'Ik wist dat ik me liet gebruiken'

Op zijn wereldreis ontmoette Robert (59) een schone Nepalese. Ze kwam naar Nederland en wilde direct trouwen.

'Mijn volwassen dochter, die zeker niet de stomste is, wilde mijn vriendin niet eens ontmoeten. Pap, zei ze, dit is walgelijk, een westerse man met een jonge Aziatische vrouw. Maar ik was doof en blind en ik had opmerkzamer moeten zijn. Ja, ik kende de verhalen van mannen die in Thailand een vrouw zochten, maar dit was Nepal en ik zocht niet, ik kreeg. Ik zat die middag op een terras in Kathmandu; ik was al twee maanden onderweg. Mijn leven lang was ik leraar economie geweest in de bovenbouw van vwo en havo, de leerlingen kwamen me op het laatst de keel uit. De twee jaar na mijn vervroegde pensionering had ik grotendeels reizend doorgebracht. Het was warm in de zon, ik keek tevreden uit over een klein plein. Nog even, wist ik, en de warmte zou plaatsmaken voor de kou. In een paar uur kon de temperatuur hier wel 10 graden dalen, het maakte de vreugde om het zomerweer nog intenser.

Een eindje verderop zat een jonge vrouw met lang zwart haar. Ze wenkte me. Ik stond op, ik had nog een paar uur voor ik de gids zou ontmoeten die mij de volgende dagen door de Himalaya zou loodsen, een mooie en dure tocht waar ik naar uitkeek. In een stemming waarbij het was of alles meezat, liep ik naar haar toe en toen ik mijn stoel aanschoof, zei ik: Jij bent veel te mooi en te jong voor mij. Ik meende wat ik zei, ik ben geen berekenend type. Ze was een erg mooie meid; wat een buitenkans, vond ik, om met een Nepalese te praten over haar land en de verschillen met Nederland. Ze was geïnteresseerd en beheerste het Engels redelijk en nodigde me uit bij haar te komen eten. Op een briefje schreef ze haar adres en zonder te begrijpen wat er stond, gaf ik dat die avond aan een taxichauffeur. Heel arm kon ze niet zijn. Het gebouw waar ze me opwachtte, was een goed onderhouden flat. Binnen serveerde zij het heerlijkste eten. Toen ik de dagen erop in de buurt van Pokhara verbleef, belde ze me elke dag en sprak onthutsend lieve woorden die ik lang niet meer had gehoord. Ze zocht me zelfs op, een urenlange busrit bracht haar naar me toe en de ontmoeting was er een als tussen geliefden.

Ik was me ervan bewust dat ik mij gedeeltelijk liet gebruiken. Toen ze een keer boos op me werd, heeft ze me toegebeten dat ze natuurlijk nooit iets met me was begonnen als ik niet haar kans op een beter leven was. Maar toch geloofde ik ook de andere, veel zichtbaardere kant: haar verliefde woorden, de tedere gebaren, haar mooie lichaam. Ik ben vroeger getrouwd geweest met een vrouw van wie ik veel hield, een liefde die desondanks gestrand is in geruzie. De kennismaking met deze vrouw in de ijle lucht van de Himalaya was liefde, en ook hernieuwde moed: het bewijs dat ik na dertig jaar in het onderwijs echt opnieuw kon beginnen. Ze vroeg me in Nepal te blijven, maar dat vond ik zonde van mijn ticket. Op dat moment groeiden koortsig de plannen voor haar komst naar Nederland. De vrouwelijke Nederlandse consul die haar een visum gaf, zei tegen me: Weet wat je begint met een Nepalese vrouw. Maar ik vroeg niet door. Al op dat terras in Kathmandu was ik ervan doordrongen dat matigheid en discipline mij geen geluk hadden gebracht. Sinds mijn pensioen zocht ik naar een nieuwe invulling, misschien was zij het. Na twee weken al noemde ze mij 'husband' wat ik grappig vond, en tegen mijn kritische vrienden zei ik: bekijk het allemaal maar. Ik mag dan een cliché zijn, jullie reactie is dat evenzeer.

Ze kwam op een toeristenvisum als een stralende, nieuwe wereld mijn flatje binnen. Haar 11-jarige zoon volgde later na de heftige aardbeving in Nepal. Ik heb hen de zee laten zien en Amsterdam en ik heb hen leren fietsen. 's Avonds zaten we met zijn drieën in mijn kleine huiskamer, zij deed spelletjes op de iPad, haar zoon keek een Indiase soap op YouTube en ik keek televisie.

Het had me wel verontrust toen ze me de tweede keer op Schiphol niet in de armen vloog, maar druk in gesprek bleef met een Nepalese vrouw die had gehoord dat je in Ter Apel een verblijfsvergunning kon aanvragen. Iets wat ik haar tevergeefs uit haar hoofd probeerde te praten. Maar mijn ongerustheid werd overstemd door mijn innige wens er iets van te maken. Vanaf het moment dat ik haar leerde kennen, stond ik open voor avontuur, ik wilde alles doen om samen verder te gaan. Die afstandelijkheid op de luchthaven zag ik als een nieuwe kant van haar, ik was er nieuwsgierig naar.

Hun aanwezigheid in huis bracht veel drukte met zich mee. Een zoon van 11 is niets voor een man van mijn leeftijd. En op mijn weigering onmiddellijk te trouwen, reageerde mijn vriendin boos en gepikeerd. Als je zegt dat je van me houdt, zijn we eigenlijk al getrouwd, vond ze. Toen ze aankondigde naar een asielzoekerscentrum te verhuizen, was ik daar niet al te rouwig om. Onze liefde had alleen maar meer kans als we niet samenwoonden. Maar even later liet ze weten dat ze een man had leren kennen die wel met haar wilde trouwen. Dat raakte mij dieper dan ik had gewild. Misschien was het meer betovering dan liefde die ik voor haar voelde, maar vaststaat dat ze deel uitmaakte van een nieuw inzicht, een plotselinge welkome bewustwording. De buitenwacht beschouwde ons als stakkers, gedreven door opportunisme en eenzaamheid. Wat anderen niet zagen, is dat wij in Pokhara echt hand in hand liepen. Dat we in Amsterdam echt in een bootje voeren. En ook haar blije lachen tijdens het leren fietsen, was allerminst mijn fantasie.'

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Robert gefingeerd. Ook geïnterviewd worden over liefde en lust? Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden