'Ik wil het gevoel teruggeven, van hoe het was'

Zeker, op het eerste gezicht is ze weinig veranderd, sinds haar eerste presentatie aan het grote publiek, augustus vorig jaar. Ann Goldstein heeft nog steeds hetzelfde strenge uiterlijk: donkere kleren, ravenzwart haar, modieuze bril, rode lippen. Maar de stemming van de Amerikaanse directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam is nieuw: vrolijk, open, lacherig zelfs.


Vreemd eigenlijk. Twee weken geleden ging bouwgigant Midreth, de hoofdaannemer van het Stedelijk Museum, failliet. Na alle vorige vertragingen leek het Stedelijk af te stevenen op een volgende malaise. Zou het wel ooit worden afgebouwd? De gedroomde opening stond nog steeds gepland voor 2011. In een brief van Goldstein aan de stakeholders van het museum, deze week, kwam het hoge woord eruit. Wat iedereen al vermoedde, maar niemand tot nu toe had gezegd, ook niet de Amsterdamse cultuurwethouder Carolien Gehrels, werd door Goldstein zwart op wit verwoord. Ze schrijft: 'Vanuit het museum bezien, zal de heropening (...) niet plaatsvinden in 2011.'


En toch oogt Goldstein optimistisch. Ontspannen. Niemand mag dan meer weten wanneer het Stedelijk klaar zal zijn, volgende week gaat wel de tweede tentoonstelling in de opgeknapte oudbouw open. Nu met een dwarsdoorsnede van de collectie kunst en vormgeving. Voor sommige schilderijen, zoals het werk van Malevitsj en Mondriaan, is een speciale klimaatzaal ingericht.


Goldstein laat haar gemoed er duidelijk niet onder lijden. Aan haar relaties laat ze weten: 'Hoewel de continue beproevingen van het bouwproces demotiverend kunnen werken, is het belangrijk - nu zelfs meer dan ooit - dat het museum het lot in eigen handen neemt en een grootse toekomst voor zichzelf creëert.'


Ze is strijdvaardig. De blik strak gericht op wat mogelijk is. Of zoals ze vorig jaar al als slogan lanceerde: 'De toekomst is nu!'


Neemt niet weg dat het afgelopen jaar niet ongemerkt voorbij is gegaan. Niet alleen vanwege de verbouwing van het Stedelijk, ook vanwege Goldstein zelf. Vanaf het begin waren er twijfels. Hoe kon een Amerikaanse conservator, die 25 jaar lang voor hetzelfde museum werkte, het Museum of Contemporary Art (MOCA) in Los Angeles, nu ineens directeur worden van een museum dat bekend stond als experimenteel, typisch Europees?


Sceptici lieten weten dat Goldstein naar Amsterdam zou zijn verhuisd om dichter bij haar man te zijn die een baan heeft op de kunstacademie in Düsseldorf. Waarom hield ze steeds haar mond als het ging om belangrijke zaken: de beëindiging van de opdracht die de Franse ontwerper Pierre di Sciullo had voor een nieuwe huisstijl; het rumoer rond de Broere Charitable Foundation die een bruikleen van 26 belangrijke kunstwerken uit het Stedelijk dreigde terug te trekken?


En toen verscheen eind vorig jaar ook nog eens een advertentie in de krant, dat de directeur een 'native speaking personal assistent' zocht. Was het niet beter dat Goldstein zelf Nederlands ging leren? Was ze wel die gedroomde nieuwe directeur uit Amerika, waar ze alles rücksichtlos aanpakken? Waar ze musea uit de grond stampen alsof het niets is, met geld van private sponsoren.


Goldstein zweeg al die maanden. Af en toe werd een persbericht uitgegeven.


Nu: 'Ik begreep de woede wel. De frustratie. Het cynisme. Het museum was verdwenen. Onzichtbaar geraakt. Tegelijk wilde iedereen van mij weten wat ik wilde gaan doen. Mijn visie op de toekomst. Maar dat ging niet. Ik was bezig het gebouw open te krijgen. Ik begreep maar niet waarom de bouw zo lang duurde. Mijn belangrijkste vraag was: wat kan ik er aan doen? Met wie moet ik praten, wie bellen? Was het een kwestie van geld, van macht? Moest ik gaan schreeuwen? Er was hier een crisissituatie. Ik ervoer de sluiting als een regelrechte catastrofe. Wilde de boel managen. Dat is mijn aard: aan het werk gaan. Ik ben het gelukkigst als ik productief ben. Maar ondertussen was ik tegen een muur aangelopen.'


Plots werd haar ook duidelijk wat het betekent om van de ene cultuur naar de andere te verhuizen. Wat het woord 'cultuurshock' inhoudt. Goldstein: 'Ik ging van het ene museum naar het andere. Op zichzelf kwam dat wel met elkaar overeen. Maar ik kwam hier ook met het idee vanuit Amerika, dat de directeur verantwoordelijk is voor het geheel. Dat lag in Amsterdam anders. Bij het Stedelijk is de directeur meer een figurehead, een boegbeeld. Die heeft ook een symbolische rol in het culturele leven. Niet degene die volle autoriteit heeft bij de bouw. Anderen hebben die.'


Wie? Goldstein legt uit hoe de verhoudingen liggen: 'Je denkt dat het Stedelijk over alles gaat. Maar de collectie en het gebouw zijn van de gemeente. Zij leiden ook het bouwproces. Het museum is de huurder van het gebouw. En daarom heeft het geen macht over het bouwproces. Ik probeerde de ruimte te ontdekken waarin ik kon manoeuvreren. Liefst zo groot mogelijk. Het was mijn missie om het woord 'OPEN' op de gevel te krijgen. Zoals het Rijksmuseum dat heeft. Het leek zo eenvoudig. En wat bleek: het was het moeilijkste.'


Haar drang het museum weer te openen, hoewel het gebouw nog niet af was, bracht haar ook in conflict met de gemeente. Toen bekend werd dat het Stedelijk niet in 2010 open zou gaan, besloot cultuurwethouder Gehrels de gerenoveerde oudbouw alvast voor het ongedurige publiek open te stellen. Leeg. Het stuitte Goldstein tegen de borst. 'Ik wilde het gebouw weer tot leven brengen met kunst en met bezoekers. We hebben het voor elkaar gekregen, in vier maanden. Een van de tentoonstellingen, Taking Place, heb ik samengesteld omdat ik voelde dat het publiek iets wilde zien van die nieuwe, mysterieuze artistieke directeur. En ik wilde ze het gevoel teruggeven, van hoe het was. Iets van vertrouwdheid.'


Voor Goldstein was het wel even wennen, om het gebouw te leren kennen. 'De laatste keer dat ik het had bezocht was in 2003, net voordat het dicht ging. De eerste keer toen ik voor het eerst naar Europa reisde, dertig jaar geleden. Ik wilde per se toen het Stedelijk zien. Ik ben een museummens. Hou van musea, al sinds ik er als kind met de schoolbus naar toe werd gebracht. En nog steeds lunch ik, waar ik ook ben, het liefst in een museum.'


Overigens begon Goldstein haar carrière niet in het museum, maar als student op de kunstacademie. Ze studeerde aan de University of California in Los Angeles. Maakte foto's op een minimalistische, conceptuele manier. 'Mijn vader heeft nog wat werk, hoewel ik gevraagd had het bij het vuilnis te zetten.' Via bijbaantjes bij verschillende musea belandde ze uiteindelijk bij Pontus Hulten. De Zweedse tentoonstellingsmaker was de eerste directeur van het MOCA. Via hem rolde Goldstein het museum in. Ze besloot met het maken van kunst te stoppen. 'Ik wist dat ik de offers die nodig zijn om een kunstenaar te worden niet kon opbrengen.'


Goldstein klom op binnen de museumorganisatie. Van medewerker in de bibliotheek, via conservator naar senior conservator. Specialiseerde zich in minimalistische en conceptuele kunst, waarover ze grote overzichtstentoonstellingen maakte. Maar belangrijk voor haar aanstelling in het Stedelijk was ook haar betrokkenheid bij sponsoring. Iedere senior curator in het MOCA moet zijn eigen tentoonstelling zien te financieren.


Het is tekenend voor hoe Amerikaanse musea voor hun eigen geld zorgen. In tegenstelling tot Nederland. Beschikt het MOCA over twintig man personeel dat zich exlusief bezig houdt met sponsoring, in het Stedelijk zijn het er twee. Goldstein: 'In Amerika is het heel normaal dat je een structuur creëert om geld te werven. Ik heb er ervaring mee. Het is een natuurlijke houding van me. Contact onderhouden met privéverzamelaars, donoren en sponsoren; ze uitnodigen, bedanken, een relatie opbouwen. Je moet naar ze luisteren, ze omhelzen. Het is leuk om mensen te ontmoeten. Ook in het Stedelijk zat ik de afgelopen weken met mijn laptop in het museumcafé. Daar hield ik kantoor.'


Uitnodigen, omhelzen, mensen ontmoeten - het zijn woorden waarvan je vorig jaar niet had vermoed dat Goldstein ze zou uitspreken. Ze kwam afstandelijk over. Ongenaakbaar. Haar publieke rol beperkte zich tot het minimum. Goldstein beseft dat nu zelf ook.


'Daarin heb ik me vergist: hoe publiek een directeur hier is. Dat je op straat wordt herkend. De bezoekers vinden het hún museum, en ze hebben gelijk. Ze zijn nieuwsgierig én sceptisch tegenover deze vreemde directeur. Nu begrijp ik dat. Iemand zei ooit dat je eerste jaar bij een nieuw museum een honeymoon is. Nou dat is het niet geweest. Ik kwam in Amsterdam als pure crisimanager. Toch staat er nu 'OPEN' op het museum. Als ik terugkijk op het afgelopen jaar ben ik daar trots op.'


Resteren nog de vragen waarom ze de ontwerper Pierre di Sciullo zo snel na haar aanstelling, begin 2010, de laan heeft uitgestuurd. Waarom de onenigheid met de Broere Foundation nog niet is opgelost. Waarom ze zo nadrukkelijk een Engelstalige assistent wilde. En of ze inderdaad solliciteerde om dichter bij haar echtgenoot te zijn.


Goldstein valt even stil. Die laatste vraag overvalt haar. Dan: 'Wat een absurde veronderstelling. Ik zou echt geen 9000 kilometer reizen als ik dit niet zou willen. Iedereen die me kent weet dat. Ik houd van mijn man, maar identificeer me met mijn werk.'


De andere antwoorden rollen haar makkelijker over de lippen. Over Di Sciullo is ze resoluut: 'Mijn beslissing voor een nieuwe huisstijl is heel gebruikelijk voor nieuwe directeuren. Di Sciullo's voorstel was niet mijn richting en het kwam erg vroeg. Ik wist dat ik die beslissing snel moest nemen. Ook uit respect voor hem. We zijn nu nog bezig met de huisstijl voor de langere termijn.'


Over de Broere Foundation: 'Er was al een wederzijds wantrouwen voordat ik hier kwam. Dat heeft zich verder ontwikkeld. Maar ook in algemene zin ben ik geen voorstander van bruiklenen. In Krefeld werd onlangs een bruikleen na veertig jaar uit een museum teruggetrokken. Het is blijkbaar gebruikelijk in Europa. Maar in Amerika heb ik gezien hoe belangrijk schenkingen zijn. Er gaat niets boven eigen bezit.'


En de personal assistent? Die heeft zich inmiddels gemeld - hij is tweetalig.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden