‘Ik zei: loop door nikker’

De Antilliaanse Kerwin Duinmeijer overleed in de nacht van 21 augustus 1983 nadat hij was gestoken door Nico B. Kerwin was 15 jaar, Nico 16....

Het is 21 augustus 1983, twee uur ’s nachts, als Kerwin (15), Eric (15), Raymond (13) en Archie (15) door de Damstraat in Amsterdam lopen. Ze hebben honger. Het is een van de warmste avonden van het jaar.

Een uurtje geleden zijn ze ontsnapt uit het huis van Erics ouders, de Duinmeijers. Ze hebben net gedaan of ze gingen slapen en zijn via het slaapkamerraam op het dak van de buren gesprongen. Langs de regenpijp zijn ze in de tuin van de buren beland.

Vandaag is Archie jarig. Ze hebben net een feestje gevierd in de kelder van zijn oma’s huis in de Vondelstraat. Ze aten chips, draaiden platen en rookten sigaretjes – en ook een joint. Dan al worden plannen gemaakt om die avond te stiekem te ontsnappen. ‘We wilden nergens naartoe’, zegt Raymond. ‘Het ging er vooral om dat we in de stad waren.’

Kerwin, Raymond en Eric moeten eigenlijk om twaalf uur thuis zijn. Kerwin en Raymond logeren bij Eric. Dat doen ze vaker. Sterker nog: hoewel zijn eigen familie ook in Amsterdam verblijft, woont Kerwin al een tijdlang bij Eric in huis. Hij heeft er zelfs zijn eigen bed. Ook Raymond slaapt er vaak in het weekend.

‘Eigenlijk woonde ik daar ook het liefst’, zegt Raymond. ‘De ouders van Eric hadden een groot huis, een grote tuin. Niets was te gek. Alles kon, alles mocht – tot een bepaalde grens natuurlijk. Ze waren heel liberaal en vrijgevig. We hadden wel eens een wietplantje boven op de kamer, en ze vonden het allemaal prima. Ze hadden hun eigen manier van opvoeden.’

Gangmaker

Gangmaker
Eric leert Kerwin, een Antilliaanse jongen, op zijn 11de kennen op school. Hij heet dan nog Kerwin Lucas. Ze worden al snel vrienden: ze voetballen, skaten, fietsen, klimmen in bomen, hangen in het Vondelpark, rijden zwart in de tram, klimmen over de hekken in het Ajax-stadion. ‘Kerwin was een gangmaker’, zegt Raymond. ‘Hij wilde altijd iets ondernemen. Hij was ook heel sociaal, maakte gemakkelijk contact.’

Gangmaker
Kerwin woont op dat moment nog met zijn moeder, haar vriend, zijn broer en zus in een pension om de hoek. Dat loopt slecht. Hij is ongelukkig. ‘Ze woonden met zijn vijven in een hele kleine ruimte’, zegt Eric Duinmeijer. ‘Er waren spanningen in het gezin. Toen ik hem net leerde kennen zat er veel agressie in. Het was een lieve jongen, maar als je hem kwaad maakte, of iets over zijn familie zei, moest je uitkijken. Dan werd het zwart voor zijn ogen en kon hij echt door het lint gaan. Vechtpartijen op school, dat soort dingen.’

Gangmaker
‘Mijn ouders zeiden: kom maar een weekje bij ons, om even tot rust te komen’, zegt Eric. ‘Dat werd langer en langer. Eerst sliep hij op een matras onder het bureau. Later had hij zijn eigen bed. Een stapelbed, want hij wilde altijd ergens onder slapen. Vervolgens wilde hij heel graag de naam Duinmeijer gaan dragen. Er is toen een adoptieprocedure in gang gezet. Zijn moeder vond dat goed, maar die is uiteindelijk nooit afgerond.’

Gangmaker
Vader Duinmeijer, die directeur is van een verzorgingstehuis in Amsterdam, stelt Kerwin voor op boksen te gaan. ‘Toen is hij echt radicaal omgedraaid. De agressie was er in één keer uit’, zegt Eric. ‘Vanaf dat moment vocht hij alleen nog maar in de ring.’ Kerwin bleek bovendien een talent. ‘Hij was atletisch’, zegt zijn voormalige boksleraar Ruud van der Linden. ‘Lange benen, lange armen. Hij was weg van Mohammed Ali. Hij deed hem altijd na. Dan stond hij zo te dansen. Kerwin was een beetje brutaal. Ad rem. Maar hij was ook happy. Een vrolijke, innemende jongen.’ Die nacht denkt Kerwin nog even niet aan de training van de volgende ochtend. Hij wil shoarma en een Fanta. En Archie trakteert. In een snackbar in de Damstraat bestellen ze shoarma. Kerwin gooit een gulden in een fruitautomaat en wint.

Gangmaker
Buiten voor de zaak staan vijf jongens, van wie er minstens drie skinhead zijn. Eén van hen, Dirk, brengt de Hitlergroet en schreeuwt fascistische teksten. Ook scheldt hij de Egyptische kok van de snackbar uit voor ‘vuile Turk’.

Gangmaker
Eric, Kerwin, Archie en Raymond lopen daarop de snackbar uit. Kerwin als laatste. Een van de skinheads, de 16-jarige Nico B., haalt op dat moment net een patatje. Nico is een Amsterdamse jongen met bruine ogen, een mager gezicht en kort afgeschoren haar. Op zijn achterhoofd staat ‘skinhead’ getatoeëerd. In zijn nek staat ‘Made in Holland’. Hij draagt rode bretels, een groen T-shirt, een spijkerbroek en grote, zwarte schoenen.

Minderwaardig

Minderwaardig
Het gaat niet goed met Nico. Hij heeft gedronken. Hij heeft die ochtend gehoord dat zijn opa, een van de weinigen familieleden waar hij een band mee heeft, onverwachts is overleden. Nico voelt zich schuldig; zijn opa lag in het ziekenhuis, maar hij is niet langs geweest. Ook is hij gefrustreerd: ze wilden een café in maar ze zijn niet binnengelaten.

Minderwaardig
Over de ontmoeting met Kerwin zegt Nico later tegen de politie: ‘In de patatzaak zag ik een nikker staan met nog wat blanke vriendjes. Ik zag dat deze nikker langs mij heen liep. Ik zag dat hij heel smerig en minderwaardig naar mij keek. Ik zei toen: loop door nikker.’ Kerwin reageert niet.

Minderwaardig
Buiten staan de andere skinheads en hun vrienden: Dirk, Frank, Walter en zijn broer Willem. Dirk zit met Frank op een bankje. Zelf zegt hij later dat Kerwin eerst tegen hem begint te schelden. Als hij Kerwin naar buiten ziet komen, zegt hij: ‘Je moet doorlopen, vuile nikker.’

Minderwaardig
Kerwin reageert nu ineens wel. ‘Dat maak ik zelf wel uit’, zegt hij. ‘Ik heb benen van God gekregen en ik loop waar ik wil.’ Dirk, een blonde skinhead met een litteken op zijn wang, staat op. Hij is een kop groter dan Kerwin. Eric, Raymond en Archie zijn doorgelopen en staan tien meter verderop. Ze willen weg van de skinheads. ‘Kom op nou’, roept Raymond. Maar Kerwin wil niet. ‘Nee, die gasten zijn bijdehand’, schreeuwt hij terug.

Minderwaardig
De jongens lopen een stukje terug. Dirk en Kerwin staan inmiddels schreeuwend tegenover elkaar. Ze maken ruzie over Kerwin, die volgens Dirk daar niet mag lopen omdat hij zwart is.

Minderwaardig
[Zie verder pagina 34]

Ze drinken een biertje, het mes wordt schoongespoeld onder de kraan

Ze drinken een biertje, het mes wordt schoongespoeld onder de kraan
[Vervolg van pagina 33]

Ze drinken een biertje, het mes wordt schoongespoeld onder de kraan
Dirk, die ‘straalbezopen’ zou zijn, praat met consumptie. ‘Hé, hou op met spugen man’, roept Kerwin. Toch lijkt het er volgens alle getuigen niet op dat ze gaan vechten. ‘Ik nam de ruzie niet serieus’, verklaart Willem later.

Ze drinken een biertje, het mes wordt schoongespoeld onder de kraan
Dan komt Nico naar buiten met zijn patatje. Hij loopt meteen naar Walter, die verderop samen met zijn broer Willem tegen een etalage zit. ‘Geef mij je mes, want je weet nooit of ik het nodig heb’, zegt Nico tegen Willem. ‘En hou mijn patatje even vast.’ Willem pakt zonder iets te vragen zijn mes, een imitatie-buck knife, en geeft het aan Nico.

Ze drinken een biertje, het mes wordt schoongespoeld onder de kraan
Ineens gaat het snel. Zonder zich met de ruzie te hebben bemoeid, roept Nico: ‘Ik steek je verrot.’ En meteen daarna steekt hij in de rechterzij van Kerwin. Het mes gaat minstens 8 centimeter diep. Het is dan 2.15 uur ’s nachts.

Ze drinken een biertje, het mes wordt schoongespoeld onder de kraan
Kerwin is de eerste die wegrent, richting Oudezijds Voorburgwal. ‘Hij rende keihard weg’, zegt Raymond. ‘Ik ben er met Archie achteraan gegaan. Archie was een beetje gezet, dus die kon hem eerst niet eens niet bijhouden. Ik ook niet. Hij was heel snel.’

Rennen, rennen

Rennen, rennen
Raymond – zelf ook van Antilliaanse afkomst, maar lichter dan Kerwin – hoort de skinheads achter hen aankomen. ‘Ze schreeuwden: en jíj ook, en jíj ook. We waren heel bang, maar we moesten blijven rennen, rennen, rennen.’ Dirk haalt tijdens de achtervolging een zwarte knuppel tevoorschijn, waarmee hij zwaait.

Rennen, rennen
Uiteindelijk halen de jongens Kerwin in, die langzamer is gaan lopen. ‘Ben je gestoken?’, vraagt Raymond. ‘Ja’, zegt Kerwin. ‘Laat zien’, zegt Raymond.

Rennen, rennen
Kerwin heeft een jas aan die hij heeft geleend van de oudste broer van Raymond. ‘Ik zag dat er een rood vlekje zat, met een snee’, zegt Raymond. ‘Toen zijn we doorgerend. Ik heb niet eens meer achteromgekeken.’

Rennen, rennen
Nico zegt later bij de politie dat een van de vrienden van Kerwin ook een mes had. ‘Toen dacht ik: oké, wacht effe, als jullie met messen gaan beginnen, dan wij ook.’ Hij beweert dat Kerwin zijn hand naar voren bracht. ‘Volgens mij met de bedoeling Dirk te slaan.’ Ook meent hij iets te zien in Kerwins hand. ‘Ik zag dat een vriend van de neger een stap naar voren deed richting Dirk en mij. Ik schrok nogal. Ik dacht: straks krijg ik een mes in mijn ribben van die gast.’

Rennen, rennen
Geen enkele andere getuige bevestigt deze lezing echter. Ook Nico’s eigen vrienden niet. Volgens Dirk, die de ruzie maakte met Kerwin, was er geen sprake van een ander mes. ‘Er was helemaal geen reden voor Nico om één van de jongetjes neer te steken’, zegt hij tegen de politie. ‘Misschien dacht Nico dat ik bedreigd werd.’

Rennen, rennen
Eric is intussen in zijn eentje de andere kant opgerend, richting de Dam. ‘Ik wist niet goed wat er nou gebeurd was. Het enige wat ik had gezien, was Kerwin die wegrende.’ Dan ziet hij zijn vrienden weer. Ze zijn via allerlei straatjes bij de Dam uitgekomen.

Niet in mijn taxi

Niet in mijn taxi
‘Kerwin is gestoken’, zegt Raymond. Ze rennen naar de taxistandplaats op de Dam. Daar zakt Kerwin in elkaar. Eric, Raymond en Archie leggen Kerwin op de achterbank van een taxi. ‘Die taxichauffeur is uitgestapt en is gaan kijken’, zegt Raymond. ‘Hij wilde zien of hij misschien een bezopen iemand in zijn taxi kreeg die de boel onder kon gaan kotsen. Maar toen hij zag dat Kerwin bloedde, zei hij: joh, we gaan gewoon een ambulance bellen, want ik moet dat niet in mijn taxi hebben.’ Via de taxicentrale wordt de politie gewaarschuwd.

Niet in mijn taxi
Kerwin wordt uit de auto gehaald en op de grond neergelegd. ‘Ik deed zijn tuinpak naar beneden’, zegt Eric. ‘Zijn lichaam was helemaal nat van het bloed. Ik zag het gat zitten. Ik kon zo naar binnen kijken. Toen wist ik dat het ernstig was.’

Niet in mijn taxi
De politie is er binnen een paar minuten. Een van de jongens vraagt: ‘Moeten we niet bij Kerwin blijven?’ Maar de politie zet hen in de auto om de buurt uit te kammen.

Niet in mijn taxi
Na twintig minuten zijn ze weer op de Dam. Kerwin wordt dan net in de ambulance gereden. Onderweg wordt hij voor het eerst gereanimeerd. Het mes heeft de lever en de grote buikader geraakt; hij heeft veel bloed verloren. In het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis wordt hij drie uur lang geopereerd en wordt hij nog twee of drie keer gereanimeerd. Om 7.30 uur overlijdt hij aan bloedverlies.

Niet in mijn taxi
Eric is inmiddels in het ziekenhuis, net als zijn ouders en Kerwin’s moeder. ‘Toen ik binnenkwam, zag ik een brancard met bebloede lakens. Echt vreselijk’, zegt Eric. Na een paar uur komt de chirurg naar buiten. ‘Ik zag het al aan hun gezichten. Ik wilde wegrennen, maar de chirurg hield me tegen. Kerwins moeder begon heel hard te gillen en tegen de muren te slaan. Later mochten we nog even bij hem kijken. Ik durfde niet, mijn ouders hebben het wel gedaan.’

Niet in mijn taxi
Nico is intussen samen met Dirk naar het café van zijn ouders gegaan. Daar slaapt hij; hij woont niet meer thuis. Zijn andere vrienden zijn er ook. Ze drinken een biertje. Nico geeft het mes terug aan Walter en kijkt hoe hij het schoonspoelt onder de kraan. Walter verklaart later niet meer te weten wat Nico zei. ‘Maar mij staat nog wel bij dat hij min of meer trots was op wat hij had gedaan.’

Niet in mijn taxi
Nico zegt tegen de politie: ‘Ik vond dat wel mooi, dat bloed.’ Hij zegt zelfs ‘enthousiast’ te zijn. De politie vraagt of hij een hekel heeft aan negers. ‘Dat ligt eraan welke’, zegt Nico. ‘Er zijn een paar goeie tussen. Maar dat heeft geen rol gespeeld. Het klopt wel dat ik geen spijt heb dat ik die neger heb doodgestoken. Ik stel mij op het standpunt dat als hij geen ruzie had gemaakt, er niets was gebeurd.’

Niet in mijn taxi
Na het afspoelen van het mes gaan ze weer naar buiten. ‘We hebben het nergens meer over gehad en hebben alleen nog wat lol gemaakt’, zegt Nico later.

Niet in mijn taxi
Op maandag leest Nico in de krant dat Kerwin overleden is en dat er twee jongens vastzitten. Dan biecht hij zijn ouders op dat hij het was. Op maandag wordt Nico om 15.15 uur aangehouden. ‘Deze jongens zijn onschuldig’, zegt hij tegen de politie. ‘Ik heb die jongen doodgestoken.’

Niet in mijn taxi
In januari 1984 wordt hij veroordeeld tot jeugd-tbs. Hij zit vast tot begin 1988. De rechter oordeelt, gebaseerd op het rapport van het Pieter Baan Centrum, dat hij niet handelde uit racistische motieven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden