'Ik woon in Mogelijkheid'

Dichteres Marjolijn van Heemstra herlas de poëzie van Emily Dickinson, nu gebundeld in één band, vertaald en toegelicht door Peter Verstegen.

To make a prairie/ it takes a clover and one bee, / One clover, and a bee,/ And revery./ The revery alone will do,/ If bees are few.

Dit gedicht staat op de gevel van een huis op de Amsterdamse Marnixstraat. In mijn eerste studiejaar fietste ik er op weg naar college dagelijks langs. Vaak kreeg ik het de rest van de ochtend niet meer uit mijn hoofd. Het werd mijn Marnixstraatmantra. De prairie, het klavertje, de bij, de dromerij. De gedachte dat je voor het maken van wereldse zaken uiteindelijk niets nodig hebt dan voorstellingsvermogen. Zelfs als er geen bijen zijn, ligt de prairie binnen handbereik, ook op die eindeloze Marnixstraat waar het altijd leek te regenen. Op het laatste smalle stukje gevel stond de naam van de dichter: Emily Dickinson (1830-1886).

Mijn colleges liepen af, mijn fietsroute veranderde, maar het gedicht had zich inmiddels in mijn geheugen genesteld als een aanstekelijk kinderliedje. Een paar jaar later, toen ik een lezing over 19de-eeuwse Amerikaanse poëzie bijwoonde, doken ze plotseling weer op. De prairie, het klavertje, de bij, de dromerij. Op het scherm achter de spreker werd een daguerreotype uit 1846 geprojecteerd. De schrijfster van mijn mantra kreeg een gezicht. Een jonge vrouw met zwart haar in een strakke scheiding en grote, donkere ogen. Een beetje van de wereld, leek ze. In het programmaboekje stond een gedicht afgedrukt.

I am nobody! who are you?

Are you nobody too?

Then there's a pair of us-don't tell!

They'd banish us you know.

How dreary to be somebody!

How public like a frog

To tell your name the livelong day

To an admiring bog!

Als ik me voel alsof het bovenste deel van mijn hoofd weggenomen is, dan weet ik dat het poëzie is, schreef Dickinson. Als ze daarmee bedoelde dat poëzie het hoofd groter lijkt te maken, de schedel van elastiek, en ruimte schept in het denken, dan was dit de ervaring die ik had.

En na veel van haar werk gelezen te hebben is I'm nobody! voor mij nog steeds het veelzeggendste van haar gedichten. Grillig, kinderlijk en lucide tegelijk. Met de uitroeptekens die de woorden een grote nadruk geven. Alsof ze het in je oor sist. Ik ben niemand! En dan de vraag. Wie ben jij? Ze spreekt je aan, direct, biedt een mogelijkheid haar nabij te komen. Want op de vraag of ook jij niemand bent, heb je natuurlijk bevestigend geantwoord. Je wilt geen publieke kikker zijn, je wilt een paar vormen, met Emily Dickinson.

Een stoet aan personages trekt door haar gedichten; een non, een bruid, een bloem, elk met een eigen stem en standpunt. Als je denkt een groot idee over de mens of de wereld te hebben gevonden, wordt dat een paar gedichten verderop weer onderuit gehaald, soms zelfs tegengesproken.

Ik woon in Mogelijkheid, schrijft Dickinson. Niets is zeker. Behalve misschien de toestand van twijfel waarin ze zich het prettigst lijkt te voelen. Verwondering - is niet echt weten/ En ook niet echt onwetendheid -/ Een mooie maar kale conditie -/ Wie het nooit voelde leefde niet -

Als ze al naar een waarheid streeft dan zoekt ze die in de essentie van de menselijke ervaring. Voorgoed - bestaat uit hedens -, schrijft ze, en die 'hedens' bestudeert ze met microscopische blik. Of het nu om de ervaring van tijd, een zonsondergang of een stervende tijger gaat.

Haar werk is de afgelopen jaren vertaald door Peter Verstegen en onlangs gebundeld in één band. Verzamelde gedichten telt meer dan achthonderd pagina's en dat is niet alleen poëzie. In de tweede helft van het boek krijgt elk gedicht een uitgebreide toelichting. Die historische context is vaak interessant en in sommige gevallen noodzakelijk om de tekst goed te begrijpen.

Verstegen licht ook zijn keuzes toe. Waarom hij 'scarlet' als 'schaamrood' vertaalde en 'true' als 'echt'. Vorm en inhoud zijn in deze vertaling perfect in balans gebleven.

Zo klinkt de Marnixstraatmantra in het Nederlands:

Het maken van een wei vereist een klavertje en

een bij,

Een klavertje, een bij

En dromerij.

Genoeg is enkel dromerij,

Bij weinig bij.

Emily Dickinson: Verzamelde gedichten.

Uit het Engels vertaald door Peter Verstegen.

Van Oorschot; 960 pagina's; € 29,90.

ISBN 978 90 2824 171 8.

Marjolijn van Heemstra's debuutbundel Als Mozes had doorgevraagd verscheen in 2010 bij Thomas Rap.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden