'Ik zal niet snel meer over iemand oordelen'

In de serie Jong sprak de Volkskrant tien jaar geleden met de zogenoemde generatie Nix. Hoe is het de geïnterviewden sindsdien vergaan?...

1995

Goedgebekt, onder meer door zijn woordvoerderschap bij de Amsterdamse studentenvereniging (ASVA), haalt Jurryt van de Vooren (25) uit naar Felix Rottenberg en Relus ter Beek. Figuren die ooit 'idealistisch waren en het nu goed voor elkaar hebben'. Hij weigert te praten met onderwijsminister Ritzen, Roel van Duijn is een 'eco-hezbollah' en de CV-jager staat synoniem voor 'carrièrevarken'.

Jurryt staat tijdens de parlementsverkiezingen nummer vijf op de lijst van de Socialistische Arbeiders Partij. Ook stelt hij zich ('om het hele gedoe belachelijk te maken') kandidaat voor het burgemeesterschap van Amsterdam. Zijn ambitie: iets in de journalistiek of woordvoerder voor een organisatie.

2005

De opvallendste uiterlijke verandering is het ontbreken van zijn paardenstaart. Twaalf jaar lang was Jurryt van de Vooren (36) niet bij een kapper geweest. Door een bijna dagelijkse duik in het zwembad was de staart chloordood geworden en ging hij er vijf jaar geleden af. 'Ik heb hem bewaard', zegt Jurryt. 'Volgens mij ligt ie ergens in de boekenkast.'

Het interview deed destijds het nodige stof opwaaien. Maandenlang werd hij, vanwege die staart, herkend op straat. Ingezonden brieven kwamen binnen. 'Eén vrouw had zitten turven hoe vaak in het interview het woord 'ik' stond. Ze kwam uit op 250 keer en concludeerde dat ik dus een enorme egoïst moest zijn. Ook over mijn uitlatingen kwamen reacties binnen. Ik was heel links, met duidelijke politieke standpunten, bracht alles met grote stelligheid. Dat was in die tijd not done.'

Jurryt zit aan een lange tafel en steekt een sigaret op. Sinds een klein jaar huurt hij een appartement op het Java-eiland in Amsterdam met uitzicht op het IJ. Daarvoor woonde Jurryt nog in een studentenhuis, maar de uitpuilende vuilniszakken, gore wc's en achttienjarige huisgenoten gingen hem tegenstaan. Van studentenhok naar smaakvol ingerichte yuppenflat. Alsof hij een stap heeft overgeslagen, vinden zijn vrienden. Jurryt is blij met zijn privacy, dat is ook de reden dat hij voorlopig niet wil samenwonen met zijn vriendin.

'Voor mij was het interview in de Volkskrant het keerpunt', zegt hij. Zijn ouders vonden de publicatie trouwens prima, net als alles wat hij deed. Thuis, in het Gelderse Dieren, zaten ze er ook niet mee als puber Jurryt met spuitbussen het dorp onderkalkte. 'Waar ik van schrok, waren mijn harde woorden. Toen ik het las, dacht ik: ik oordeel voortdurend over anderen, maar ben niet eens in staat om mijn studie af te ronden. Inmiddels was ik al zes jaar bezig met politicologie, maar had pas de helft erop zitten. Vanaf dat moment ging ik serieus studeren.'

Jurryt studeerde af op Feyenoord tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een opmerkelijk onderwerp, bedacht in een dronken bui. Het onderzoeksgebied was nog volledig onontgonnen. 'Ik sprak met mensen die ondergedoken hadden gezeten en hun schuilplaats alleen verlieten om naar het voetbal te gaan. In de oorlog werd er volop doorgespeeld. In 1942 bereikte de voetbalbond zelfs haar ledenrecord. Voetbal was pure afleiding van alle oorlogsellende.'

Na zijn afstuderen in '97 ging Jurryt aan de slag als freelance journalist. In NRC Handelsblad had hij de rubriek Historisch besef, waarin hij aspecten in de sportgeschiedenis belichtte. Eind dit jaar verschijnt zijn serie in boekvorm. Hij werkte onder meer als redacteur bij Sportpaleis De Jong, maakte documentaires, heeft een weblog op nu.nl, wordt geregeld door de media geraadpleegd als sporthistoricus en is debatleider van politiek en cultureel café Badzout in Amsterdam. Momenteel werkt hij aan tweehonderd sportbiografieën voor het sportmuseum dat in oktober wordt geopend in het Olympisch Stadion.

Waar Jurryt trots op is? 'Dat ik bijna een jaar lang in Athene kon wonen om als freelancer verslag te doen van de Olympische Spelen.' Ook het lijvige Elfstedentochtboek De mannen van '63, waarvan hij medeauteur is, behoort tot zijn betere prestaties.

De passie die hij destijds koesterde voor politiek maakte plaats voor sport. 'Dat had ik nooit kunnen bedenken. Atletiek, zwemmen, voetbal, pokeren, sumoworstelen: ik vind het allemaal even prachtig. Wat mij het meest fascineert, is de wereld om de sport. De levensverhalen, de heroïek en tragiek, het verleden. Ik vind het leuk om daarover te vertellen, om anderen wat te leren.

'Niet dat ik nu opeens de discussie uit de weg ga. Op mijn weblog kan het er heel fel aan toe gaan. Maar ik zal niet snel meer over een persoon oordelen, ben genuanceerder in mijn uitlatingen. Ik schaam me niet voor mijn vroegere stelligheid. Het hoort bij die leeftijd. Maar de charme om je af te zetten verdwijnt op den duur. Ik zie die tijd nu als een foto van een kind met een tuinbroek. Leuk, maar vraag me niet die tuinbroek weer aan te trekken.

'Net zoals ik geen zin meer heb om politiek bezig te zijn. Ik ben nog steeds links, heb vrienden uit mijn actieverleden. Maar het gebrek aan humor en zelfrelativering in die wereld brak me op. En dat eindeloze vergaderen, voor de rest van mijn leven heb ik genoeg vergaderd.'

Hij stapte niet ineens overal uit. 'Het ging heel natuurlijk. Net als mijn kleding, het uniform van de linkse actievoeder, geleidelijk verdween. Eerst die staart en daarna de kisten, het leren jasje en de strakke broeken. Na een sliding met voetbal had ik een wond en moest ik noodgedwongen wijde broeken dragen. Die bleken dus veel lekkerder te zitten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden