‘Ik zie mezelf toch vooral als een plaatjesmaker’

Het Singer Museum toont parallellen tussen kunst en strips. Tekenaar Jan Kruis (74), bekend van Jan, Jans en de kinderen, heeft er een plek tussen schilders als Karel Appel, Pyke Koch en Rob Scholte....

U hangt in Laren als schepper van een strip die vaak braaf en burgerlijk is genoemd tussen grensverleggende kunstenaars. Is dat een eer?

‘Het doet me niks, eerlijk gezegd. Ach, de waardering is wel leuk. Het Van Gogh Museum toonde vorig jaar mijn illustraties uit Multatuli’s Woutertje Pieterse, dat vond ik geweldig. Maar ik zie het niet als erkenning. Die heb ik al genoeg gekregen, van het publiek. Ik ben nooit een provocateur geweest. Mijn strip stond bovendien in de Libelle, niet in een opinieblad. Maar de toon waarmee Jan, Jans en de kinderen is bejegend, is veel milder geworden. Kritiek was er vooral in de jaren zeventig. Toen moest er zogenaamd van alles kunnen, er moest seks in en zo, terwijl ik het in kleine gebeurtenissen van alledag bleef zoeken. Er is nu een hele generatie met deze strip opgegroeid, en die bewaart er dierbare herinneringen aan.’

Zijn striptekenaars gemankeerde schilders?

‘Stellig niet. Ik teken strips, maar ik maak ook illustraties in boeken, ik schilder portretten. De passie is daar gelijkelijk over verdeeld. Het loopt niet zover uiteen: in alle gevallen probeer je picturale vraagstukken op te lossen. Welke vorm kies je? Welke kleur? Ik ben nu bezig met het tweede deel van Woutertje Pieterse, dan verdiep je je in de 19de eeuw. Hoe was het gezicht op de Amstel, hoe zagen de de schepen er toen uit? Ik zie mezelf toch in de eerste plaats als een plaatjesmaker.’

Beschouwt u de strip niettemin als kunst?

‘Die vraag houdt me niet bezig, een eventuele discussie daarover speelt zich buiten mijn gezichtsveld af. Ik zwoeg in mijn hok. Ik zie het zeker niet als iets verhevens. Ik citeer met grote instemming Simon Carmiggelt. Toen hij werd gevraagd wat hem dreef, zei hij: straks staat hier om half vijf een jongen voor de deur om het stukje voor de krant op te halen. Voor mij was dat de vrijdag. Ik heb het altijd als iets alledaags ervaren. Het moest op tijd af.’

Biedt de kunst u wel inspiratie?

‘Zeker. De Italiaanse Renaissance, de Nederlandse 17de eeuw. Velazquez, Titiaan, Veronese. Niet dat hun stijl bij mij is terug te vinden. Ik heb er juist veel plezier in om te avonturieren. Voor Jan, Jans en de kinderen was ik gebonden aan één stramien. Die schade heb ik in Woutertje Pieterse dik ingehaald.’

Is het museum het hoogst haalbare voor een plaatjesmaker?

‘Ik vond het onthaal door de lezer altijd belangrijker. Een expositie is een bijproduct, geen doel.’

U verwees zelf eens naar een andere discipline uit de kunst: u maakt theater.

‘Een vriend zei: jij maakt grafische poppenkast. Er is een mise-en-scène. Je regisseert figuren. Wanneer zijn ze boos? Verdrietig? Uitbundig? Allemaal theatrale elementen. Vergeet het schrijven niet. Tekst en beeld zijn bij mij even belangrijk. Het is schrappen, uitbenen. Veel kun je niet kwijt in een tekstballonnetje. Het moet ook spreektaal zijn; niet slordig, maar zeker niet plechtstatig. Eerst plak ik de dialoog op het lege vel, dan volgen de tekeningen. Het is in mijn systeem gaan zitten. Zelfs als ik portretten schilder, moet ik mij bedwingen er geen tekstje bij te zetten.’

Vanaf 1999 maakt een studio Jan, Jans en de kinderen. Volgt u het nog?

‘Jawel. Ik ben er niet meer bij betrokken. Je ziet dat ze enorm hun best doen. Het is moeilijk, hoor, die personages voort te laten leven. Ik vind het een eer dat ze blijven voortbestaan. Maar ik mis wel mijn eigen geintjes.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden