INTERVIEW

'Ik wist niet dat die Pyreneeën zo steil waren'

Oud-Engelandvaarder Rudi Hemmes is na de oorlog altijd bij de krijgsmacht gebleven. 'Als er nu weer oorlog zou zijn, zouden er meer Engelandvaarders zijn dan toen. We hebben een belangrijke les geleerd, namelijk dat niets doen verkeerd is. Je moet een keuze maken.'

'Op een dag vroeg mijn kleindochter: 'Opa, wat heb jij in de oorlog gedaan?' Ik zei dat pappa dat toch vast wel had verteld. Maar die wist van niks. Ik dacht: shit, hij heeft gelijk. Ik heb er gewoon nooit over gepraat.' Beeld Robin De Puy

'Ik haatte Duitsers. Ik vond het schoften. Zeggen dat ze Nederland moesten binnenvallen omdat wij anders het Ruhrgebied zouden bezetten. Zelfs ik, als 16-jarige, wist dat het gelogen was. En het bombarderen van Rotterdam, terwijl we ons al hadden overgegeven, dat was een ongehoorde schoftenstreek.

'Daarna kwamen de maatregelen. Je moest om 23.00 uur binnen zijn en mocht pas om 06.00 uur weer de straat op. Dus alle feestjes begonnen om 23.00 uur en eindigden om 6.00 uur. En als er geen moer aan was, moest je maar zien hoe je thuis kwam. Als we naar huis liepen, deden we onze schoenen uit om geen lawaai te maken. We waren niet vrij meer in ons doen en laten. Ik besloot dat ik ze het zo zuur mogelijk wilde maken.

'In 1943 vertrok ik met mijn maatje Bob naar Engeland. Via mijn voetbalclub HBS kende ik mensen in Brussel en Parijs. Met hun hulp zijn we met valse papieren in Zuid-Frankrijk terechtgekomen. We wisten dat we in Spanje op neutraal gebied zouden zijn. Maar de Pyreneeën, dat zei ons niks. We wisten niet dat het zó steil was. En dat al die dalen van oost naar west lopen en dat je dus steeds omhoog en weer naar beneden moet.

De laatste ooggetuigen

Het aantal Nederlanders dat de oorlog bewust heeft meegemaakt, wordt snel kleiner. Wat weten ze zich 70 jaar later nog te herinneren? En hoe heeft de oorlog de rest van hun leven bepaald? Aflevering 5: Rudi Hemmes (1923), generaal-majoor b.d.

'Na drie dagen en nachten lopen, kwamen we op de grens tussen Frankrijk en Spanje. Daar hebben we elkaar omhelsd. We waren uit bezet gebied. In Spanje zijn we korte tijd vastgezet, maar met behulp van de ambassade kwamen we vrij en konden we doorreizen naar Lissabon. Daar kreeg ik een plaats in een vliegtuig naar Bristol.

'Ik kwam er in februari 1944 aan. De meeste Engelandvaarders werden ondergebracht bij de Prinses Irene Brigade. Ze waren blij dat er weer eens een soldaat kwam, meestal kwamen er officieren of kerels met een hoge opleiding. De eerste keer dat we gingen schieten, deed ik dat het beste van iedereen. Had ik op de kermis geleerd, denk ik. Ik kreeg meteen een opleiding tot brenschutter. Ik kon alleen niet zo goed zien. Bij de keuring keek ik stiekem naar de letters op de kaart en leerde ze uit mijn hoofd. Ik werd goedgekeurd en ingedeeld bij de verkenningsafdeling.

'In augustus, twee maanden na D-Day, werden we gedropt in Normandië, om van daaruit naar Nederland te trekken. Nabij Bréville zaten we op 400 meter van de Duitsers. Er werd hevig geschoten. Daar zijn de eerste doden gevallen. Daarna hebben we vooral in kleine plaatsjes, zoals Pont-Audemer, gevochten en meegeholpen met de bevrijding.

6 juni 1944 D-Day: strandbataljon bij de invasie van de geallieerden in Normandië.

Chevalier de la Légion d’Honneur

Generaal-majoor b.d. Hemmes is voorzitter van de Vereniging van Engelandvaarders en de Vereniging oud-strijders Prinses Irene-brigade. In 2004 kreeg hij uit handen van de Franse president Chirac de onderscheiding die hoort bij de titel Chevalier de la Légion d'Honneur (Ridder in het Legioen van Eer).

'In Nederland werden we ingezet voor de bevrijding in Tilburg. Daarna trokken we naar Zeeland, onder meer om te kijken of er zich nog Duitse soldaten verborgen hielden. De bevrijding van Den Haag maakte ik niet meer mee. In januari werd ik teruggestuurd naar Engeland om te worden opgeleid tot officier.

'Ik vroeg een maatje van me om naar het huis van mijn verloofde te gaan, om te zeggen dat ik zeker terug zou komen. Maar toen hij haar zag, zei hij: 'Je krijgt de groeten van Rudi, maar je hoeft niet meer op hem te rekenen, want hij heeft al een ander'. Gelukkig vond ze hem een verschrikkelijke zak, omdat hij dat had verteld. Maar toen ik een half jaar later terugkwam uit Engeland, ging ze met een Canadees. Met hem is ze uiteindelijk getrouwd.

'De periode na de bevrijding viel erg tegen. Mijn familie was uit Den Haag geëvacueerd vanwege de bouw van de Atlantikwall. Ze zijn naar Bilthoven verhuisd. De dag dat ik thuiskwam, werd mijn stiefvader begraven. Hij had door de hongersnood het leven gelaten. Mijn moeder heeft het daar nog lang moeilijk mee gehad.

Nooit meer oorlog?

'Sinds de jaren zeventig roep ik met overtuiging dat de islam het grootste gevaar is voor Europa. De radicale moslims gaan ervan uit dat als je niet tot de islam behoort, je moet worden afgemaakt. Wat dat betreft zijn ze nog middeleeuws. Ik zei toen al: als die kerels naar Europa komen en je laat ze hun gang gaan, dan wordt het levensgevaarlijk. En dat wordt nu met de dag meer bewezen.'

Krijgsmacht

'Na de oorlog ben ik bij de krijgsmacht gebleven, omdat ik vond dat het nooit meer oorlog moest worden. Als je vrede wil, moet je zo sterk zijn dat niemand je durft aan te vallen. Daarom hadden we een goed georganiseerde krijgsmacht nodig. Ik heb altijd militairen opgeleid, dat is vrijwel mijn hele carrière zo geweest.

'Wel kreeg ik in het begin problemen met kerels die op dezelfde middelbare school hadden gezeten als ik. Die waren na hun eindexamen naar de officiersopleiding gegaan, maar hadden door de oorlog nooit een diploma gehaald. Zij hadden als vaandrig het land verdedigd en kwamen als vaandrig terug uit het krijgsgevangenenkamp. En toen stond die snotneus daar met vier maanden training en een officiersster op zijn kraag. Ze waren woedend, en terecht. Ik kwam er altijd wel eentje tegen die zei: 'Jij hebt de oorlog gevierd, maar wij hebben 'm gevoerd'.

'In 1947 werd ik gedetacheerd bij de luchtmacht, om reserveofficieren op te leiden. Daar werd ik tenminste gewaardeerd om wat ik had gedaan en kreeg ik nooit meer het verwijt dat ik zo snel officier was geworden. Toen ik om permanente overplaatsing vroeg, verklaarden collega's me voor gek. Maar ik werd liever majoor bij de luchtmacht dan overste bij de landmacht.

'Op een dag vroeg mijn kleindochter: 'Opa, wat heb jij in de oorlog gedaan?' Ik zei dat pappa dat toch vast wel had verteld. Maar die wist van niks. Ik dacht: shit, hij heeft gelijk. Ik heb er gewoon nooit over gepraat.' Beeld Robin De Puy

'Over het Engelandvaren werd in Nederland lange tijd niet gesproken. Een enkeling vroeg hoe het was geweest, maar de meesten zeiden niets. Omdat ze niks hadden gedaan. Toen de geallieerden binnentrokken, stonden ze daar allemaal met vlaggen en hadden we ineens negen miljoen burgers die bij het verzet hadden gezeten. Maar wij hielden ons stil. Over jezelf verhalen vertellen, dat was het laatste wat je deed. Er waren immers altijd mensen die iets ergers hadden meegemaakt.

'Op een dag vroeg mijn kleindochter: 'Opa, wat heb jij in de oorlog gedaan?' Ik zei dat pappa dat toch vast wel had verteld. Maar die wist van niks. Ik dacht: shit, hij heeft gelijk. Ik heb er gewoon nooit over gepraat. Wij hadden geleerd: boek dicht en vooruit. De kinderen vroegen er ook niet naar. Misschien dachten ze dat ik me schaamde omdat ik niks gedaan.

'Er zijn nu mensen die zich afvragen of we het er, zeventig jaar later, nog steeds over moeten hebben. Maar er zijn nog steeds veel mensen die de oorlog nog hebben meegemaakt. En er zijn nog veel Nederlanders die de Duitsers haten.

Hitlerjugend

'Toen ik in 1971 zes maanden bij het Nato Defense College zat, begreep ik dat de meeste Duitsers het tijdens de oorlog zelf ook niks hadden gevonden. Maar dat als ze in verzet waren gekomen, ze hun familie in gevaar hadden gebracht.

'Er waren daar zo'n dertig Duitsers, die op één na allemaal lid waren geweest van de Hitlerjugend. Ik schrok toen ik dat hoorde. Hun commandant zette ze alle dertig voor mij op een rij. Of ik kon aanwijzen wie die ene was die niet bij de Hitlerjugend had gezeten. Nu was er één ontzettend asociale zak bij. Ik zei: toch niet hij, hè? Hij was het. Ik vond dat zó zielig voor die man, die had natuurlijk een verziekte jeugd gehad zonder vriendjes. En die anderen, die deden het niet voor Hitler, maar voor het sporten en het kamperen.

'In 1971 kwam het boek van Erik Hazelhoff Roelfzema, Soldaat van Oranje. Er waren oud-Engelandvaarders die klaagden dat er niks van klopte. Niet zeuren, zei ik. Hazelhoff Roelfzema was een schrijver en een avonturier, die geld moest verdienen en daarom schreef over zijn avonturen tijdens de oorlog, zonder de echte namen te noemen. Als je in alle details gaat zitten, wordt het veel minder mooi.

Ontvangst van een groep Engelandvaarders bij koningin Wilhelmina in Londen, 1943.

'De musical vond ik fantastisch. Alleen al omdat je door de draaiende tribune niet naar de volgende scène gaat, maar de scene naar jou toekomt. Waarom die musical zo populair is? Door die oude hangar op vliegbasis Valkenburg. Dat vinden de mensen geweldig.

'De scène waarin koningin Wilhelmina de Engelandvaarders ontvangt is mooi. Zo was het ook. Van tevoren werd door de huishouding gevraagd wie wist hoe in Holland de rantsoenen waren. Die moest dan zijn mond houden, want het was een keer gebeurd dat Wilhelmina na een ontmoeting met Engelandvaarders had uitgeroepen: 'Onze huishouding eet vanaf nu exact dezelfde rantsoenen als in Nederland'.

'Ik voelde als oud-Engelandvaarder lang de verantwoordelijkheid om mee te helpen aan de opbouw van een geweldige krijgsmacht. Daar hebben we verschrikkelijk veel aan gedaan. De Nederlandse soldaat is de beste van Europa en misschien wel van de wereld.

Convooi dat vanuit Parijs door de Pyreneeën het door de Duitsers bezette gebied ontvluchtte. Beeld AP

Opstand

'Onze soldaten zullen nooit een prijs winnen bij een exercitiewedstrijd, omdat ze maling hebben aan alles. Maar als het puntje bij paaltje komt, gaan ze wel aan het werk en heel goed ook. Ze denken mee en zitten niet te wachten tot iemand een order geeft. Ja, er gaat nu minder geld naar defensie, maar door de missies in het Midden-Oosten en in het verre Oosten heeft Nederland ontdekt dat wat ze hebben, verdomd goed is.

'Als er nu weer oorlog zou zijn, zouden er meer Engelandvaarders zijn dan toen, daar ben ik van overtuigd. We hebben een belangrijke les geleerd, namelijk dat niets doen verkeerd is. Je moet een keuze maken. Als je wordt geknecht en je niet meer kan doen en laten wat je wilt, moet je in opstand komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden