ik woon dus ik ben

Sinds design een massa-artikel is geworden kiezen veel mensen voor handgemaakte meubels om een bepaalde status of imago te verwerven....

Zo gespecialiseerd als de meubelmaker te werk gaat, zo speciaal kan ook de opdrachtgever zijn. Joost Cords, directeur van het bedrijf La Mar (ondertitel 'meesters in meubels en interieur op maat') uit Rotterdam, haalt een herinnering op aan een klant bij wie hij een compleet interieur had afgeleverd. Toen het op uitbetalen aankwam, haalde de man 35 briefjes van 1000 te voorschijn. 'De schrik sloeg me in mijn benen. Het vooruitzicht dat ik met die hoeveelheid contant geld over straat moestellipse En ik was zo verbouwereerd dat ik het bedrag eerst niet helemaal goed natelde. Bleek ik tien briefjes van 1000 tekort te komen. Die haalde mijn klant uit het handschoenenkastje van zijn Mercedes. Toen ik bij de bank de biljetten wilde inwisselen, trof ik een merkwaardige loketbediende. Die begon aan de briefjes te snuffelen. Ze hebben jarenlang in een la gelegen, stelde hij vast. Zo muf roken ze.' Het idee dat er al die tijd tien mille in een auto had gelegen.

Laatst nog. Cords werd gevraagd de nieuwe woning, 'een kast van een huis', voor een advocaat in Rotterdam in te richten. Carte blanche kreeg ie, van iemand die duidelijk geen smaak had. Een workaholic. 'Het was zo iemand die bij wijze van spreken de sprong van een studentenkamer naar een villa van een miljoen maakte, en daar in zijn eentje ging wonen. Zijn eigen meubelen: ik zou het nog niet eens Ikea willen noemen. Dat kom ik vaak tegen. Mensen die een huis kopen, een binnenhuisarchitect in de arm nemen, alles op maat laten maken en zich daarmee een smaak toe-eigenen.'

Cords onderscheidt twee groepen consumenten die zo handelen, ouderen die hun schaapjes op het droge hebben, hetzij door een erfenis, hetzij door de lucratieve verkoop van de onderneming. Tot de andere groep behoren de dertigers die in een snel tempo rijk zijn geworden, bijvoorbeeld in de ict-business, en zich via het interieur een status of imago aanmeten. Voor hen staat het huis gelijk aan de auto voor de deur, met het prijskaartje als bindend element. Begrijpelijk dat een meubelmaker soms in extreme omstandigheden terechtkomt, zoals het kantoor aan de Lange Voorhout dat Cords' firma tot in de puntjes moest verbouwen. Vergadertafels, kasten, lambrisering, pantry's, bij voorkeur in de kostbaarste houtsoorten zoals wortelnoot of Italiaans noten. Alsof er geen dipje in de economie waarneembaar is.

De timmerman - excuseer, de meubelmaker - beleeft gouden tijden. Niet zelden moet een veeleisende klant een jaar of nog langer wachten totdat zijn gedroomde dressoir of hoogst persoonlijk bedachte badkamer wordt geleverd. Schilders, je mag blij zijn als er nog iemand voor de volgende regenperiode in 2002 beschikbaar is. En over aannemers praten we al helemaal niet. Ze ontmoedigen hun klandizie met opgeschroefde of -

fertes om hun agenda niet verder te laten vollopen.

Wie geld heeft en hoge eisen stelt, moet geduld uitoefenen: hij is veroordeeld tot de luxueuze wachtlijst. Natuurlijk, de dol makende huizenverkoop van de afgelopen jaren heeft een compleet leger architecten, interieurarchitecten, aannemers, meubelmakers en klusjesmannen een hoop werk bezorgd, om over de retailwinkels in de meubelboulevards maar te zwijgen. De handgemaakte meubelinrichting lijkt in het gat te springen dat is gevallen sinds design een massa-artikel is geworden waarmee de kritische consument niet langer opvalt. Philippe Starck komt de eer toe dat hij design van zijn voetstuk heeft gehaald, en zo ongeveer elk denkbaar product heeft gestyled, waarna met het Nederlandse Droog Design weer aandacht is gekomen voor het unieke en bijzondere. Met Droog Design keerde de geur van ambachtelijkheid enigszins terug.

De belangstelling voor het speciale (die bijna op een lijn staat met de culinaire verfijning in restaurants) is niet louter en alleen toe te schrijven aan de huizenmarkt. Steeds meer mensen willen zich met hun totale interieur onderscheiden, en daarin schieten Ikea, Habitat (vroeger) en de woonwinkels - hoe breed gesorteerd ook - tekort. Een standaard-inrichting vloekt met een oud huis dat er nu eenmaal niets aan kan doen dat het is behept met schuine wanden, hoge plafonds of kamers-en-suite-schuifdeuren. En wie het heeft aangedurfd om zijn huis 'onder architectuur' te bouwen, zou wel gek zijn het laatste restje spaargeld te spenderen aan enkele spaanplaatkasten. Dan zou het effect van het esthetisch avontuur teniet worden gedaan. Steeds vaker streeft een huiseigenaar naar een stijlconcept voor het hele huis, waar hij vroeger volstond met een in het oog springend object. Nu schiet de wegwijzer heen en weer tussen minimaal, mediterraan, Engels-rustiek, en wat niet al.

Geduld en vasthoudendheid, die twee eigenschappen hebben Marco Joosten en Suleyman Duloglu aan de dag moeten leggen bij de verbouwing van hun grachtenhuis in Amsterdam. Duloglu kocht het huis tweeënhalf jaar geleden in de staat zoals het in de jaren zeventig was verbouwd. Bruine vloerbedekking, een eikenhouten keuken met deur-

profielen en een groene badkamer.

Toen hij de makelaar vroeg welke interieurarchitect hij kon aanbevelen, werd hem een lijst met drie namen overhandigd. Hij koos de ontwerpersgroep Trude Hooy kaas. Wat hij van haar werk zag, beviel hem: haar oog voor kwaliteit, voor details en ingetogenheid. De consequentie van deze keus was wel dat hij een jaar de bruin-groene misère voor lief moest nemen en vervolgens een jaar bij zijn vriend introk om het stof te ontlopen. Joosten, van beroep steward, maar met een halve architectuuropleiding als achtergrond, zegt zeer kritisch te zijn. 'Overal waar ik binnenkom, kan ik alternatieven bedenken als ik zie wat er niet klopt. Toen Suleyman de tekeningen liet zien - we kenden elkaar net - en vertelde hoe hij het wilde uitvoeren, kon ik geen tegenargument bedenken.'

Hun prioriteit luidde: kasten. Veel kasten. Joosten: 'Suleyman is slordig en ik ook. We hebben ruimte nodig om onze post of onze schoenen te bergen. In mijn oude huis had ik er een hekel aan dat de eetkamertafel binnen de kortste keren vol lag met brieven en spullen.'

Aan kasten geen gebrek in het grachtenhuis. We maken een kleine tournee. Om te beginnen de keuken, zo opgeruimd dat het lijkt alsof er nooit wordt gekookt. Het tegendeel is het geval. Suleyman staat elke avond achter het fornuis; ze houden van diner party's met vrienden, vandaar de lange houten tafel en de nog langere bar, afgedekt met een plaat van matzwart graniet die door twee bouwvakkers door het trappenhuis naar boven is gebracht. 'Ze waren zo ongeveer dood toen ze bovenkwamen.'

Alles is op maat gemaakt. Over elk detail is nagedacht. Zoals het aparte kastje voor de plastic zakjes. Of het schap onder het aanrecht voor de gootsteenbak waarin borstels, sponsen en doekjes gelegd kunnen worden, zodat het blad leeg blijft. Kastenwanden, waar je ook kijkt, die naadloos opgaan in de muren door het ontbreken van knoppen. Achter een deur staat een uitklapbaar logeerbed, terwijl de deur ernaast een wand verbergt die rondom het bed wordt geschoven en zich vastzuigt aan vloer en plafond. Een kast voor de sterke drank en wijn, een voor de hifi-installatie, die weer is aangesloten op speakers door het hele huis, weggewerkt achter roosters onder het plafond. 'Pijpen of draden wilden we niet zien.'

Tussen de slaapkamer en de badkamer bevindt zich een inloopkledingkast, in de badkamer zelf puilt een wc-rol uit een crème gelakte plaat. Ook daarachter komt een kast te voorschijn met plaats voor de badjassen en toiletartikelen.

Na de tocht door het 'kastenparadijs' is wel duidelijk: aan deze eisen had bij wijze van spreken Pakhuis Amsterdam nooit kunnen voldoen. 'Het is Suleymans droom, die zo uitgekomen is', zegt Marco. 'We wisten samen wat we wilden, en dat klikte met het bureau Hooykaas.'

Eerst was het de elite en de Gooise scene die het interieur van hun villa's op maat lieten maken, nu is de groep klanten verbreed, zegt Toon van den Hoeven die met zijn broer Daan on der de naam 'Hoeven' keukens, badkamers en kleine verbouwingen regelt vanuit een werkplaats in Amsterdam-Noord. In de werkplaats van 'Hoeven' staat een klassiek keukenbuffet, symmetrisch en rijk versierd voor een klant die zoiets op een foto had gezien en het letterlijk wil nagebootst. Toon van den Hoeven doet er niet moeilijk over. Ook al heeft hij een Rietveld-academie-achtergrond, als een klant een kast in rustieke stijl wil, krijgt hij dat. 'U vraagt, wij draaien.' Zo gaat dat.

Hoeven heeft net een volledig interieur in Engelse stijl voor de eigenaar van een videotheekketen getimmerd. 'Ik zou het zelf niet moeten, maar voor de mensen zelf is het een droom.' Om het nog persoonlijker te maken, nemen de broers hun klanten mee naar showrooms, leggen ze brochures en tijdschriften voor, weten waar het bijbehorende deurbeslag te koop is, waar de mooiste plavuizen. Want men wil iets exclusiefs, pretendeert fijnproever te zijn en heeft daar zonder morren twee à drie ton voor over. Overigens rekent Hoeven ook kunstcritici, omroepmensen en journalisten (Stan Huygens van De Telegraaf is er een van) tot zijn klantenkring, die hem de opdracht geven voor een strakke badkamer of drie meter hoge boekenkast (met trap). Of neem de klant die een donkerhouten bureaublad als uitgangspunt nam voor de hele betimmering van zijn binnenhuis, van buffetten tot vergadertafels. Van een economische crisis, ook van de vorige, heeft Hoeven geen weet. 'Toen het iedereen eind jaren tachtig slecht ging, hadden we ook genoeg te doen. Je hoeft voor mij echt geen reclame te maken. We willen niet te groot worden.'

Dat de specialist zo goed boert, komt doordat de consument inziet dat een handgemaakte keuken nauwelijks duurder is dan een Siematic, en wel een stuk degelijker. Hetzelfde geldt voor kasten die kunnen concurreren met Interlübke. Daarbij speelt dat met name in de keuken niets meer te dol is. Van den Hoeven somt op: 'Ze willen een Smeg-oven, een steamer - omdat ze hebben gemerkt dat de vis in het restaurant altijd lekkerder is - een bordenverwarmer en een koffiemachine van 2000 gulden.' De invloed van de horeca doet zich gelden in de particuliere keuken, waar het hobbyisme is omgeslagen in professionele voedselbereiding. En laten we eerlijk wezen, daar waren Philips noch Bruynzeel op berekend.

Industrieterrein Kolkweg-Noord te Oos t zaan is, zoals overal in Nederland, gevuld met naamloze blikken dozen. Het kantoor - geen showroom - van Piet Boon springt er met zijn open glazen façade tussenuit. Boon, gebruind gelaat, jongensachtig voorkomen, is van een aannemer met opleiding mts opgeklommen tot een ondernemer die zich ook bemoeit met (interieur)architectuur. Hij bouwt, verbouwt huizen en doet dat zo succesvol dat binnenkort een boek met zestien projecten van hem verschijnt, waaronder restaurant De kas in Amsterdam.

Zijn geheim? Boon zegt zelf zo overenthousiast te zijn, dat hij zijn klanten

wel eens afschrikt, maar degenen die hem

op waarde kunnen schatten, schenken hem zijn vertrouwen. 'Dan willen ze de keuken verbouwd hebben, begin ik met het

hele plaatje. Het hele verhaal. Moet de

plattegrond niet veranderd, weet je zeker

dat de woonkamer zo moet blijven?' Niet zelden is de verbouwde keuken aanleiding tot een complete reshuff ling, die de verblufte klant achterlaat met meer dan één open haard, een Japans aandoende badkamer met een spartaanse badkuip van geborsteld metaal en veel bewerkt eiken. Boon-eiken, dat wil zeggen dikke bladen met een gebrocheerde zijkant, en het hout met loog behandeld, waardoor het lijkt alsof er een lichte krijt aanslag op ligt.

Aan zo'n tafel zitten we in Boons kantoor. Je kunt er als onderduiker een volgende oorlog mee doorkomen, of zoals de bedenker zegt: er kan een kinderfeestje op gebouwd worden. De voorkeur van dé aannemer-architect van dit moment laat zich beschrijven aan de hand van de meubelstukken en accessoires om ons heen. Dat zijn, behalve de robuuste tafel, metershoge urnen gevuld met bamboestokken, flinke chaises longues bekleed met naturel stoffen, planken vloeren en een ereplaats voor de open haard. Oversized design.

Omdat zijn echtgenote en zijn twee vrouwelijke architecten de beurzen aflopen en aldus nieuwe ideeën vergaren, rekent hij zich tot de voorlopers. Hij voelt de trend aan.

Ook bij Boon lijkt de klant niet te hoeven komen als hij niet minimaal een ton meebrengt, en zelfs al heeft de betrokken persoon naam in Hilversum, hij dient persoonlijk langs te komen in Oostzaan om te kijken of het klikt. Anders komt het niet goed. 'We moeten er wel achter staan.' Daarna kan het feest beginnen. Want zo beschrijft Boon zijn werk, of het nu een winkel voor Reflections, de showroom voor Spijker-auto's of een villa van een mediatycoon is. 'We bedenken dingen die gemaakt kunnen worden', stelt hij, en dat verschilt van een willekeurige architect die de aannemer tot wanhoop brengt met onuitvoerbare details op tekeningen.

Dat enthousiasme lokte Cor Jongens, mede-directeur van een horeca-groothandel in Oostzaan. Boon moest het derde woonhuis - eerder woonde Jongens in standaardhuizen - verbouwen. Het was een bouwvallige boerderij compleet met hooischuur waarvan de contouren in het dorpsgezicht gehandhaafd moesten blijven. 'Boon is zo iemand die doorvraagt, of je zeker weet dat je de verbouwing zo wilt hebben. Of het niet anders moet. Dat heb je bij gewone aannemers niet, die voeren uit wat je hun vraagt. De aannemer komt binnen, verbouwt en vertrekt. Zo hoef ik het niet. Ik wil tegenwerk.'

Zijn smaak is op deze manier wel bijgesteld, vindt Jongens, hoewel hij niet in elk voorstel wilde meegaan met Boon. 'Zo'n zinken bad, daar krijg je mij niet in.' Zijn interieur zou hij beschrijven als niet klassiek en niet te minimalistisch modern. Rust, dat is het voornaamste. 'Elke kamer straalt rust uit door de natuurlijke materialen en de strakke wanden. Eerst dacht ik wel, wat moet ik nou met al dat hout? Eiken? Daar had ik nooit aan gedacht. Nu het er ligt, is het volkomen logisch.'

Dankzij Boon kwam Jongens tot de conclusie dat zijn aanvankelijke plan om de hooischuur te bestemmen tot garage, niet zo wijs was. Kijk nou eens op de plattegrond, had ie gezegd. Die schuur kijkt uit op het mooiste stukje van de tuin. Ga je daar je auto in zetten? Jongens zwichtte. De hooischuur veranderde van garage in een vorstelijke slaapkamer. De keerzijde is dat de bewoner van een van de mooiste percelen in de Zaanstreek gedwongen is zijn auto's buiten te laten staan.

Dat moet dan maar. Ook dat is niet standaard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden