'Ik zag hoe vrienden stierven'

'Ik woon nog bij mijn moeder, ik ben een van de jongsten in een gezin van acht jongens en zeven meisjes. Ja, dat was de wil van God, zeiden mijn ouders; zo ging dat toen! Maar ze hebben mij naar school kunnen sturen. Ik heb mijn opleiding als computerdeskundige gevolgd op het Sagar Instituut hier, een beroemde school in Libië.


Mijn broers en zussen vertelden vroeger al hoe slecht Kadhafi was, maar ik wist eigenlijk niet waar ze het over hadden. De man deed me niks. Maar later begonnen we als vrienden onder elkaar over hem te praten. In het geniep, natuurlijk.


We kregen steeds meer het gevoel dat er allerlei dingen in het leven waren die wij misten, die vanwege hem niet konden. Ik bedoel, mij ging het wel goed; ik heb een kledingwinkel en een meubelzaak. Maar mijn vrienden vonden geen werk. En je kon je hier op geen enkele manier vermaken. Ik hou van dansen. Nee, niet in een tent met drugs of zo. Gewoon, dansen. Dat kon dus allemaal niet. Geen bioscoop, niks.


Ik zag op de tv de revolutie in Tunesië, maar in het begin betrok ik die niet op mezelf. Ik denk dat het idee langzaam in mij is gerijpt. In mijn hart, wachtend om naar buiten te komen. Toen het hier begon, ben ik er vanaf de eerste dag bij geweest. En toen ik zag hoe vrienden het leven lieten, werd mijn eigen overtuiging enkel sterker.


Mijn moeder is bang dat ik mee zal doen aan de gewapende strijd. Ik ben er klaar voor. Als ik sterf, dan moet dat maar zo zijn. Want zoals we nu moeten leven onder Kadhafi, dat is helemaal niets. Dat is alsof we al dood zijn.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden