'Ik wilde ergens voor staan'

Nasrdin Dchar staat met Oumi, een monoloog over zijn moeder, op de planken. 'Waarom weten we niets over je?'

Een statement maken, zegt Nasrdin Dchar, dat wilde hij. 'Ik wilde ergens voor staan.' Op een bank in café De Balie in Amsterdam onderstreept de acteur zijn woorden met grote gebaren. In 2007 speelde hij gastarbeider Mohammed in de eerste twee delen van De Geschiedenis van de Familie Avenier, een theatervierluik door Maria Goos. Trots stond Dchar (Rotterdam, 1978) tussen acteurs als Gijs Scholten van Aschat en Peter Blok. Maar dan, in het derde deel, blijkt Mohammed opeens een dief. 'Dat ging er bij mij gewoon niet in', vertelt Dchar. Hij schreef Goos een brief en stapte uit de voorstelling.


'Ze respecteerde mijn beslissing, en zei meteen: over deze problematiek gaan we iets maken.' Dat werd Oumi ('mijn moeder' in het Marokkaans), de monoloog waarmee Dchar vanaf 5 april in Theater Bellevue staat. In deze voorstelling begeleidt de acteur zijn publiek door de maanden van getwijfel, die hij beleefde rond zijn vertrek bij Avenier. Om materiaal voor Oumi te verzamelen, sprak Goos langdurig met Dchar en ging met zijn familie mee naar hun vakantiehuis in Marokko.


Zelf interviewde Dchar zijn moeder. Zij legde hem uit hoe haar jeugd in Marokko was, hoe ze naar Nederland kwam, vertelde over de vrijheid die ze ervoer in Steenbergen, het stadje in Noord-Brabant waar ze na drie jaar met haar echtgenoot werd herenigd. Veel van haar verhalen hoorde hij niet eerder. Eigenlijk kende hij zijn eigen moeder nauwelijks, besefte Dchar. In Oumi uit hij zijn frustratie hierover; tijdens zijn moeders verjaardag pronken op de taart een marsepeinen 6 en 0, maar moeder verklaart opeens dat ze eigenlijk drie jaar jonger is. Ze is niet wie ze is - heeft de identiteit van haar overleden zusje gekregen. Dat vond vader handiger zo. De vragen van haar zoon hierover wuift ze weg. 'Mamma, waarom vertel je nooit iets,' roept Dchar wanhopig uit, 'waarom weten we niets van je?!' Zijn moeder negeert de uitbarsting, stapelt de taartbordjes op elkaar en loopt naar de keuken. Scènes later krijgt Dchar antwoord, moeder gaat ervoor zitten en geeft context aan haar verleden.


Door de verhalen van zijn moeder krijgt Dchar een nieuwe blik op zijn eigen leven. Tijdens de voorbereidingen voor Oumi vertelt zijn moeder hem, dat ze ooit een kettinkje van zijn vader kreeg. Hun relatie was op dat moment nog geheim, de familie mocht niets weten over hun ontmoetingen. 'Maar mijn moeder wilde de ketting toch houden.' Dus bewerkte ze het sieraad met een steen om het er minder nieuw uit te laten zien. 'Gevonden', zei ze thuis. Jaren later zou ze trouwen met de jongen die haar het kettinkje gaf, hem zelfs volgen naar Nederland. 'Mijn moeder heeft een sterke wil, leerde me over het belang van eigen keuzes maken.' Langzaam beseft Dchar dat hij zijn eigen pad moet volgen en niet bang moet zijn voor de reacties van anderen.


Niet dat dat eenvoudig is. De beeldvorming over Marokkanen is hardnekkig. 'In het begin werd ik alleen gecast als de Marokkaan of de Turk.' Dchar vertelt hoe hij auditie deed voor de rol van een Turkse jongen. 'Ik vroeg: moet ik hiervoor Turks leren? Die man zei: nee, joh, dat is helemaal niet nodig. Dat verschil hoort toch niemand.' Dchar ergert zich aan de onwetendheid en de algemene houding tegenover Marokkanen. 'Daarom kies ik mijn rollen heel bewust.'


Toch speelde Dchar uiteindelijk wél de stelende Mohammed, in de laatste twee delen van Avenier. Hij liet zich door zijn familie overhalen. Gingen de principes even over boord? Dchar schudt heftig zijn hoofd. 'Helemaal niet! Ik besefte: uiteindelijk gaat het niet om dat verhaaltje over die gastarbeider. Het gaat erom dat ik, als Marokkaanse acteur, tussen die grote acteurs op het podium sta. Dát is belangrijk. Dat onthouden de mensen.' Met het oog op zijn carrière had Dchar geen betere keuze kunnen maken. Hij glimlacht breed. De opnames van speelfilm Rabat ('een jongensdroom') zijn net afgerond en hij kreeg een rol in de film Süskind, een 'Nederlandse Schindler's List' over de directeur van de Hollandse Schouwburg in de Tweede Wereldoorlog, van regisseur Rudolf van den Berg. 'Daarin speel ik eens geen Mimoun of Abdel, maar een Felix Halverstadt.'


Nasrdin Dchar

1978: geboren in Rotterdam


Studeerde bedrijfskunde en speelde bij gezelschappen als Rotjong en LEF


2006: Karim Bentarek in tv-serie Shouf Shouf!


2008-2010: Mimoun el Khadir in tv-serie Deadline


2009: Nasrdin Dchar in theatermonoloog De titel is focking lastig


2010: het vriendje (Choukri) van Tirza in gelijknamige film; Jesus Pereira in tvserie De Troon


2009-heden: speelde in verschillende voorstellingen bij Ro Theater


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden