Philippe Remarque neemt afscheid als hoofdredacteur van de Volkskrant.

Interview Philippe Remarque

‘Ik zal het missen om geleefd te worden’

Philippe Remarque neemt afscheid als hoofdredacteur van de Volkskrant. Beeld Eva Roefs

Na negen jaar neemt Philippe Remarque (53) afscheid als hoofdredacteur van de Volkskrant. Hoe kijkt hij terug op zijn chefschap? En hoe verhield de inspirerende leider zich tot de harde manager? ‘Het waren de gelukkigste jaren van mijn leven.’

‘Deze week is een grote rite de passage’, zegt Philippe Remarque als hij aanschuift op een terras in het Amsterdamse Vondelpark. Zijn laatste ochtendvergadering, zijn laatste mail aan de redactie, de eerste stappen van zijn opvolger Pieter Klok, die maandagavond in het tv-programma Jinek zat. ‘Mijn schoonvader keek mee en zei: ‘Hij doet het beter dan jij.’ Ik was het daar wel een beetje mee eens. Hij kwam heel spontaan over op televisie, terwijl ik altijd iets voorzichtiger was, om niet iets verkeerds te zeggen. Wat natuurlijk snel gebeurt op live-televisie en wat in dit tijdperk genadeloos wordt afgestraft. Maar ik vond het fijn te merken dat ik blij voor hem was. Het voelt een beetje alsof ik het familiebedrijf overdoe aan mijn jongere broer.’

Hij zei dat jullie negen jaar geleden allebei vonden dat het niet goed ging met de krant, maar dat jij iemand bent die dan gelijk de macht grijpt, terwijl hij meer de neiging heeft te blijven hangen in het geven van kritiek.

‘Ja, wij hebben mijn voorganger Pieter Broertjes het leven behoorlijk zuur gemaakt. Ik vond dat het niet genoeg sprankelde, dat de lat hoger moest. En als je dan de macht kunt krijgen, moet je die kans ook pakken, vind ik. Terwijl ik nog nooit aan iemand leiding had gegeven. Ja, één keer had ik een secretaresse geërfd, toen ik als 25-jarige correspondent in Moskou werkte. Daar had ik helemaal niets aan, maar ik vond het te zielig om haar te ontslaan. Vijf jaar later kwam mijn opvolger, Pieter Waterdrinker, en die deed dat binnen een week, waar hij groot gelijk in had. Dat was mijn leidinggevende ervaring. Dus er was bij mij ook een grote aarzeling. Kan ik dit wel? Maar mijn drive om de krant beter te maken won het van die aarzeling.

‘Toen ik nog Haags redacteur was, wilde ik de boel al helemaal overhoop gooien. Mijn plan mailde ik aan de hele redactie, zonder eerst de hoofdredactie te raadplegen, dat is zo onhandig. Er is ook niets uitgevoerd van dat plan. ‘Ga jij maar achter Balkenende aan’, zei Pieter Broertjes, ‘dat is je werk.’

‘Pieter Klok zegt altijd: ‘Jij hebt meer Der Wille zur Macht dan ik.’ Ik zet dingen door, ook als het weerstand oproept. Maar volgens mij is het nodig dat je aanvaardt dat als er een omelet gebakken moet worden, er ook eieren breken. Daar ben ik wel redelijk hard in geweest, met ook nadelen natuurlijk.’

Welke?

‘Je creëert wat afstand tot de redactie. Je wordt dan wel een echte baas, een beetje een enge man, hoe aardig je verder als persoon ook bent. De redactieraad zei in het begin: ‘We zijn het heel erg eens met je journalistieke koers, de krant is veel beter geworden, maar we vinden je hard op personeelsbeleid.’ Dan zei ik altijd dat het een met het ander te maken heeft. Want als je niet duidelijk zegt wie iets goed doet en wie minder, dan kan het niet beter worden. Je moet durven zeggen: ‘Dat interview was twee keer vrij nietszeggend, dus nu nemen we een andere interviewer.’ Zo hard is het leven gewoon.’

Philippe Remarque

1966Geboren in Rozendaal, Gelderland.

1978-1984 Stedelijk Gymnasium, Haarlem

1984-1990 Ruslandkunde, Universiteit van Amsterdam

1991 Correspondent in Moskou voor De Telegraaf, De Groene en Radio 1

1996 Buitenlandredacteur bij de Volkskrant

1999 Correspondent in Berlijn

2004 Politiek redacteur in Den Haag

2005 Boek: Boze geesten van Berlijn

2007 Correspondent in Washington

2008 Tegel voor zijn verslag van de Amerikaanse verkiezingen

2009Boek: De hand van Obama

2010Boek: Het zit de mannen niet mee tegenwoordig, lotgevallen van een gezinshoofd

2010Hoofdredacteur van de Volkskrant

Hij is getrouwd met columniste Sylvia Witteman en heeft drie kinderen.

Best een snelle omwenteling voor iemand die daarvoor niet eens zijn secretaresse durfde te ontslaan.

‘Zeker, daar zorgde de boosheid voor die ik voelde; verdomme, die krant kan zo veel beter! Ik heb er al die negen jaar ook heel dicht bovenop gezeten. Tot alineaniveau bleef ik me ermee bemoeien. Dat komt misschien doordat ik als schrijvend journalist ben begonnen. Vanaf de eerste zin moet het goed zijn. Ik heb de redactie doodgegooid met het citaat van Hemingway: Your easy reading is our damn hard writing.

Er schijnen twee Philippes te zijn. De ene is een jongensachtige, lieve vent die zijn mensen als een Obama kan enthousiasmeren en veel vertrouwen geeft. De andere is een harde manager die niet bang is voor het conflict.

‘Dat is inderdaad wel een grappige tegenstelling en psychologisch ook interessant. Want voor jezelf blijf je altijd die aardige jongen. Een beetje zoals mensen zichzelf 18 blijven voelen terwijl ze 53 zijn. Maar mijn passie om de lezer de best mogelijke artikelen voor te schotelen is zo sterk dat mijn aardigheid soms eventjes uitgeschakeld werd.

‘Er zit misschien wel een zekere hardheid in mij. Ik ben de jongste van drie broers, dus om thuis gehoord te worden moest ik behoorlijk mijn mond opentrekken. Er werd enorm gediscussieerd aan tafel, het was een spervuur van ruzies en proberen je gelijk te bewijzen, met groeiende intellectuele capaciteiten. Later, toen ik als student in het corps zat, werd ik ook om mijn verbale agressie geprezen, volgens mij. Ik was een slechte organisator, maar vergaderingen leiden en iedereen met kwinkslagen te snel af zijn, dat kon ik. Ik heb die verbale agressie wel moeten afleren om een beetje een normaal mens te worden. Mijn vrouw Sylvia heeft mij ook onder handen moeten nemen. Want ik was een gelijkhebberig studentje toen wij op mijn 24ste iets met elkaar kregen. Inmiddels ben ik milder geworden, minder overtuigd van mijn gelijk. Afgesleten door het leven, door het hoofdredacteurschap waarin je de zaken elke dag weer van alle kanten moet bekijken, maar ook doordat Sylvia mij heeft heropgevoed.’

Hoe heeft ze dat gedaan?

‘Door gewoon te zeggen: ‘Als je zo doet, ben je heel vervelend.’ Haha. Heel simpel. Dan weet je: je kunt wel in je gelijk blijven hangen, maar dan heb je geen blije vrouw.’

Je was van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in touw. Had je van jezelf verwacht dat je zo hard kon werken? Voordat je hoofdredacteur werd was je iemand die altijd alles uitstelde, deadlines niet haalde, te laat kwam.

‘Ik heb nog steeds wel last van procrastinatie, in disciplinaire dingen ben ik niet heel goed. Ik weet nog dat ik als student moeite had op tijd op een college van 1 uur ’s middags te komen, want dan moest ik om half 1 uit bed komen. Toen ik na drie jaar in Den Haag te hebben gewerkt de kans greep om correspondent in Amerika te worden, zei mijn moeder: ‘Jongen, jongen, zo ken ik je helemaal niet. Wat ben je toch onrustig en ambitieus. Vroeger zat je altijd dromerig voor je uit te kijken en was je heel sloom.’ Dus er is wel iets geks gebeurd.

De jaren als hoofdredacteur waren gewoon de gelukkigste jaren van mijn leven. Ik heb als correspondent veel mooie dingen meegemaakt, maar dan moet je je tijd zelf indelen, je moet jezelf gaande houden. Daar zat ik enorm mee te worstelen. Ik had stapels mooie plannen die ik niet uitvoerde omdat ik te lang deed over iets anders. En daar was ik dan weer heel boos over, boos op mijzelf. Ik heb in die tijd veel gemopperd tegen mijn vrouw. Maar als hoofdredacteur wórd je geleefd. Je agenda wordt gewoon volgepland. Dat is fantastisch! Toen het ging over mijn periode na mijn hoofdredacteurschap was Sylvia bang dat ik weer zou gaan schrijven. Dan krijg ik die worstelende vent weer over de vloer, dacht ze. Ze is dolblij dat ik een baan buitenshuis heb gevonden.’

Beeld Eva Roefs

Je treft Philippe op een kwetsbaar moment, werd me verteld. Het afscheid nemen zou je zwaar vallen.

‘Ik heb afgelopen vrijdag wel een traantje gelaten. Het is de leukste baan van Nederland, vind ik. En het is goed dat ik het opgeef, zeg ik rationeel, zodat anderen het kunnen overnemen, maar emotioneel had ik wel hoofdredacteur tot aan mijn dood willen zijn. Want het is verslavend.’

Wat maakt het verslavend?

‘De wetenschap dat het altijd beter kan. Maar goed, in grote lijnen vind ik nu wel dat ik de Volkskrant in bloei achterlaat. De oplage is gestegen, we hadden mooie scoops, zijn beloond met de meeste Tegels, de belangrijkste journalistieke prijs van het land. En wat het best is gelukt, is de sfeer van de krant veranderen. De krant heeft nu een goed humeur, de kwaliteit van het schrijven is verhoogd en het is opener van geest. We willen geen campagnekrant zijn zoals sommige andere kranten.’

Wanneer viel dat traantje afgelopen vrijdag?

‘Toen ik voor de laatste keer de zaal uitliep nadat ik mijn laatste zaterdagvoorpagina had gemaakt. Niemand heeft iets gezien, gelukkig. Maar ik vind het prima om dat soort emoties te hebben. Dan sluit je het goed af.’

Afgelopen maandag zat je er ook vrij beteuterd bij, begreep ik. Tijdens de eerste ochtendvergadering zat jij thuis.

‘Dat was een heel maf gevoel. Maar ik voelde ook dat er een last van mijn schouders viel. Dat had ik ook toen ik Pieter in Jinek zag zweten. Het is ook wel lekker dat iemand anders het nu doet, dacht ik. Want er staat een continue druk op je als hoofdredacteur. Je bent verantwoordelijk voor alles wat verschijnt, er kan altijd iemand aanstoot aan nemen, wat ook vaak gebeurt, en dan is er nog 24 uur per dag nieuws waarmee je wat moet. Het is een beetje als het leven op een boerderij; er is altijd wat te doen. De krant is als zo’n grote brug over een ravijn die geverfd wordt. Tegen de tijd dat ze aan het einde zijn moeten ze weer opnieuw beginnen.

‘Het is overigens de vraag of dat harde werken een deugd is. Want je krijgt ook iets monomaans. Het is niet per se goed om je vrienden en je gezinsleven te verwaarlozen. En dat heb ik toch wel een beetje gedaan.’

Pieter Klok vroeg zich af waardoor je zo gedreven bent om steeds weer hogerop te willen. Je zou ook lekker met Sylvia in Spanje kunnen gaan wonen met een correspondentschapje erbij.

‘Het is niet zozeer omdat ik het hogere meer aanzien vind hebben, maar vooral omdat ik heb geleerd dat je aan de knoppen moet zitten om dingen te bewerkstelligen. Laat mij aan de knoppen. En net als toen ik hoofdredacteur werd, krijg ik op mijn 53ste weer de kans mijzelf opnieuw uit te vinden. Dat vind ik heel aantrekkelijk.’

Remarque moet even televergaderen. Een stoel verderop belt hij in voor een vergadering in zijn nieuwe functie als journalistiek directeur van de Persgroep en directeur-uitgever van de Volkskrant, Trouw en Het Parool. ‘Dat is wel heel ernstig’, is zijn eerste inbreng. Later: ‘Nou ja zeg, hij pakt geld bij ons af, dat kan niet hoor.’ Stellig: ‘Er wordt geen boter bij de vis gedaan, dat is geen goed beleid.’ Die stelligheid verdwijnt als hij zich met iets technisch bemoeit: ‘Kunnen we het niet op hetzelfde moment uitrollen als het AD?’ Er klinkt gelach uit België. ‘O, dit is zeker heel stom wat ik nu zeg.’

Daarna: ‘Je hoorde het al. Woorden als content en budget en boter bij de vis, ineens moet ik onderhandelen over budgetten en dat soort dingen. Dat is echt wel ander werk.’

Dat gelijktijdig uitrollen vonden ze niet zo’n goed idee.

‘Haha nee, blijkbaar zei ik daar iets heel doms. Dat moet je dan ook meteen toegeven. Toen ik als hoofdredacteur begon, was ik de eerste maanden kei-zenuwachtig. Dat ben ik nu minder. Het is tot nu toe altijd gelukt, dus dan zal dit ook wel lukken, denk ik nu.’

Uit onderzoek blijkt dat het na je 50ste bergafwaarts gaat met je creatieve en innovatieve vermogens. Op eurekamomenten hoef je niet meer te rekenen.

‘Oe, dan treed ik op het verkeerde moment aan. Maar om dat te ondervangen zet ik samen met Marten Blankesteijn, de mede-oprichter van Blendle, een afdeling journalistiekontwikkeling op, en ook verder hebben we veel jonge mensen in het bedrijf. Maar ik zou zelf nooit toegeven dat ik niet meer zo innovatief ben. De wetenschap zegt dat volgens jou, maar ik voel me heel innovatief. En ik denk dat het juist een van de redenen is waarom de bazen mij gevraagd hebben. Ze denken dat die kracht in mij zit.’

En anders kun je ook altijd nog anderen leeg tappen. Want nieuwsgierigheid is de eigenschap die jou het meest typeert, zeiden je dierbaren. Als kind al, vertelde je broer. Toen je tante naar een nudistencamping was geweest, vroeg je haar de kleren van het lijf met vragen als: ‘Hoe is het om naakt op een barkruk te zitten?’

‘Letterlijk de kleren van het lijf, ja.’

Beeld Eva Roefs

Denk je dat die behoefte in je nieuwe functie wel bevredigd kan worden?

‘Ja, zeker, want ik kom midden in een revolutie terecht. De journalistiek an sich hoeft niet zo heel veel te veranderen. Het gaat nog altijd om waarheidsvinding, dat is en blijft de kern van de journalistiek. Maar de manier waarop het gebracht wordt en waarmee er geld wordt verdiend, is in dit digitale tijdperk in een sneltreinvaart aan het veranderen. En dat is nou juist het werk wat ik moet gaan doen. Bovendien heb ik nog nooit in de leiding van zo’n groot bedrijf gezeten, dat is een totaal nieuwe wereld voor mij. Dus ik ben weer net zo nieuwsgierig als toen ik Rusland betrad of toen ik mijn tante sprak over de nudistencamping.’

Hoeveel meer ga je in je nieuwe baan betaald krijgen?

‘Dat weet ik niet, daar hebben we nog niet over gepraat.’

Jij neemt een baan aan zonder het over je salaris te hebben.

‘Ja. Ja. Omdat ik ervanuit ga dat het wel oké is.’

Je bedoelt: dat het wel heel veel zal zijn?

‘Nee, ik bedoel: als het minder gaat worden, had ik het wel gehoord.’

De aandacht zal wel minder worden. Het is een baan die zich meer in de luwte afspeelt. Klopt het dat je te bescheiden bent om de schijnwerpers te gaan missen?

‘Ik heb vaak nee gezegd tegen talkshows. Dat was in de tijd dat mijn concurrent van NRC Handelsblad eindeloos op tv verscheen en ze mij ineens ook vroegen voor onderwerpen waarvan ik niet per se verstand had. Jezus, moet ik daar mijn two-bit mening over geven, dacht ik dan. In het begin ging ik mezelf dan nog snel inlezen of ik belde op de fiets naar de televisiestudio nog snel onze correspondent in Amerika. ‘Arie, ik moet iets zeggen over Obama, kun je me even helpen?’ Maar uiteindelijk dacht ik: ben ik daar nou voor? Of moet ik gewoon een krant  beter maken die bij driehonderdduizend mensen binnenkomt? Dat is toch veel effectiever? Dus ik heb altijd gedacht: ik ben niet zo ijdel en best bescheiden. Maar in mijn worsteling met het aftreden als hoofdredacteur heb ik mezelf er toch wel een beetje op betrapt dat het ook vanwege ijdele motieven best fijn was om de hoofdredacteur te zijn. Ze zeggen dat macht corrumpeert en ook ik ben een klein beetje aangetast misschien.’

Hoe merkte je dat?

‘Het vlees is zwak en als beroemde en invloedrijke mensen jou ineens als gelijke zien, heeft dat toch iets aangenaams. Je krijgt er gratis een soort credit bij. Alsof je op straat een tientje vindt. Als ze dan zeggen dat je dat tientje op het politiebureau moet afgeven, vind je dat op zich wel terecht. En zo is het ook terecht dat ik nu geen hoofdredacteur meer ben. Maar het is toch jammer van dat tientje.

‘Maar goed, ik krijg een heel leuke nieuwe baan en ik draag mijn oude met veel vertrouwen over aan Pieter. En ik blijf de krant helpen als uitgever. Dus ik ben totaal niet zielig. Alleen wel een beetje weemoedig.’

En het lijkt alsof je weer tien jaar jonger bent sinds de verantwoordelijkheid van je schouders is gevallen, hoorde ik. In de zin dat je weer stevig kunt drinken.

‘Haha, nou ik drink wel wat minder dan vroeger, denk ik. Maar ik moest deze dagen gewoon een paar keer flink drinken om van verdriet naar opluchting te kunnen gaan.’ 

Wisseling van de wacht

Philippe Remarque wordt opgevolgd door Pieter Klok. Klok zal worden bijgestaan door vier adjunct-hoofd­redacteuren.

Lees in deze column van Philippe Remarque waarom hij vertrekt als hoofdredacteur van de Volkskrant.

‘Dit is niet alleen de leukste en eervolste baan van Nederland. Het is ook een dollemansrit geweest die we samen hebben beleefd.’ Lees hier de afscheidstoespraak van Philippe Remarque.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden