Ik wil stoppen, ik wil roken

Zangeres Wende Snijders (30) wil (ook) rookvrij worden in 2009. Ze volgt de cursus Stoppen met roken op de website van Hart en Ziel, en houdt een dagboek bij....

Stoppen met roken is zeker zo erg als je verkering uitmaken, of als een onverwacht hertentamen krijgen als je al een wereldreis hebt geboekt voor na je eindexamen, en voor sommigen is het het ergst denkbare en hoeft zelfs het hele leven niet meer, ‘knoop mij dan maar op’, was een bekende anti-stopuitspraak uit het stoere Caballero-tijdperk. Al is ‘stoppen met roken’ inmiddels een gaaponderwerp van heb ik jou daar, voor wie eraan moet, blijft het vreselijk.

Zangeres Wende Snijders volgt samen met ruim 800 anderen de kosteloze cursus Stoppen met Roken op hartenziel.nl.

20 december:

‘In eerste instantie voelde ik mezelf veel te goed en te sterk om in gaan op de geboden hulp (‘wat denken ze wel? Dat ik daar hulp bij nodig heb? ...de gedachte alleen al ...en waar bemoeien ze zich trouwens mee?’). Er klonk heel zacht een klein, maar toch duidelijk waarneembaar stemmetje diep in mijn achterhoofd: ‘eh... ja, maar, eh..., het is je vooralsnog niet echt gelukt in je eentje, of wel, Wende? Ter informatie: ik heb al vele pogingen ondernomen te stoppen met roken. Ik wil volgens mij echt heel erg graag stoppen met roken, maar ik heb een grote hang naar juist datgene wat niet mag. Ik ben dol op de verboden vrucht, het is nogal een hardnekkige eigenschap – wat misschien nog wel de meest afhankelijke karaktertrek is die ik in huis heb, maar goed.’

Met dit bekende spelletje van argumenten aantrekken en afstoten, begon de zangeres, die net haar album Chante! had gelanceerd, eind december haar dagboek, waarmee ze een publieke poging doet te stoppen met roken.

Ze staat daarin niet alleen, deze maand proberen 272 duizend Nederlanders hun goede voornemen om te zetten in een heuse daad: stoppen! Met of zonder cursusboek, onder luid geklaag en geween of in stilte, heel bescheiden.

Eerst was het verbod op roken op de werkplek voor menigeen een reden – vaak: opnieuw – afscheid te nemen van de nicotineverslaving. Veel rokers zagen zich niet onder een naargeestige afzuigkap bij de ingang van het kantoor staan paffen. Nu minister Klink van Volksgezondheid daar weer overheen is gegaan met zijn rookverbod in de horeca, wordt ook de heilige drie-eenheid van drinken/roken/gezelligheid bruusk verbroken. Niks meer aan, roken.

Wende in haar dagboek, op 23 december:

‘Zoals ik eerder beschreef: het wordt allemaal een beetje karig. Door die cafés, door die restaurants. Ik hou niet van karig. Ik heb staand roken, lopend roken, fietsend roken, haastend roken altijd gedoe gevonden. Roken in de regen, buiten roken in de winter, roken op de wc; allemaal gedoe.’

Woede en verzet tegen het horecaverbod bindt het ene deel van de nog-rokenden. ‘Toch maar stoppen’, het andere deel. En daar hoorde ook Wende bij. Tijdens de cursus krijgen de deelnemers opdrachten en worden ze begeleid door coach, gedragstherapeut en psycholoog Andrée van Emst. Het e-coachingstraject is ontwikkeld in samenwerking met antirookstichting Stivoro.

Stoppen met roken laat niet alleen beteerde neushaartjes weer fier rechtop staan en brengt soms extra hoestbuien teweeg, zo leerde de coach, het roept ook een scala van emoties op. Ook bij Wende. Zo had ze heimwee naar de rookromantiek van toen, toen Parijs nog artistiek was en zingend Amerika links.

20 december:

‘De voordelen van roken: eh... onder anderen Jacques Brel, Joni Mitchell, David Bowie, Coco Chanel, The Beatles, Bob Dylan, Billie Holiday, Edith Piaf, Marlène Dietrich, Charles Bukowski, Picasso, Theo van Gogh, Maarten van Roozendaal en Beatrix roken of rookten toch ook.’

23 december:

‘Het is misschien waar dat ik het roken vastgeplakt heb aan een bepaald idee over mezelf, of dat ik al rokende onbewust bij een bepaalde groep hoop te horen. Zo zwart op wit ziet dat er maar treurig uit, zo’n stelling. De essentie van de bewondering die ik heb voor mensen, gaat veelal over wat ze hebben gedaan met hun leven. Hun moed oorspronkelijk te blijven, hun moed verantwoordelijkheid te nemen, hun moed bij zichzelf te blijven, wat er ook gebeurt. Mijn bewondering gaat over hun authenticiteit, over de dingen die ze hebben gemaakt of de dingen die ze hebben uitgedragen, en waarmee zij mij rechtevenredig waanzinnig hebben geïnspireerd, uitgedaagd en gevormd. Ik mag toch hopen dat ik ze niet bewonder omdat ze rookten (ja, behalve Marlène Dietrich dan, dat is kunst op zich).’

2 januari:

‘Goed. Stoppen met roken is het geworden. Plan: stop acuut, rook je helemaal ellendig op Oud en Nieuw en dan ‘echt’ stoppen. (De gedachte hierachter was deze: als ik op 1 januari stop, en ik zal vanaf 3 januari weer gaan optreden; dat gaat niet lukken. Dus ik stop de 28ste, dan ben ik in feite al 3 dagen gestopt, dan maak ik een pitstop op 31 januari tussen acht uur ’s avonds en zeven uur ’s ochtends en dan stop ik weer verder.)

Zo gezegd, zo gedaan.

En het leek me wel aardig om er ondertussen een soort zintuiglijk bacchanaal van te maken.

Elke gestopte dag dus zeep gekocht, parfum gekocht, satijnen lakens bij de HEMA, een chocoladetaart bij de Pompadour, een bos rozen, scrubcrème, een massage, een cd van Keith Jarrett, ‘Erotica’ van Anaïs Nin en kaascrackers bij de beste kaaswinkel van Amsterdam. Wat een feest! Geen idee hoeveel geld ik al heb uitgegeven, het interesseert me niet.

‘Naast het fucking tyfushumeur dat ik heb (excuse my french), ongehoorde trek in zoetigheid en een constant opgefokt gevoel, is dit wel een leuk aspect van dat hele stoppen.’

Dan zit de eerste week er eindelijk op. Alle gepieker, gesport en gespring heeft er toch aan bijgedragen dat ze het ’m heeft gelapt: 7 maal 24 uur niet gerookt. Niet dat ze daarmee van het roken af is als idee, als eeuwige bijrijder in de hersenmachinerie, welnee. Met niet-roken moet je net zo hard leren leven als vroeger met je vloei, je sigaretten, je aansteker en je ‘staat er een asbak, ja gelukkig-blik’.

5 januari:

‘Ik denk ondertussen belachelijk veel aan roken. Ik droom er niet van, nee, ik denk er aan. De hele tijd. Zonder nostalgie, zonder weemoed, zonder valse romantiek; gewoon; het is er. Zoals een peuter die constant aan je broek hangt en op alles ‘waarom, waarom, waarom?’ vraagt. Dus zijn er veel boterhammen met pindakaas te eten en veel trappen op en af te rennen (anderhalf uur lang), wasjes te draaien, tanden te poetsen, liedjes te schrijven, lulverhalen op te hangen, mensen af te katten enzovoort, om die peuter de mond te snoeren.

‘En verder, want dat is nog wel een precair puntje: ik heb nog geen alcohol gedronken de afgelopen vijf dagen, dat leek me nogal gevaarlijk. Want dat is toch de ultieme test, om dat rookloos te doorstaan. Ik denk dat ik één avond drinken zonder roken nog wel volhoud (ik weet niet of het heel erg gezellig wordt, maar dat is een tweede).

‘Het zou wat mij betreft een beetje bewezen zijn als ik, zeg, zes avonden achter elkaar een aanzienlijke hoeveelheid drink zonder erbij te roken. Ja, dan hebben we het ergens over.

‘Wat ik zeker niet ga doen, is woensdag drinken: WANT DAT IS DAG ZEVEN. Op de zevende dag zou Gods Schepping voltooid zijn, en rustte hij. Die dag wordt door God heilig verklaard.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden