Ik zie de ondergang weer met een gerust hart tegemoet

Foto de Volkskrant

Laten we het niet hebben over mij. En vooral niet over de manier waarop ik de afgelopen vier maanden door mijn eigen 'mini-sabbatical' ben gekomen. Ik praat er nog niet zo gemakkelijk over. Ik heb het nog maar aan drie of vier mensen verteld.

Laten we het er voor nu maar op houden dat ik hartstochtelijk graag wilde stoppen met roken. En met blowen, zij het iets minder graag. En dat ik mij daartoe tien dagen vrijwillig heb laten opsluiten in een ontwenningskliniek, maar daar na drie dagen alweer, in het holst van de nacht, op onvrijwillige wijze uitgeknikkerd ben.

Wie gelooft een verslaafde als hij een kliniek ergens de schuld van geeft, bijvoorbeeld van een nachtelijke verwijdering? Zijn vrouw, zijn familie, zijn vrienden?

Ach, ik kon het zelf nauwelijks geloven, al heb ik de officiƫle excuses van de kliniek in een keukenlaadje. Ooit, in de toekomst, als er iemand durft te twijfelen aan het verhaal, zal ik die excuses meteen tevoorschijn toveren, en onder zijn neus duwen, maar nu nog even niet. (Ik praat er nog niet zo makkelijk over.)

Ik heb mezelf weer opgericht, een nieuw plan bedacht - een wereld van B&B's langs de route van het Pieterpad geboekt. Maar daags voor vertrek, halverwege een proefwandeling, scheurde de spier in mijn rechterkuit tijdens een onschuldige rekoefening, en lag ik als een schildpad op mijn nieuwe rugzak in de vrije natuur.

Laten we het hebben over Hassan Bahara, door wie ik de afgelopen maanden glansrijk mocht worden vervangen, in alle opzichten een man naar mijn hart. Mede dankzij hem werd ik in staat gesteld eerst enkele weken te herstellen en daarna ook nog eens een paar weken met vrouw en dochtertje op vakantie naar Frankrijk te gaan.

Het was wel zo dat mijn kruisbandarme rechterknie wat opspeelde door die kuit, en dat ik door het moeizame bewegen enige ischiasklachten in het linkerbeen had opgelopen, zodat van mijn onderkant op de camping feitelijk alleen het rechterbovenbeen nog functioneerde. Ja, en het klokkenspel, toegegeven, maar daar kun je niet mee tennissen, zwemmen of wandelen.

Zo werd ik gedwongen om wekenlang van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat op een hoge stoel voor de tent naar mensen te kijken, en naar ze te luisteren. Ouders, kinderen, vrienden, onderweg naar het meertje, scharrelend bij de tent. En wat me opviel, wat onder de omstandigheden ineens diep tot me doordrong, was hoe vreselijk leuk zij het over het algemeen bedoelen. Hoe lief iedereen was.

Sindsdien, ik weet het niet. Fysiek ben ik ver teruggeworpen, erg ver - een geknakte stip aan de horizon, gehuld in een nevel van wietverstuiver en e-sigaret. Financieel zit ik aan de grond. Maar wonderlijk genoeg ben ik geestelijk, mentaal - toch een domein waarin men de hoop op verbetering gaandeweg een beetje aan de wilgen leert hangen - ben ik verder dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ik kan er weer tegen. Ik heb er weer zin in. Ik zie de ondergang weer met een gerust hart tegemoet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.