Ik word raadslid

Slechts 2,5 procent van de Nederlandse kiezers is lid van een politieke partij. Partijen zoeken nu al kandidatenvoor de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010....

Lidy Nicolasen

Berichtje in de krant: overheid gaat actief op zoek naar raadsleden. Er zijn veel zittende raadsleden die het voor gezien houden. Over een jaar zijn er verkiezingen en er bestaat angst dat er straks zetels onbezet blijven in de gemeenteraad. In een flits denk je: een recessie is er niet alleen maar vanwege de ellende. Een recessie biedt ook nieuwe kansen. Stel dat ik over een jaar op straat sta, of zwem in de vrije dagen van de werktijdverkorting. Ik weet iets van politiek; ben niet helemaal een onbenul in het staatsrecht, wat houdt me tegen? Ik word raadslid.

Hoe? Dat is minder eenvoudig. Vroeger werd je raadslid als je op de afdelingsvergadering van je partij het woord nam. Na de derde keer was je al bijna wethouder, met stip zelfs als je vader of moeder dat ambt ook had vervuld. Die tijden zijn voorbij, leert een rondgang langs de raadspartijen in mijn woonplaats Amsterdam.

Verrast gegrinnik is de eerste reactie. Niet elke kandidaat meldt zich zo plompverloren. De voorwaarden volgen snel: lid worden van de partij, de kandidatencommissie vertellen wat je hoopt te bereiken in de lokale politiek, wat jij de partij te bieden hebt met jouw specialisme. Van de SP moet ik de straat op – ‘geen fractie zonder actie’. Bij iedereen moet je op cursus. Bij GroenLinks – ‘Grijp je kans’ – maar liefst op vijf zaterdagmiddagen, bij de SP op zes zaterdagochtenden. Van de PvdA moet ik een goed netwerk hebben.

De vijver waaruit al deze partijen vissen, is heel klein. Van alle kiezers is 2,5 procent lid van een politieke partij. Slechts een half procent is ook echt politiek actief. Alle gekozen volksvertegenwoordigers in Nederland zitten dus in die groep. Overal in het land kennen ze het rekensommetje. Ze zoeken andere wegen om mensen te vinden. De politieke partijen in Almere hebben hebben besloten samen te zoeken. ‘Heb u er weleens aan gedacht om raadslid te worden’, vragen ze hun burgers via de speciale website. De PvdA in Amsterdam werft onder niet-leden. D66 gaat op twee avonden potentiële kandidaten vertellen wat de partij met de stad wil.

De tijd dringt
Nee, het is niks te vroeg, verzekert iedereen. Integendeel, de tijd dringt. In oktober moet er een verkiezingsprogramma zijn, in november een kandidatenlijst. De SP werd vorige keer enigszins overvallen door de ferme verkiezingswinst; D66 is als de dood dat zij niet op tijd kandidaten voor alle deelraden heeft. De komende maanden paraderen honderden Amsterdammers voor gemeenteraad en deelraden langs vele commissies van ervaren partijgangers en mensen die zijn geschoold in het selecteren en testen van andere mensen.

Het is vloeken in de kerk van geheide partijgangers, maar je kunt best een beetje shoppen alvorens je partij te kiezen. ‘Je hoeft van de Kieswet pas partijlid te zijn, als je wordt gekozen. Eerder niet’, zegt Roderick van Voorst tot Voorst (VVD) stellig. Hij doet voor zijn partij de scouting in Amsterdam. Bij de zusterpartijen zijn ze minder lankmoedig. Minstens een jaar lid zijn, zegt het CDA. Voordat je je aanmeldt, aldus de SP. Het partijstatuut van D66 noemt zes maanden. Drie maanden bij GroenLinks, wil je meestemmen. Ook moet je een rondje maken in de partij. Een prettige bijkomstigheid is dat alle partijen de eigen regels prompt aan de wilgen hangen als jij de gedroomde kandidaat blijkt te zijn.

De beste kandidaat is een authentiek mens. Schrijf het rustig met hoofdletters, want alle scouts laten dit woord vallen. ‘Je moet dicht bij jezelf blijven, de motivatie moet vanuit jezelf komen’, zegt CDA’er Alwin de Jong. Authenticiteit als natuurlijke overtuigingskracht, uitstraling, humor, een verhaal kunnen afsteken, kunnen netwerken, het vermogen hebben je te verstaan met burgers ook als ze je de loef afsteken. Stressbestendig. Allemaal dingen die je niet op een cursus leert.

Achtergrond, specialisme, ervaring, geslacht en leeftijd tellen mee, naar gelang de behoefte. En dan nog: het raadslidmaatschap is niet voor iedereen weggelegd. ‘Lokale politiek is niet van ‘wow’, zegt raadsgriffier J. Pruim van Almere. Wie geen zitvlees heeft en geen vrede met de vergaderingen in kamertjes achteraf, kan het maar beter meteen vergeten. ‘Goede raadsleden herken je. Ze zijn trots op de stad, ze kunnen de praat van de straat vertalen naar de politiek. Met opleiding heeft dat niks te maken’,

Kenner bij uitstek
Hans Engels is een kenner bij uitstek van de lokale politiek. Hij is hoogleraar gemeenterecht in Groningen, senator en voormalig statenlid voor D66. ‘Niets is een automatisme. Je kunt een authentiek talent hebben, maar te weinig opleiding om voldoende inzicht te kunnen verwerven. Ik ken mensen die een goede opleiding hebben, maar elke feeling missen. Sociale vaardigheden zijn nooit weg, maar mensen die door iedereen aardig worden gevonden, lopen vaak niet voorop.

‘Je zit niet in de raad om met iedereen vriendjes te zijn. Je moet ook beseffen dat burgers mondig zijn. Je hebt assertieve en ontevreden burgers, die niet veel ontzag hebben voor bestuurders. Nee, het is geen minachting, eerder onverschilligheid. Ze komen pas in actie als er iets speelt. In het café de Vette Vaatdoek moet je aan de stamtafel zitten om te weten wat er onder de bevolking leeft. Je hoort politici vaak in een reflex zeggen: we gaan de wijken in. ‘Oh god, daar heb je de raad, onder de bank allemaal’, reageren burgers dan. Je moet leren op een creatieve en intelligente manier met burgers om te gaan. Het is moeilijk, maar ook verslavend.’

‘Ja en nee’, zegt Ria Logtenberg (31) op de vraag of zij ook verslaafd is aan de politiek. Ze is een boerendochter uit Drenthe, die verpleegkunde studeerde in Groningen en naar Amsterdam kwam om sociologie te studeren. In de collegebanken van hoogleraar Kees Schuyt werd ze gegrepen door de politiek. In 2006 kwam ze voor de PvdA in deelraad De Baarsjes; in 2008 belandde ze in de gemeenteraad.

Alsof ze in een nieuwe klas kwam, zegt ze. De kaarten waren al geschud, ze kwam er nog helemaal niet aan te pas, hoezeer ze zich ook had voorgenomen het verschil te maken. Mensen zouden moeten kunnen zeggen: Ria is hier geweest. Intussen weet ze dat ze het meest gevreesde raadslid van het stadhuis is en ook het minst bekend is bij de burger.

‘Vraag is of je de rol van politicus oppakt of die van controleur van het beleid. Iedereen wil politicus zijn, maar je moet wel heel goed weten hoe dat moet. Soms wil ik te snel en dan ontstaat er tegenstand in de fractie, mensen remmen je af. Ik wil de beste zijn. Het korenveld om je heen is hoog, maar je wil er altijd toch nog bovenuit steken. Jij moet beslissen of de tijd er rijp voor is, je moet vertrouwen op je kompas, je intuïtie. De zorg is mijn onderwerp, maar iedereen is voor goede zorg tegen een nette prijs. Het is daarom niet echt een onderwerp waarmee je je voor de buitenwacht kunt profileren.

‘Maar het leuke van politiek is dat aan jou het eerste en het laatste woord wordt gevraagd. Wat vind je ervan?, vragen ze. Ze verwachten dat je een mening hebt; je mag je overal mee bemoeien. Natuurlijk, het is iets minder als burgers niet blij zijn met je besluiten. Ik wil ook nog een beetje aardig worden gevonden. Zo’n leven als Wilders, dat zou ik niet willen.’

Bol van de emotie
Niemand zegt het echt hardop, maar iedereen weet het: de lokale politiek staat bol van de emotie. Afgunst, haat, nijd, seks: het is er allemaal. Het werk kost tijd en energie en dan, zegt CDA’er De Jong, ‘staat er ook altijd wel ergens een journalist klaar die je afbrandt. Je moet heel goed nadenken voordat je het doet.’ Engels: ‘Je kunt nog zo rationeel zijn in de dingen die je doet, maar emoties komen veel voor in het gemeentebestuur. Vaak als gevolg van verkeerd begrepen intenties en bedoelingen. Je moet als raadslid gevoel hebben voor emoties van anderen en niet te onderschatten die van jezelf. Er zijn momenten dat je je gepasseerd voelt, verneukt, niet gewaardeerd, dat het misloopt met de wethouder, de ambtenaren, tussen de bodes en jou. Allemaal botsingen die spanning en stress veroorzaken.’

Toch is niet de hoog opgelopen emotie, maar de werkdruk voor veel raadsleden de belangrijkste reden ermee te kappen. Ervan bestaan kun je niet. In Amsterdam verdient een raadslid bijna tweeduizend euro, exclusief onkosten. Ria Logtenberg – geen kinderen wel een partner – heeft het goed geregeld voor zichzelf en wil door. Ze heeft een parttimebaan in de reïntegratiebranche in Rotterdam en leest de meeste raadsstukken in de trein. Het raadswerk vergt haar zestien tot twintig uur per week, precies zoveel als de PvdA zegt dat je het aan tijd kost. Maar de kleinere fracties waarschuwen: reken op dertig tot veertig uur per week.

Klachten over werkdruk zijn niet besteed aan hoogleraar Engels, ook al erkent hij dat het werk niet te doen is naast een volledige baan. ‘Veel raadsleden denken nog steeds dat ze alles moeten lezen. Je moet op hoofdlijnen sturen en pas aan de bel trekken als het fout gaat. Zo is het duale systeem. Maar nog steeds heerst de opvatting dat je geen goed raadslid bent als je er niet bovenop zit, als je niet alles hebt gelezen. Dat moet je afleren.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden