'Ik zit graag heel dicht op het nieuws'

Sheila Sitalsing ontving zaterdag de Heldringprijs voor beste columnist. 'Om te schrijven heb ik stress nodig.'

Officieel heb ik op zolder een kantoortje', zegt Sheila Sitalsing, zittend aan de korte kant van de eettafel. 'Maar meestal schrijf ik toch hier, in de woonkamer. Dat is gezelliger. Zo rond een uur of zes, zeven ga ik tikken, hier aan de laptop. Dan komen ze net allemaal thuis.'


'Stil, stil, roep ik dan. Maar dat er veel drukte is, maakt me eigenlijk niet uit. Ik heb veel in kantoortuinen en op redacties gewerkt. Daar is altijd herrie. Ik zit hier de hele dag in m'n eentje te sprokkelen, te mailen, informatie te verzamelen. Dan ben ik blij als er leven is. En als ik aan de column werk, kookt Mario. Eten doen we wel samen.'


Zondagochtend in een woonerf aan de noordrand van Delft. Man Mario maakt koffie en maant de dochters Zora en Zadie tot stilte. Al is dat zelden nodig, ze zijn gewend dat moeder thuis werkt. Op tafel staat het beeldje dat hoort bij de Heldringprijs: een moderne versie van de denker van Rodin, met narrenmuts op het hoofd en muze op de arm; zijn gelaat is de spiegel die hij de mensen voorhoudt. Sitalsing is de maandag, woensdag en vrijdagcolumnist op pagina 2 van de Volkskrant. Ze kreeg de prijs een dag eerder, tijdens de Nacht van NRC in de Amsterdamse Stadsschouwburg. 'In een tijd waarin we worden overspoeld door hele en halve waarheden, geven haar analyses een veilig gevoel', oordeelde de jury. 'Ze heeft het allemaal goed voor ons uitgezocht.'


Sinds wanneer weet je dat er een columnist in je huist?

'Ik heb niet zelf ontdekt dat ik het kon. Nadat ik in 2009 naar Suriname was verhuisd, werd ik gevraagd elke week een kroniek over het dagelijks leven daar te schrijven voor Intermezzo, het zomerkatern van de krant. Daarna mocht ik Aaf Brandt Corstius vervangen bij haar zwangerschap. Nog weer wat later kreeg ik een tweewekelijkse rubriek op de opiniepagina. Daarna vroeg de hoofdredacteur me om Ronald Giphart te vervangen. Ik vond dat raar, dacht dat ik dat niet zou kunnen. Philippe Remarque zei: wel waar, je doet het al.


'Naar een column op pagina twee zou ik nooit gesolliciteerd hebben. Je gaat dan toch een beetje weg uit de journalistiek. Op een dag val ik door de mand, dacht ik. Na de prijsuitreiking gisteren ging dat weer door me heen. Nu gaat iedereen maandag kijken of ik die prijs wel verdien, dacht ik. Terwijl ik juist nogal moe ben en nog totaal geen idee heb. Er gebeurt niks, het is herfstvakantie.'


Beschrijf eens hoe je tot een column komt?

'Ik ben altijd aan het sprokkelen en jutten. Als ik op tv een citaat hoor dat bruikbaar kan zijn, schrijf ik dat op' - ze pakt een beduimeld rood boekje van tafel. 'Dat kan ook een zin uit een roman zijn die ik mooi vind. Ik scheur artikelen uit en stop ze in een mapje. Dat is allemaal niet geordend, maar als zich een onderwerp aandient, weet ik het te vinden.


's Middags moet er in m'n hoofd een luikje opengaan: een zin die ik al weet of kan citeren, een verband dat ik kan leggen. Om te schrijven heb ik stress nodig. Om tien uur 's avonds moet het binnen zijn, daar ga ik vaak overheen.' Schaterend: 'Het vreemde is: als ik 's avonds ergens heen moet, en dus om vier uur klaar moet zijn, dan blijkt dat ook te kunnen. In het begin had ik vaak drie gedachten voor een column. Van Bert Wagendorp heb ik geleerd dat één gedachte genoeg is.'


Is het een harde concurrentie met Bert?

'Helemaal niet. We zijn zo verschillend, in onderwerpkeuze, interesse, manier van schrijven. Hij schrijft prachtig, hij kan de ziel van het land onder woorden brengen. Ik kan weer andere dingen. We overleggen nooit, maar ik weet vaak waar hij over gaat schrijven. Economie laat hij liggen, ik doe geen sport. Het koningshuis is ook voor Bert.'


Hoe is het om deel uit te maken van de spraakmakende gemeente?

'Die plek op pagina 2 geeft de stukjes veel gewicht. Ze worden als een soort waarheid gezien. Ik merk dat het in Den Haag goed wordt gelezen. Het is wel stoer dat je mee kan sturen in het gesprek van de dag, het debat een richting in kan drukken. Dat schept ook verplichtingen: alles moet kloppen. En veel mensen willen met me praten: ministers, directeuren, maar ook onbekenden.'


Wat wil je met je column bereiken?

'Het is belangrijk dat lezers snappen dat besluiten nooit eenduidig zijn, dat er altijd meer redenen zijn om iets te doen. Dat eerlijke verhaal waar Diederik Samsom het altijd over heeft, bestaat niet. Als je eerlijk bent, bereik je je doel niet. Ik wil die kluwen van afwegingen en belangen laten zien en met mijn column zo een extra laag aan het nieuws geven.'


Je bent een van de zeldzame columnisten die zich niet mengde in de discussie over Zwarte Piet. Waarom?

'Ik schrijf graag over onontgonnen onderwerpen. En ik zit graag heel dicht op het nieuws, dat is de verslaggever in me. Bij Zwarte Piet tuimelden de columnisten over elkaar. Dan zit niemand op mijn mening te wachten.'


Hoe vier jij dan Sinterklaas?

'We vieren het gewoon mee. Maar Mario heeft een hekel aan Zwarte Piet. Hij wordt zo weleens genoemd op straat, dus Piet doen we niet hier in huis. Maar ik wil de kinderen niet belasten met die discussie en zeg alleen dat ze er op los moeten slaan als iemand ze zo noemt.'


Je bent niet van de jubelcolumns: grote bewondering of intens plezier, dat is niet wat jij in stukken beschrijft.

'Misschien moet ik dat eens gaan doen. Ik vind het lastig omdat zo vaak later blijkt dat er toch ergens een vlekje zit. Over Sywert van Lienden heb ik enthousiast geschreven. Later bleek die G500 toch een vreemde beweging te zijn. Als verslaggever leer je een zeker wantrouwen te koesteren; je wilt zien wat er aan de onderkant zit.'


Je schrijft vaak over Suriname en de Antillen, maar in allochtone kwesties meng je je nooit. Waarom is dat?

'Toen ik de journalistiek in ging, dachten mensen: jij gaat je vast met allochtonen bezighouden. Ik nam me juist voor er noooooit over te schrijven. Mijn geloofwaardigheid wilde ik niet uit m'n achtergrond halen. Het was ook mijn expertise niet, ik heb economie gestudeerd. Die angst de allochtoon van de krant te worden, ben ik ontgroeid. Maar van het debat word ik moe, en de argumenten ken ik wel. Voor mij is het heel persoonlijk. Mijn kinderen stellen me die vragen: waarom ben ik bruin? Wie is er thuis het lichtste en wie het donkerste? Ik vind het ingewikkeld er iets van te vinden zonder de kinderen er in te betrekken.'


In het oeuvre van Zadie Smith, de schrijfster naar wie je je dochters noemde, gaat het over niets anders.

'Dat is waar, en dat doet ze prachtig en heel subtiel. Misschien wordt het tijd er eens iets mee te doen.'


CV


1968 Sheila Sitalsing wordt gebo- ren in Suriname.


1975 Suriname wordt onafhanke-lijk, het gezin Sitalsing verhuist naar Curaçao.


1985 Vertrek naar Nederland voor studie economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.


1993 Begint haar journalistieke loopbaan bij het Rotterdams Dagblad.


1996 Naar Elsevier, waar ze corres- pondent EU in Brussel wordt.


2004 Chef economie bij de Volks- krant.


2009 Vertrekt naar Suriname, werkt er bij nieuwssite.


2011 Terug naar Nederland, krijgt column op pagina 2 van de Volkskrant. 2013 Wint de Heldringprijs, ge- noemd naar NRC-columnist J.L. Heldring (1917 - 2013).


Sheila Sitalsing woont met man Mario en dochters Zora (7) en Zadie (4) in Delft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden