Ik zat op de fiets in een Bermudadriehoek

Vandaag, op deze glorieuze lentedag, bevond ik me op de fiets in een Bermudadriehoek. Op de ene punt van de driehoek fietste ik, op de tweede punt werkten twee bouwvakkers aan de straat en op de derde punt stonden twee verkeersregelaars.

Ik mocht er niet fietsen, want er was dus iets met de straat, maar ik fietste er toch, want zoals elke Amsterdammer fiets ik altijd door tot het punt waarop verkeersregelaars beginnen te schreeuwen dat ik AF MOET STAPPEN.

Ik voelde mijn hartslag versnellen, want ik wist dat er nu allemaal interacties gingen plaatsvinden die niet bij een lentedag pasten.

Ten eerste gingen die verkeersregelaars schreeuwen dat ik AF MOEST STAPPEN. Ten tweede gingen die bouwvakkers iets flauws roepen - ik wist nog even niet wat, maar sowieso iets flauws. Ten derde ging ik daar niet met stijl en gratie op reageren, maar iets naar de regelaar schreeuwen als JA JA OKÉ DOE EVEN RELAXED MAN, waardoor ikzelf zou overkomen als het tegengestelde van de relaxtheid die ik zo propageerde. En dan zou ik evengoed afstappen en bokkig een stukje gaan lopen.

Maar het ging anders. 'Hé joh, hee', zei de ene bouwvakker op een toon die ik mild en meelevend zou noemen. 'Ik zou maar afstappen, want zij', en hij wees op de verkeersregelaars, 'gaan zo naar je roepen.'

'Ha, ja, dank je', zei ik al even vriendelijk en stapte af. Ik liep in de richting van de verkeersregelaars. De ene kwam naar me toe. Hij had niet de afgestompte gelatenheid die verkeersregelaars kunnen hebben - overigens terecht, ze krijgen de hele dag agressie en regen over zich heen - maar iets levenslustigs. Als ik hem in het kort zou moeten beschrijven, zou ik zeggen: een flamboyante gay in de bloei van zijn leven met een fluorescerend hesje aan.

'Wij doen een wedstrijd', zei hij tegen me en wees naar zijn collega, een gezette, lachende vrouw in net zo'n hesje. 'Als mensen van rechts komen aanfietsen, mag zij naar ze roepen, en als ze van links komen, mag ik. En dan krijgen we een punt. Dus door jou heb ik een punt.'

De bouwvakkers wisten ook van dit spel, want die riepen: 'Je hebt weer een punt!', tegen de verkeersregelaar.

'Nou', zei ik, 'wat leuk, en gefeliciteerd' en ik stak even mijn duim op naar de bouwvakkers, en die staken hun duim op naar mij, en de gezette vrouwelijke verkeersregelaar riep dat zij nu een punt kreeg want er kwam iemand van rechts aanfietsen, en de flamboyante verkeersregelaar zei dat hij gauw verder ging met zijn spel, en ik wenste iedereen een fijne dag, en we staken nog wat duimen naar elkaar op, en de bouwvakkers schepten en de verkeersregelaars regelden, en ik had ineens weer hoop voor de wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden