Ik wil niet weten wat er in andere coupés gebeurt

Bloed

Zit je in een stiltecoupé, meldt een Teutoonse spreekster zich bij de speaker.

Gisteren reed ik met de trein terug uit Assen. Op het station in Zwolle duurde het even voordat we weer in beweging kwamen. Er klonk wat gerommel en gekraak door de speakertjes in de stiltecoupé en daarna legde een man uit waarom het allemaal wat langer duurde. 'Goedemiddag dames en heren. We hebben enig oponthoud. In een van de coupés is bloed gevonden. Een bloedneus waarschijnlijk. We gaan het even opruimen. Dank u wel.'

Ik wachtte en dacht na of ik dit had willen weten. Hij had ook kunnen zeggen dat er een wissel moest worden omgelegd. Nu voelde het alsof hij het ons kwalijk nam dat we niet konden doorrijden. Dat was de toon. Wij doen ons best, maar in coupé veertien heeft iemand met een plastic roerstokje in zijn neus zitten rommelen. U wordt allemaal bedankt.

Na een paar minuten wist ik het zeker: ik had liever gehad dat hij had gelogen. Ik wil tijdens het reizen niet weten wat er in andere coupés gebeurt. Daarom zit ik juist in de stiltecoupé, om nu eens eindelijk niet te horen wat iedereen om mij heen doet en met wie ze geslachtsverkeer hebben.

Na zes minuten kraakte de speaker weer. Nu sprak een vrouw ons toe, ongeveer tien keer harder dan de man. Hij leek een paardenfluisteraar vergeleken bij deze Teutoonse spreekster. Zij praatte ons kordaat bij over het oponthoud. 'Goedemiddag dames en heren. Zoals u zojuist al hebt gehoord is er enig oponthoud. Een van de coupés zit helemaal onder het bloed. De vloeren. De ramen. Alles. Bloed, bloed, bloed. Het is een enorme klus het schoon te krijgen want het zit overal. Tegen het plafond. Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt. We doen ons best, maar eerst moet de enorme hoeveelheid bloed worden opgeruimd. Dank u wel.'

Ja, daar zat ik. Ergens in de trein had zich een drama afgespeeld. Aan de stem van de vrouw hoorde ik dat de bloedneus inmiddels vaarwel was gezegd. Tijdens het spreken was haar stem gaan trillen. Je hoorde dat iemand haar schouder vasthield. Ze hadden erom geloot wie het aan de passagiers ging vertellen. Zij dus. Tot ons sprak niet een geroutineerde werkneemster van de NS, maar een jonge vrouw die net voor het eerst het werkvertrek van een rituele slachter was binnen gewandeld.

Ik begon mij een beetje zorgen te maken. Ik moest nog twee uur lang met deze vrouw door het land trekken. God weet wat ze ons nog allemaal ging vertellen. Misschien ging ze ons onderweg wel bijpraten over wat ze allemaal had meegemaakt in het ziekenhuis, toen ze onverwacht aan haar lever moest worden geopereerd. 'Het ene moment zat ik de krant te lezen en het andere moment sneden ze me open.' Dit kon zomaar een vrouw zijn die ons over haar ex ging vertellen. 'In mijn kont wilde hij. Mooi niet!'

Ah, daar was ze weer. 'Dames en heren, dank u wel. Het bloed is opgeruimd. Het zat overal. We konden echt niet verder zo. We vervolgen onze reis. Over drie kwartier komen we met acht minuten vertraging aan in Almere. Door het bloed. Het was heel veel.'

Ik ben uitgestapt in Almere. Doodsbang. Voor die vrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.