'Ik wil het boek houden' vitaal

Irma Boom is de ontwerpster van een keur aan bijzondere boeken. Op de snede staat een gedicht of het omslag is van schuurpapier....

‘Kijk eens hoe klein’. Alsof het een kostbare diamant is, zo voorzichtig houdt grafisch ontwerpster Irma Boom (1960) het miniscule boekje van twee bij twee millimeter omhoog. ‘Hierin staat het Onze Vader, leesbaar en in meerdere talen. Ooit gemaakt als meesterproef door lettergieterij Tetterode in Amsterdam.’ Boeken beheersen het leven van Irma Boom. Haar kantoor en bovenliggend woonhuis in Amsterdam staan vol met zulke boeken, modellen en drukproeven. Ze ontwerpt ze niet alleen, ze doceert over boeken op de Yale Universtity in de Verenigde Staten. Haar motto: ‘Inspiratie is elke dag werken. Een citaat van de schrijver Baudelaire.’

Toch oogt haar kantoor bescheiden. Ze werkt aan een rommelige lange tafel vol papieren, boeken en een laptop voor tijdelijke medewerkers. De twee vaste computers zijn voor haar en haar assistente. ‘Mijn grootste ambitie is om klein te blijven.’ Haar portfolio is in elk geval groot en indrukwekkend. Sinds 1986 heeft ze meer dan driehonderd boeken ontworpen. Het precieze aantal weet ze niet. Ze werkte voor prestigieuze musea als het MoMa in New York, bekende kunstenaars als Job Koelewijn, grote uitgeverijen als Phaidon, bedrijven als Prada maar ook particulieren.

Haar uitzinnige creaties van inkt en papier zijn talloze keren bekroond, waaronder vele Best Verzorgde Boeken. In 2001 ontving ze de Gutenberg Preis, die geldt als de Nobelprijs voor het boekontwerp. Volgens de New York Times is ze zelfs de beste boekontwerper van deze tijd. Ze ontwerpt ook affiches, postzegels en huisstijlen – een logo ontwerpen noemt ze het moeilijkste dat er is. ‘Maar boeken zijn het meest magisch.’

In haar zoektocht naar dat ‘magische’ gaat ze behoorlijk ver. Ze maakt boeken in alle denkbare maten – van elf centimeter dik tot twee centimeter breed. Met perforaties in het papier en bedrukking met lichtgevende of hittegevoelige inkt. Op de snede staan gedichten of het omslag is van schuurpapier. ‘Elke opdracht vraagt om een ander soort boek. Dat maakt het nou juist zo spannend.’ Maar elk boek smeekt erom te worden opgepakt, opengeslagen, bestast en zelfs besnuffeld. Het boek dat ze maakte met kunstenaar Job Koelewijn bevat slechts één gedicht, the Road not taken van Robert Frost. Bij het openslaan ruikt het naar bouillon. ‘In de binding is een geurextract gebruikt.’

Waar ze niet van houdt, zijn oblong (liggende) boeken. ‘Zo onhandig, met het boekblok dat uitzakt. Een boek lezen of doorbladeren is een fysieke handeling. Dat moet prettig zijn.’ Ook erg: een bundel losse inlegvellen. ‘Kom op zeg, een boek moet gebonden zijn. Dat mag ook met lijm of geniet.’ Of nog erger: het handgemaakte kunstenaarsboek. ‘Een boek is een industrieel vervaardigd object.’ Het drukproces kan een boek maken of breken, dus werkt Boom met vaste drukkers. ‘Ik ga regelmatig langs om een perscontrole te doen. De inschietvellen, vellen papier die een paar keer door de pers gaan, zijn vaak prachtig.’

Ze staat bekend als eigenzinnig en perfectionistisch. ‘Soms zelfs op het obsessieve af’, beaamt ze. Voor het boek voor Wim van Krimpen bij zijn afscheid van het Gemeentemuseum in Den Haag verzamelde ze al het digitale beeld uit de acht jaar dat hij directeur was. De duizenden beelden rubriceerde ze handmatig in acht kleuren. Voor elk jaar een kleur. ‘Dan denk ik ook wel eens: wat doe ik mezelf aan. Maar ja, dan kan ik al niet meer terug.’

Misschien is ze eigenlijk ook helemaal geen boekontwerper maar tja, een boekenmaker? ‘Dat omschrijft eigenlijk veel beter wat ik doe. Meestal is er nog helemaal niets als ik begin. Ik zoek het beeld, ik maak de indeling en soms kies ik zelfs de auteur. Zo zet ik het onderwerp naar mijn hand. Het daadwerkelijke vormgeven als al deze informatie is verzameld, vind ik minder interessant.’ Ze noemt haar werkwijze ‘het bouwen van boeken’. Geen toeval dus dat ze veel samenwerkt met architecten, onder wie Rem Koolhaas die ook het logo voor haar ontwierp.

Tegelijkertijd zou ze graag nog eens boek ontwerpen voor het Duitse megaconcern Taschen. ‘Ze hebben een enorm gevarieerd fonds met specialistische boeken en natuurlijk de boeken van amper twintig euro die volstaan met informatie die interessant is voor een heel grote groep mensen. Die democratie fascineert me.’

Tegen de e-reader heeft ze dan ook geen enkel bezwaar. ‘Voor bepaalde boeken is die juist een uitkomst.’ Koffietafelboeken die louter ‘oppervlakkige beschouwing’ bieden bijvoorbeeld. Daarbij, de digitale verspreiding van zulke boeken verschaft haar nog meer ruimte om bijzondere boeken te maken. ‘Het versterkt de positie van het fenomeen boek.’ Precies wat haar doel is: ‘Ik wil het boek vitaal houden.’ Daarom vindt ze het zo bijzonder dat het boek over Sheila Hicks al weer aan de derde druk toe is. ‘En dat terwijl haar werk zo goed is gedocumenteerd op internet.’

Haar loopbaan begint ze in de jaren tachtig bij de Staatsuitgeverij (SDU) in Den Haag. ‘Enorm leerzaam om binnen de smalle marges van zo’n technocratische instelling toch iets bijzonders te kunnen maken.’ In 1991 vestigt ze zich als Irma Boom Office in Amsterdam. Datzelfde jaar krijgt ze de opdracht een jubileumuitgave te maken voor de multinational SHV. Dit Think Book zal meteen haar magnum opus worden. Met kunsthistoricus Johan Pijnappel werkte ze vijf jaar aan dit 3,5 kilo zware boek.

De 2136 pagina’s van ‘het SHV-boek’, zoals iedereen het kent, hebben geen paginanummering, dus een index ontbreekt. ‘De opbouw van het boek is geïnspireerd op internet. Je kunt er doorheen browsen en telkens blijf je weer steken bij iets waar je eigenlijk net niet naar op zoek was. Tegelijkertijd is alles aan elkaar gelinkt.’ Aanvankelijk overwoog ze om geen boek maar een cd-rom te maken. ‘Maar de digitale technologie vernieuwt zich voortdurend. Een boek is voor altijd.’ Op verzoek van de opdrachtgever gebruikte ze papier, inkt en lijm die minstens vijfhonderd jaar in goede staat blijven.

In 2003 werd haar gehele oeuvre en haar archief opgenomen in de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, waartoe ook het handgeschreven manuscript van Max Havelaar en de unieke Bleau-atlassen behoren. Ze moest aanvankelijk wennen aan dat idee. ‘Ik ben toch nog niet dood?’ Het Centre Pompidou in Parijs en het MoMa in New York hebben een selectie van haar boeken.

Nog een primeur kreeg Bijzondere Collecties met haar eerste solotentoonstelling die vrijdag 4 juni opent in de expositiezaal aan de Oude Turfmarkt in Amsterdam. Irma Boom: Biography in Books biedt een breed overzicht van Booms werk vanaf het begin van haar carrière, eind jaren tachtig. Al kostte dat hoofdbrekens. ‘Want hoe maak je een boekenexpositie aantrekkelijk?’ De oplossing vond ze door de inrichting net als haar boeken heel zorgvuldig op te bouwen. Op de achterwanden is een videoloop van alle boeken, die met de hand op een lopende band worden gelegd. Zestig boeken toont ze vrij hangend aan de muren; van dertig wordt met een schema van verkleinde pagina’s het binnenwerk getoond. Als een dynamische reflectie op haar werk schrijft ze de toelichtingen met pen op de muur.

In vitrines liggen prototypes, mislukkingen en boeken die haar hebben geïnspireerd, waaronder de kleurenstudie van Goethe maar ook romans van Jan Wolkers van typograaf Jan Vermeulen.

‘Zijn boekomslagen zijn een belangrijke reden waarom ik boeken ben gaan ontwerpen.’ Uit de vitrines pakt ze een exemplaar van Horrible tango uit 1967. ‘Kijk, alleen typografie in fluororanje en blauw. Typografie in hallucinogene kleuren, waanzinnig voor die tijd.’ Heel even strelen haar vingers de omslag.

Bij deze tentoonstelling verschijnt als begeleidende publicatie Irma Boom: Biography in Books, een ruim zevenhonderd pagina’s tellend miniboekje in een speciaal doosje. ‘Van al mijn boeken maak ik eerst een mini-dummy. Al heel lang wil ik een klein boek maken maar geen enkele opdrachtgever wil eraan. Ze zijn namelijk net zo bewerkelijk om te maken als een groot boek.’

Maar, zo benadrukt ze, dit is niet het definitieve boek over Irma Boom. ‘Dat boek over het maken van boeken gaat er zeker nog wel komen.’ Maar het ontbreekt nog aan een deadline – nog zo’n beperking die ze nodig heeft. Daarom werd ze ook geen kunstenaar, een langgekoesterde droom. ‘Ik mis de drive om vanuit mezelf iets te creëren.’

Maar bij het aannemen van een opdracht mag ook weer niet te veel vastliggen. Wie aanklopt met eisen aan papiersoort, formaat of hoofdstukindeling wordt vriendelijk doch beslist afgewezen. ‘Die behoren tot het domein van de ontwerper.’ Naast het ‘vertrouwen om in alle vrijheid te kunnen werken ’ vraagt ze ook ‘tijd’ van de opdrachtgever. ‘Het is een samenwerking. Men vraagt mij om een boek en tijd, ik vraag van hen ook tijd en aandacht.’ Natuurlijk zijn er ook opdrachten waar tekst en beeld voor haar zijn geselecteerd. ‘Maar ik merk dat ik liever begin met helemaal niets.’

Het onderwerp van het boek is niet direct bepalend in het aannemen van een opdracht. ‘Toen ik bij de Staatsuitgeverij werkte, klaagden collega’s: jij krijgt altijd de leuke opdrachten. Wat onzin was natuurlijk. Ik máákte ze leuk.’ Al scheelt het wel dat ze een brede interesse heeft. Ze maakte boeken voor uiteenlopende bedrijven als meubelproducent Vitra, het schoenenmerk Camper en autofabrikant Ferrari. Of ze dan ook boek had kunnen maken voor bijvoorbeeld Skoda? Na een korte stilte: ‘Waarom niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden