Ik zat laatst in een cartoon van Stefan Verwey

* Gefingeerde naam, het is al erg zat, namelijk.

Beeld thinkstock

Laatst zat ik in een cartoon van Stefan Verwey. Het echtpaar en ik keken naar de goedgevulde boekenkast. Vroeger woonden de Van Stratens tegenover mijn opa en oma, nu aten we onze tompouce in een zorgflat op twaalf hoog.

'Aha', zei ik, 'u bent Bureau-lezers.' Ze stonden er uitgewoond bij, Voskuils bakstenen. Behalve dat bejaarden vaak lekker stoken, lezen ze ook nog weleens een boek, wat de conversatie altijd ten goede komt.

Er viel een diepe stilte. Meneer Van Straten tuurde naar zijn pantoffels. Mevrouw Van Straten blikte kort naar haar echtgenoot.

'Het Bureau', barstte ze los, 'gunst, ja, daar heb ik zo veel plezier aan beleefd, héérlijk gewoon, ik sleurde die boeken echt de winkel uit, voetjes op de bank, en genieten maar. Wat een genot. En zo verslavend. Úren achter elkaar. Wat zeg ik: dagen! Toch? Joop?'

Meneer Van Straten zweeg.

'Joop kan het niet lezen', zei mevrouw Van Straten achter een handje. Ze werd fraai bejaard, constateerde ik. Leuk haar, een mooi gestifte mond, kanten blouse. 'Joop komt erin voor, hè. Vanaf deel drie staat hij erin. Joop heeft dertig jaar op het Meertens Instituut gewerkt, zoals je misschien weet.'

Skelterend door de straat was mij dit ontgaan.

'Maar niet heel positief, vind jijzelf, hè Joop? Nou ja, dat klopt ook wel.' Ze giechelde, een beetje als Joop ter Heul, het kittige hbs-meisje. Niet als haar eigen Joop. Die zweeg.

'In het boek heet Joop Harry, hè Joop? - Harry Steegjes*, de limerickspecialist. Je krijgt inderdaad het idee dat Harry Steegjes een beetje een ouwe zeur was. Toch? Joop? Dat vind jij er niet zo geslaagd aan.'

Joop haalde zijn schouders op. 'Ik heb het niet gelezen, Tilly,' bromde hij. 'En ik ga het ook niet lezen.'

'Het zijn zulke fantastische boeken', ging Tilly door. 'En Joop en ik kennen vrijwel iedereen die erin voorkomt, natuurlijk. Dat maakt het extra herkenbaar. Voskuil was een meester in het neerzetten van mensen. Zo raak allemaal. Hi-la-risch. Ja, ik vond het héél goed.'

Ik keek naar Joop. Hij zag er bijzonder Stefan Verwey uit, inmiddels. Heel erg gearceerd. 'Han Voskuil was geen leuke man', zei hij. 'Een goed onderzoeker, maar onprettig. Ik heb er destijds een stokje voor gestoken dat hij directeur werd. Han duldde alleen zwakke broeders om zich heen. Dan bleef hijzelf de beste.'

We zeiden allemaal een tijdje niks. 'Tilly', verbrak Joop de stilte, 'moet jij je varkentje niet eens laten zien?' Wacht maar, hij liep al - opmerkelijk vitaal, viel me op.

Ik zette mijn tompouce weg en bestudeerde het roze speelgoedvarkentje.

'Aardig hè', zei Joop. 'Heeft ze van Han gekregen, met een prachtige, handgeschreven brief erbij. Tilly had gedoneerd aan Varkens in Nood, Voskuils stichting. De grote schrijver was heel blij met haar bijdrage - hè Tilly?'

Tilly knikte gearceerd.

'Dat varkentje heeft hier maanden in de vensterbank gestaan', vervolgde Joop. 'Mijn vrouw heeft die brief aan al haar vriendinnen voorgelezen. De grote Voskuil wilde haar zelfs een keer ontmoeten, zo blij was hij.' Joop zat nu hard te lachen, als na een vieze limerick.

'Vertel nou maar gewoon', zei Tilly.

'Dus daar zat ik', zei Joop weer kalm. 'Op 1 april, in Café Americain, te wachten op mijn eigen blozende varkentje.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden