slavjansk en Donetsk is zondag gebombardeerd. Maar keuze heeft hij niet. Hij moet zijn vrouw en zoontje onderhouden en veel valt er als taxichauffeur niet meer te verdienen sinds de rebellen in zijn stad aan de macht zijn.


Tegen zeven uur zijn we in Donetsk, zegt hij. Dat moet ook, want wie wil er nu in het donker door oorlogsgebied rijden. Ivan perst er alles uit. Tegen bijna 120 km/uur gaat het richting Donetsk. Hij kent de weg natuurlijk. Het is al de derde keer dat hij heen en weer rijdt.


Alleen in het niemandsland tussen Konstantinovka en Makeevka moet Ivan even een omweg maken. De spoorwegbrug over de snelweg is gebombardeerd door de Oekraïense luchtmacht. Hij ligt er ingeklapt bij. De doorgang wordt versperd door enkele naar beneden gedonderde goederenwagons.


In de verte stijgen vier grote rookpluimen op. Dat is Horlivka, vertelt Ivan, de stad die van verschillende kanten wordt belegerd door het oprukkende Oekraïense leger. Dat probeert een wig te drijven tussen Donetsk en Loegansk, dat andere bolwerk van de rebellen.


Maar dan gaat het plots fout. Bij de oprit van de autosnelweg in de buurt van Donetsk wordt de vrachtwagen die voor ons rijdt onder vuur genomen. Een van zijn banden klapt open. 'Een scherpschutter!', roept Ivan en hij maakt snel rechtsomkeer. Opgelucht belt hij naar een vriend. Moet je horen, wat ik nu heb meegemaakt.

Controlepost

Bij Makiivka, een voorstad van Donetsk, komen we dan eindelijk aan bij een controlepost van het rebellenleger. 'Hier spreekt men Russisch', staat op de betonblokken. Ivan is er niet gerust op. Hij heeft het niet begrepen op de rebellen en al zeker niet op de Russische commando's die er het hoge woord voeren. Er zitten veel drugsgebruikers bij, vertelt hij, en ze drinken. 'Als ze je wat vragen, vertel dan niet dat je uit Slavjansk komt.'


Maar dat hoeft niet. Alleen de papieren van Ivan worden gecontroleerd. We rijden Makiivka binnen, een stadje zoals alle steden in het Donbekken, met een Leninstandbeeld en een monument voor het Rode Leger. Er zijn weinig mensen op straat, maar dat kan ook aan het zwoele zomerweer liggen.


Het gevaarlijke deel van de rit ligt achter de rug en Ivan vindt dat ik maar beter met een andere taxi naar het centrum kan. Het maakt me weinig uit. Ook bij de twee volgende controleposten wordt niet gecontroleerd. Nog eentje en dan zijn we er, vertelt de chauffeur. Hij steekt zijn duim op.


Dat had hij beter niet gedaan. Bij de rotonde wil een van de rebellen, een nors kijkende dertiger, mijn papieren zien. 'Waar is uw accreditatie?'


'Die ga ik zo in orde brengen', probeer ik. Maar er is geen doorkomen aan. Een gewapende rebel stapt in de taxi. We moeten naar de kazerne.


De commandant, een grijnzende vijftiger met een hoefijzersnor, kan er niet om lachen: 'U moet toch weten dat u zonder accreditatie het land niet in mag.' Hij steekt een verhaal af over Fransen en Finnen en Duitsers die vanachter de linies op zijn troepen vuren. 'Misschien bent u wel een spion.'


Ik begin te lachen en denk: wat kan die oude ijzervreter mij maken? Maar de commandant is niet van het type waarmee te sollen valt. Bellen mag niet. Mijn telefoons worden in beslag genomen. Ik weiger mijn toegangscode te geven, maar daar gaan ze iets op verzinnen, zeggen ze. 'Werken mag u ook niet. U bent immers niet geaccrediteerd.'

Kalasjnikov

Ik blijf achter in een klaslokaal met voor mijn neus twee grote aquaria en een gespierde jongen met een kalasjnikov voor zijn borst. Ik prijs me gelukkig dat ik voor mijn vertrek mijn Twitteraccount heb schoongemaakt. Mijn berichten over de houding van het Westen ten opzichte van Rusland ('When will they ever learn?') of foto's van boekverbrandingen in Berlijn (1933) en Charkov (2014) zouden ze hier wellicht minder weten te waarderen.


Na een tijdje komt de commandant een babbeltje maken. 'Wij zijn arm, maar we hebben een groot hart. Bij jullie is het precies andersom.' Hij heeft het niet begrepen op het Westen en begint een tirade tegen homo's en drugsverslaafden.


De man is geboren en getogen is in Donetsk en nu werkt hij voor de KGB van de regering van Aleksandr Borodaj, de schietgrage premier van de 'Volksrepubliek Donetsk'. De commandant laat de vlag van zijn eenheid zien, het beruchte Vostok-bataljon.


Maar hij is de kwaadste niet. Ik krijg thee aangeboden en daarna koffie. Zelf heb ik gebakjes uit mijn rugzak gehaald, maar die willen ze niet. 'Wij eten hier geen chemische rommel', zegt een dikbuikige rebel die als 'Oper' bekend staat. Voor de oorlog was hij rechercheur bij de politie in Donetsk.

Internet

Ach, het zal wel meevallen, denk ik.


Maar dan komt de commandant met een aantal papieren binnen. Opnieuw is er die grijns. Op internet heeft hij in het Russisch vertaalde artikelen gevonden over mij: een interview uit 2008, waarvan ik mij alleen nog vaag iets kan herinneren, en een in februari gemaakte reportage over het stadje Torez onder de titel: 'Journalisten lusten ze hier rauw'. Tijdens mijn laatste bezoek aan Donetsk heb ik enkele openhartige interviews voor de lokale media gegeven. Zouden ze die ook gevonden hebben? Ik hoop van niet.


Ik zit ondertussen al drie uur vast en een lichte onrust begint zich van mij meester te maken. Je weet maar nooit met die rebellen. Dan gaat in de gang de deur plots open. Er wordt iets geroepen. Wat nu? Word ik weggevoerd? Het is de woordvoerder van de rebellen. Kennelijk mag ik vertrekken. 'Kom, ik breng u naar uw hotel', zegt hij.


Ik bedank de commandant voor zijn gastvrijheid en wens hem en zijn mannen geluk. Ze zullen het nodig hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.