'Ik wil tonen hoe sterk wij zijn'

Claude Blondeel behoort tot het uitstervende ras van 'echte Belgen'. Hij stelde een tentoonstelling samen met Belgische kunst. 'De taalgrens loopt in ons.'

Heus, er zijn nog Belgen. Ze zijn niet met veel meer, ze worden een dagje ouder, maar ze laten nog steeds van zich horen. Zo heeft er eentje een heel radioprogramma, een driedubbele cd, een tweetalig boek en een tentoonstelling in elkaar gestoken: Bazaar België, Bazar Belge, een hommage aan de Belgische kunst.


De maker van dit alles is Claude Blondeel, cultuurcoryfee van de Vlaamse radiozender Klara. Toen vorig jaar zijn pensioen naderde, vroeg de radiodirectie hem een laatste programma te maken: een overzicht van de Belgische kunst. Van dat radioprogramma kwam een boek, en van dat boek een tentoonstelling. Een unieke, persoonlijke blik op de Belgische kunstgeschiedenis van de 20ste eeuw.


Blondeel behoort tot het uitstervende ras van 'echte Belgen': even Vlaams als Franstalig, even Germaans als Latijns, even vloeiend in alle landstalen. 'Belgen hebben een openheid van geest, een ouverture d'esprit', vertelt hij op een Brussels terras, waar hij een 'citron pressé met spa rood' bestelt. Hier vloeien Frans en Nederlands samen.


De radioman kreeg de Belgische cultuur met de paplepel ingegoten. Hij werd geboren - dit verzinnen we niet - uit een Franstalige vader uit Vlaanderen, en een Nederlandstalige moeder uit Wallonië. Groeide op met de platen van Jacques Brel en met de boekenlijst van het Vlaamsgezinde Davidsfonds. Kwam even vaak in de 'propere stad Leuven', als in de 'zotte stad Charleroi'.


Uit al die invloeden koos Blondeel zijn honderd favoriete werken. Geen canon van de Belgische kunst, maar een persoonlijke selectie. 'Ik ben geen kunsthistoricus of -criticus, maar een kunstminnaar', zegt hij. In de Belgische media wordt de tentoonstelling beschreven als 'honderd liefdesverklaringen aan evenveel kunstenaars'.


Die liefdesverklaringen hangen in de Centrale for contemporary art, een industriële tentoonstellingsruimte in het hartje van Brussel. Het is een bonte verzameling van gevestigde namen, zoals Luc Tuymans, Jan Fabre of René Magritte, van 'lagere kunsten', zoals rockzanger Arno, stripfiguur Guust Flater of acteur-regisseur Benoît Poelvoorde, en van moeilijker en onbekender werk.


De tentoonstelling is expliciet Belgisch - niet Vlaams en Waals - maar daarom niet nationalistisch. Integendeel, Jan Fabre veegt met zijn 'Bic-Dweilen' de vloer aan met de Belgische driekleur, Marcel Broodthaers plant Belgische vlaggen op hoopjes steenkool en videokunstenaar Koen Theys neemt de Belgische revolutie van 1830 op de hak.


Maar de werken stralen volgens Blondeel allemaal eenzelfde 'belgitude' uit. Wat dat precies is, vindt hij moeilijk te beschrijven. 'Een zeker je m'en foutisme, een extreme vorm van relativeren', zegt hij na enig nadenken. 'En een gezonde vorm van schizofrenie. Echte Belgen putten uit de Latijnse en uit de Germaanse cultuur. De taalgrens loopt in ons.'


Blondeel looft de openheid en het relativeringsvermogen van de Belgen, maar vindt ook dat ze soms vervalt in laksheid en een gebrek aan trots. 'In Nederland wordt de 150ste verjaardag van Louis Couperus uitgebreid gevierd. Maar wat hebben wij in België aan het jubileum van Maurice Maeterlinck gedaan? Een Nobelprijswinnaar notabene, en dat gaat bij ons ongemerkt voorbij.'


In Bazaar België is Maeterlinck vertegenwoordigd door zijn wandelstok, waarmee hij de Franse componist Claude Debussy ooit bedreigde. 'Iedereen denkt dat Maeterlinck een suffe figuur is, maar hij had een kasteel in Frankrijk waar hij op rolschaatsen rondreed. Als je zoiets hoort, dan wil je toch lezen wat die man scheef?'


De enige kanttekening bij de tentoonstelling is dat de honderd kunstenaars vaak niet door hun beste werk zijn vertegenwoordigd. Terwijl Blondeel in zijn radioprogramma en zijn boek volledig vrij was in zijn keuze, was hij voor de tentoonstelling afhankelijk van de goede wil van musea, collectioneurs en kunstenaarsweduwes om werk uit te lenen. Hier en daar moest Blondeel concessies doen.


In plaats van de Grote Marine van de Oostendse schilder James Ensor, Blondeels grote favoriet, hangt er bijvoorbeeld een kleine marine. Even vaak nam Blondeel zelf eigenzinnige beslissingen. Zo verkiest hij de reclameposters van René Magritte boven diens schilderijen en de aquarellen van Berlinde De Bruyckere boven haar bekendere beelden.


Het kleine euvel wordt goedgemaakt door de audioguide en het boek, waarin Blondeel over de kunstwerken vertelt. Je krijgt er 'goesting' van om Maurice Maeterlinck of Georges Simenon te lezen, om in Blondeels favoriete jazzcafé Archiduc te duiken, of om in zijn vaste boekhandels Passa Porta (Nederlandstalig) en Tropismes (Franstalig) te snuisteren.


Alleen dringt de vraag zich op of Bazaar België geen eindpunt is, een laatste eerbetoon aan wat gedoemd is te verdwijnen. Blondeel vertelt hoe zijn jonge radiocollega's op citytrip gaan naar Barcelona of Reykjavik, terwijl ze Luik of Charleroi niet eens kennen. Zullen zij de 'belgitude' van de Vlaamse en Waalse kunstenaars nog herkennen?


'Ik wil ze wakker schudden', antwoordt Blondeel strijdvaardig. 'Ik wil ze tonen hoe sterk we zijn. Voor een klein landje is het ongelofelijk wat wij voortgebracht hebben. Wij zijn lang niet trots genoeg op onszelf.'


Baza(a)r Belg(i)ë: tot 29 september in de Centrale for contemporary art, Brussel, www.centrale-art.be.


Blondeels keuze


Claude Blondeel koos uit allerlei invloeden, zoals boeken, concerten en musea, zijn honderd favoriete werken voor de tentoonstelling Bazaar België. De drie werken die hieronder te zien zijn, hangen er ook tussen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden