Column

'Ik zeg je, hij gáát nog niet!'

Het was zondag, warm en zonnig. Ik liep langs de oever van de Waal, met mijn ziel onder mijn arm, die gelukkig niet zwaar was.

Beeld anp

Bij de steiger van het pontje naar Varik ging ik op een bankje naar de rivier zitten kijken. Er kwamen twee mensen aangefietst, zestigers, op van die elektrische zoeffietsen.

De man leek op Andries Knevel, maar dan met minder haar, de vrouw was een roze molligerd met een kinderachtig zonnehoedje op haar blozend hoofd. Ze droegen allebei korte, kakibroeken. Bij het steigertje stapten ze af en keken hoopvol naar het water. Geen pontje te zien. Het gaat niet alle dagen, weet ik uit ondervinding, en in de winter helemáál niet. Het was waarschijnlijk nog te vroeg in het jaar.

'Zou dat 'm zijn?', vroeg de vrouw en wees naar een grote, platte boot, een rijnaak heet dat geloof ik, die aan kwam varen. Zulke boten vervoeren doorgaans grote bergen zand of grind van hot naar her, maar geen vutters naar Varik. De man schudde zijn hoofd, als iemand die een bang vermoeden bevestigd ziet. 'Ik zéí het toch', sprak hij. De vrouw keek op haar horloge. 'Afwachten maar', zei ze. 'O, kijk, daar komt er nóg een...' Er passeerde een enorm, wit, luxe cruiseschip, zo'n drijvend hotel vol zwembaden, casino's en suites met van handdoeken gevouwen zwanen op de bedden.

'Ja, dat lijkt me typisch een bootje voor het voetveer naar Varik', zei de man met een cynisch lachje. 'Ik zeg je, hij gáát nog niet.' De vrouw zei niets. Boven mijn hoofd cirkelde een ooievaar. Wat had hij daar in zijn snavel hangen? Bij mij moest hij niet wezen, tenminste, dat mocht ik toch hopen, op mijn 51ste.

Er kwam een motorbootje aan met twee jonge jongens en een hond. De vrouw begon enthousiast te zwaaien. 'Hou op, Ger', zuchtte de man. Het bootje racete voorbij. 'Nou, het had toch gekund?, zei de vrouw. 'O, kijk, Jos...' Er kwam wéér een boot. Een vrachtschip vol roestrode containers, waarop in grote letters 'YANG MING' stond.

De man greep met een woedend gebaar zijn telefoon uit zijn zak en begon er driftig op te tikken. 'Hier!', zei hij en wees priemend op het scherm. 'Voetveer Varik; vanaf 28 april. Dat is over drie weken. Dríé weken. En Bas en Tonnie maar wachten, met hun gezellige lunch. Ik crepeer van de honger.' De vrouw bleef over het water kijken. 'Tweeënhalve week', zei ze met een dun stemmetje.

De man greep zijn fiets. 'We gaan', snauwde hij. 'En ik zal jou eens wat zeggen, Gerda. Als we straks thuis zijn, dan ga ik weer róken ook.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden