'Ik zat jarenlang thuis met de gordijnen dicht'

Hij was een hype toen hij tien jaar geleden in de finale stond op Roland Garros, dat zondag begint. Daarna worstelde Verkerk met blessures en een depressie. De pijn over zijn te korte carrière zat diep. Nu keert hij als coach terug in de tennissport. 'De huidige generatie heeft geen ballen.'

Tien jaar na zijn finaleplaats bij het grandslamtoernooi op Roland Garros zegt Martin Verkerk een ander mens te zijn geworden. De 34-jarige oud-tennisser zit al keurig op zijn vaste stekkie in het hotel bij de Avifauna in zijn woonplaats Alphen aan den Rijn. Sinds wanneer is Verkerk op tijd? 'Ik heb nagedacht over de fouten die ik heb gemaakt', zegt hij, lachend.


'Ik ben socialer geworden. Als ik vroeger geen zin had in een gesprek, nam ik de telefoon niet op. Ik belde ook nooit terug. Nu stuurde ik je keurig een sms met het verzoek of onze afspraak een dag later kon. Tien jaar geleden had je hier voor niks gezeten. Ik ben volwassen geworden.'


Zo vreemd was het niet dat Verkerk ging zweven na die magische zomer in 2003. Zijn triomftocht op Roland Garros ontketende een ongekende hype. In Parijs werd hij door het Franse publiek geadoreerd. 'Allez Martin!' schalde het vanaf de tribunes na zijn sensationele zege - 8-6 in de vijfde set - in de kwartfinales op de Spanjaard Carlos Moya. Ook de Argentijn Guillermo Coria had geen antwoord op het ongecompliceerde powertennis van Verkerk, die toen nog buiten de top-50 stond.


Het sprookje eindigde in de finale tegen de ongenaakbare Juan Carlos Ferrero, maar Verkerk had naam gemaakt. 'Ik sta als grandslamfinalist toch in een rijtje met Richard Krajicek en Tom Okker. Of daar iemand bij komt? Nee, dat gaat de komende tien jaar zeker niet gebeuren.'


Twee bodyguards moesten hem in 2003 vergezellen naar zijn club in Amersfoort en het toernooi in Rosmalen. Verkerk kende geen moment rust. 'Het was moeilijk. Ik was 24 jaar en werkelijk iedereen wilde iets van me. Daarna raakte ik ernstig geblesseerd. Zonder die schouderoperaties had ik zes, zeven jaar in de topdertig gestaan. Daar had ik de wapens voor.'


Zonder dat blessureleed zou hij tevens een leuker mens zijn geweest, aldus Verkerk. 'Dan ga je niet op een verkeerd moment iets drinken op een plek waar je niet gezien mag worden. Dan raak je niet gefrustreerd en bel je mensen terug. Het was een combinatie van factoren, waardoor ik me ging isoleren. Ik merk nu dat ik maar moeilijk loskom van dat imago, omdat ik in die slechte tijd niet altijd de juiste beslissingen heb genomen.


'Die hype rondom mij had alles te maken met mijn karakter. Het publiek kon zich met mij identificeren. Krajicek is de beste Nederlandse tennisser aller tijden. Maar als je mijn kijkcijfers op Roland Garros vergelijkt met die van Richard op Wimbledon, was ik veel populairder dan hij. Juist die populariteit heeft tegen me gewerkt. Ik ben later tot aan mijn knieën afgezaagd.'


Eind dit jaar moet zijn biografie uitkomen. Verkerk, met een glimlach: 'Het wordt niet zo smeuïg als het boek van voetballer Andy van der Meijde. Het is confronterend om ook die nare momenten te herbeleven. Maar zo erg was het bij mij niet. Ik ga geen dingen verzinnen die ik niet heb gedaan. Over mij zijn de gekste dingen beweerd, dat ik aan de drugs zat. Sorry hoor, maar ik heb dat spul nog nooit gezien. Ook door die leugens ging ik me afzonderen.'


Je familie heeft je overeind gehouden?

'Zonder mijn ouders en mijn broer had ik hier niet gezeten.'


Hoe diep was je gezonken?

'Diep, heel diep. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik heb nooit overwogen om er een eind aan te maken, daar is het leven veel te mooi voor. Maar die depressiviteit heeft me lang achtervolgd. Ik heb geen professionele hulp gezocht, dat had ik achteraf gezien wel moeten doen. Ik stond niet goed in het leven, was down. Ik bleef hangen in mijn frustraties over die schouder, over mijn te korte carrière.


'Daardoor ging ik mijn omgeving verwaarlozen. Mijn ouders zagen hun vrolijke, spontane zoon veranderen in een chagrijnig mens dat thuis bleef zitten met de gordijnen dicht. Ik zag het niet meer zitten. Vanaf mijn toernooizege in Amersfoort in 2004 is het zes, zeven jaar lang niet goed met me gegaan. Ik maakte in 2007 nog een rentree in Rotterdam. Het sloeg natuurlijk nergens op. Ik was niet fit en herkende mezelf niet eens.


'Met die schouder is het nooit meer goed gekomen. Ik kreeg de ziekte van Pfeiffer en mijn enkelbanden scheurden finaal af. Ik had al in 2005 moeten stoppen. Dan had ik nu één van de grootste tennisscholen van Nederland gehad, omdat iedereen in die tijd had willen komen.'


Hoe ben je uit die put gekomen?

'Door aanvankelijk iets anders te gaan doen dan tennis. Mijn broer nam me overal mee naar toe, we zijn het zakenleven ingegaan. Ik durfde mijn verleden los te laten en leerde mijn tenniscarrière te waarderen. Twee ATP-titels, twee finales, een grandslamfinale, veertiende van de wereld, vijf jaar Davis Cup; zo slecht was het niet. Maar ik haalde mezelf jarenlang naar beneden door te zeggen hoe klote het allemaal was.


'Uiteindelijk wist ik waar mijn toekomst lag. Het tennis hoort bij mij. Eerst moest ik accepteren dat het niet zo is gelopen als ik wilde. Ik heb nooit mijn afscheid kunnen regisseren. Nog één keer de Dutch Open en dan tot ziens, het zat er niet in. Mijn lichaam heeft het voor me bepaald.'


In dat zwarte gat raakte je zelfs je dierbare vrienden kwijt. Met je coach Nick Carr heb je geen contact meer, de relatie met Raemon Sluiter is bekoeld geraakt.

'De breuk met Carr was moeilijk te accepteren. Nick was mijn beste vriend en een vaderfiguur. Ik heb hem nooit meer gesproken, maar ik hou nog steeds van die man. En diep in zijn hart houdt Nick van mij. Maar we zijn eigenwijs en vinden allebei dat we gelijk hebben. Ook Raemon Sluiter constateerde terecht dat ik me voor hem heb afgesloten.


'Het was opnieuw terug te voeren op die ellende met mijn blessure, waarmee ik niet goed ben omgegaan. Ik heb Raemon gezegd dat ik fout zat en dat heeft hij geaccepteerd. We gingen samen met vakantie, we waren vier handen op één buik. Dat gevoel is er niet meer. We zijn andere persoonlijkheden. Sluiter en ik zijn allebei emotioneel, maar we uiten het anders.


'Hij cultiveerde bijna zijn liefde voor zijn familie en het Nederlandse Davis Cupteam. Ik uitte het niet zo als Raemon. Ik was ook niet zo aaibaar als hij. Raemon vertelde dingen die mensen graag willen horen. Hij zou nog steeds met de tram naar sportpaleis Ahoy gaan, ook als hij in de topvijftig stond. Ik ben meer van de Amerikaanse aanpak. Durf groot te denken. Dus wat zei ik? Wat een onzin, ik pak lekker de sportwagen.


'Ik mis dat charisma bij veel sporters. Het is allemaal zo kleurloos, zo voorspelbaar. Word jij niet moe van al die nietszeggende interviews? Durft iemand nog hardop te zeggen: 'Ik ga volgende week knallen en de finale halen?' Ik riep soms dingen om te shockeren. Kwam ik met een biertje naar een persconferentie op de US Open en zei ik dat ik mijn bloed moest verdunnen. Het is ook mijn valkuil geweest, al die uitspraken zijn natuurlijk tegen me gebruikt.'


Toen je de gordijnen weer opendeed, was de wereld een stuk kleiner geworden.

'Eerst moest de sociale Martin terugkomen. De Martin van 2003 was altijd vrolijk, had overal schijt aan. Daarna kwamen de blessures en de negativiteit. Waar is-ie nou? Oh, wat een eikel. En dus sloot ik mezelf nog vaker op. Ik ga bijna met niemand meer om. Ik weet nu wie mijn beste vrienden zijn, meer heb ik niet nodig.


'Ik hoop dat mensen zich realiseren hoezeer je door topsport in de put kunt raken. Het is een lange worsteling geweest, die pijn was niet zomaar weg. Ik ben diep gevallen, maar ik heb mezelf herontdekt. Het is misschien wel mijn mooiste overwinning geweest. Uiteindelijk bloeide ik weer op. Na mijn lessen op de tennisacademie in Noordwijk zit ik 's avonds om tien uur nog te socializen. Dat past bij me en blijkbaar vinden mensen het leuk.'


Na Verkerk en Sjeng Schalken in 2004 op Wimbledon haalde alleen Arantxa Rus vorig jaar op Roland Garros de tweede week van een grandslamtoernooi. Het is goed mis met de opleiding, stelt Verkerk. 'Ik zie een enorm gat achter de lichting Haase, Sijsling en De Bakker. Talenten van 16, 17 jaar dienen zich niet aan. De opleiding bij de tennisbond heeft te weinig rendement gehad.


'Het is de laatste tien jaar structureel fout gegaan. Nu zitten bij de KNLTB de juiste mensen aan het roer. Rohan Goetzke behoorde met mijn voormalige coach Nick Carr tot de beste trainers van Nederland. Het was een kapitale fout om Goetzke als technisch directeur achter een bureau te zetten. Ik hoop dat zijn opvolger Jan Siemerink vooral op de baan blijft staan.


'Haase is professioneel en doet alles voor zijn sport. Voor de anderen is het nog niet te laat. Sijsling heeft ook op latere leeftijd het licht gezien en De Bakker staat weer in de tophonderd. Thiemo is een uitzonderlijk talent. Als Schalken en ik de toptwintig konden halen, kan De Bakker dat ook. Thiemo weet ook wel dat hij niet het beste uit zichzelf heeft gehaald. De vraag is of hij het echt wil.'


Voor die keuze werd jij al in je jeugd gesteld.

'Bij mij was het omslagpunt de opmerking van een ernstig zieke vriend, die later is overleden. Hij was bij een toernooi, waar ik zes rackets brak en ze in een container gooide. Die jongen zei: 'Wil je nou altijd het zoontje van blijven of ga je zelf iets presteren?' Hij was pas 23 jaar en wist dat hij er straks niet meer zou zijn. Hij hield me voor dat ik eindelijk mijn talent moest gaan benutten. Dat kwam hard aan. Toen heb ik tegen mijn vader gezegd dat ik nog één keer een jaar lang alles uit de kast wilde halen.'


'Die houding zie ik nu niet. Deze generatie heeft geen ballen. De meeste spelers willen een aai over de bol. Ze hebben een houding van: jij mag met mij werken. In het tennis betaal je een coach om te horen wat je moet doen. Zo deed ik het ook met Nick Carr. Met Nick kreeg je een hoop shit aan je broek. Negentig procent ging het ene oor in en het andere weer uit en die andere tien pikte ik op.


'Het heeft me verbaasd dat sommige tennissers me nooit hebben gevraagd hoe je op gravel moet spelen. Het zal wel komen, omdat ik ze geen aai over de bol geef of ze naar de mond praat. Maar ik kan talenten het complete pakket aanbieden. Ik weet hoe je de finale op Roland Garros kunt halen én hoe het niet moet.'


Ze zien je blijkbaar als de lolbroek die niet voor zijn sport leefde.

'Ik word wel eens moe van die vooroordelen. Ik word altijd maar weer de flierefluiter genoemd of de eendagsvlieg. Ik kan er niet tegen vechten. Ik denk dat vele tennissers in hun achterhoofd hebben: Martin doet wat hij wil, neemt zijn telefoon niet op en is zo gek als een deur. Het mag van mij. Maar ik hoop dat ze ook naar mijn kwaliteiten willen kijken.


'Ik volgde mijn eigen weg en ik heb de top bereikt. Ik lulde niet met iedereen mee, kon het ook niet met iedereen vinden. Ik heb een bepaald karakter, dat ook geschikt was voor topsport. Ik werk nu een half jaar op die tennisschool in Noordwijk. Ik ben nooit te laat, ik werk hard en kom al mijn afspraken na.'


Met een ironisch lachje: 'Het is wel apart om te zien hoe serieus ik nu ben. Ik heb mijn rust gevonden, ik zit weer lekker in mijn vel. Nu wil ik het hoogst haalbare als coach bereiken. Het is het juiste moment om tien jaar na mijn finale op Roland Garros de gouden tijden in het Nederlandse tennis te laten herleven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden