'Ik wil gewoon dat mijn werk meetelt'

Mannenmodeontwerper Francisco van Benthum opent deze zomer in Amsterdam zijn eerste eigen winkel en gaat showen in Parijs. ‘Als het in Nederland kan, kan het ook in de rest van de wereld.’..

'Kijk op straat’, zegt Francisco van Benthum (35), ‘en je ziet het zelf. Er is de afgelopen jaren zo veel veranderd.’ De beruchte witte sokken? Je komt ze nauwelijks meer tegen. Nadrukkelijk in het handschrift van een ontwerper rondlopen? Geen probleem meer. Het modieuze baardje? Ook bij Nederlandse mannen een hit. En dan is er ook nog eens een hausse aan nieuwe mannenmodebladen. ‘Mannenmode heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Mannen denken tegenwoordig na over wat ze aantrekken. Zeker de jonge mannen, en dan vooral de Marokkaanse. Dat gaat nog wel heel erg over merken, maar het is gewoon mode, zoals dat eruitziet.’ Ook bij Nederlandse ontwerpers staat mannenmode in de belangstelling. Ontwerpers van mannenkleren waren tot voor kort uitzonderingen en op de academies was mannenmode een ondergeschoven kindje. Maar vorig jaar studeerde in Arnhem bijna de helft van de modestudenten af met een mannencollectie en er is inmiddels een aardig rijtje Nederlanders met een eigen mannenlabel.

Van al die ontwerpers is, in elk geval binnen het Nederlandse modecircuit, Francisco van Benthum het meest volwassen. ‘Er is niemand in Nederland die zulke gelikte mannenkleren maakt als hij’, zegt mode-talentscout Carlo Wijnands, al jaren een vaste klant. In zijn collecties speelt Van Benthum met stoere, mannelijke archetypen als de matroos, de cowboy, de bouwvakker, de visser, de dief en de man in het tropenpak; clichébeelden met een sterk homoerotisch karakter die hem blijven fascineren. ‘Ze krijgen mijn motor telkens weer aan de gang.’ Met een scherpe snit en bijzondere details geeft hij een eigen draai aan die archetypen. Een broek heeft een dubbele band, een tailleriempje over een in een lage broek gedragen overhemd geeft een subtiel tailleaccent, een gilet ziet er aan de achterkant uit als een holster, een boerenoverhemd is gemaakt van transparante stof en heeft een losse kraag met een pasje eraan, die als een sjaaltje worden gedragen. ‘Ik ben geen Prada of Gucci. Mijn kleren verleiden niet omdat het merk Francisco van Benthum is. Ik moet verleiden met het ontwerp, met een net iets andere kijk.’ ‘De pasvorm is heel goed’, zegt Wijnands. ‘De stoffen zijn mooi. Ik heb een broek met een panterprint van hem, maar ik krijg net zoveel complimenten over de klassieke stukken. Op de kraag van een overhemd zit dan bijvoorbeeld een extra detail, een lipje dat er met een drukknoopje opzit. Een heel klein dingetje, maar het wordt wel gezien.’

In februari gaf Van Benthum samen met Alexander van Slobbe, met wie hij het Amsterdamse grachtenpand deelt van waaruit hij werkt, een groots opgezette show in het Stadsarchief van Amsterdam. Van Slobbe vierde het feit dat zijn vrouwenmerk Orson & Bodil twintig jaar geleden werd opgericht, Van Benthum het vijfjarig bestaan van zijn mannenmerk. Maar het was voor hem ook een afscheid. Zijn najaarscollectie 2008, die draait om variaties op Volendammer hemden en broeken – een hint naar de tentoonstelling over klederdrachten die hij volgend voorjaar zal inrichten – is de laatste die hij in Nederland showde. Met ingang van komend seizoen verhuist Van Benthum zijn shows naar de mannenmodeweek in Parijs. In juli zal hij er zijn zomercollectie 2009 laten zien. ‘In Nederland zijn er twee winkels waar mijn kleding wordt verkocht, en deze zomer komt daar nog de eigen winkel van Alexander en mij bij. Als ik de stap naar het buitenland niet zet, houdt het daarmee op. Er zijn meer winkels in Nederland waar ik zou kunnen hangen, maar die gaan pas inkopen als ze weten dat je ook in het buitenland hangt.

Het is niet de eerste keer dat Van Benthum naar Parijs gaat. Eind jaren negentig was hij er zelfs even een beetje beroemd, als helft van het duo Keupr/van Bentm. Michiel Keuper, met wie hij het label met de onuitsprekelijke naam voerde, had hij leren kennen toen hij als Arnhemse modestudent stage liep bij Peek & Cloppenburg. Keuper ontwierp daar al twee jaar mannenkleding en was er doodongelukkig. Omdat ze allebei voor zichzelf wilden beginnen, huurden ze na het eindexamen van Van Benthum om kosten te besparen samen een atelier. En zo ontstond, als vanzelf, een gezamenlijke collectie. De vrouwenstukken gemaakt door Keuper, die voor de mannen door Van Benthum – ‘Mannenkleren zijn altijd mijn ding geweest.’ Het waren, felgekleurde, bombastische ontwerpen, overgoten met een typisch Nederlands conceptueel sausje en altijd asymmetrisch. Pakken met een broekspijp, tops met een scheef geplaatst decolleté en een enorme corsage op de schouder. Keuper en Van Benthum werden geselecteerd voor de Robijn Fashion Award, die ze niet wonnen, en voor het internationale modefestival in het Zuid-Franse Hyères, waar ze een half jaar later wel twee prijzen kregen. Vanaf dat moment zaten ze, zoals van Benthum zegt, ‘in een rollercoaster’. ‘Alle ogen waren op dat moment al op Nederland gericht, door So, het mannenlabel van Alexander van Slobbe, en door Viktor & Rolf, die toen net begonnen waren. Wat we deden werd meteen opgepikt; we vielen er zo in. Al die mensen die ik alleen maar kende van verhalen, hadden aandacht voor ons.’ Opeens was er een Parijse persagent, werden ze uitgenodigd voor tentoonstellingen, ‘en letterlijk iedereen schreef over ons, tot de Italiaanse Vogue aan toe’. Nadat ze in 1999 de postacademische opleiding Fashion Institute Arnhem hadden voltooid, showden ze een paar seizoenen in Parijs. Het memorabelste stuk van het duo was misschien nog wel een grote skai mannenjas met een levensgroot paardenhoofd erop, dat naast dat van het model opdook. Enorm grappig, vindt Van Benthum nu ook. ‘Maar toen waren wij bloedserieus. Met dat paard wilden we laten zien dat je met karton en plastic iets kon maken dat hetzelfde effect had als een bontjas. En dat heeft ook zo gewerkt. Galliano had hetzelfde seizoen voor Dior ook iets met paarden en zadels gedaan, met bont en leer. Dat werd vaak samen met ons paard afgebeeld. ‘We wilden dat er op een andere manier naar mode werd gekeken. Zoals naar een schilderij, een gebouw. Best pretentieus, ja. En naïef. Maar ik denk dat onze generatie wel iets heeft bereikt. Mode wordt in Nederland niet meer zo licht gevonden.’ In 2001 beëindigden Keuper en Van Benthum hun samenwerking. ‘We waren er nog steeds niet uit wat we nou eigenlijk wilden. Het was zo snel gegaan, dat we altijd maar achter de feiten aan holden, en tussendoor moesten we allerlei klussen aannemen om geld te verdienen. Viktor & Rolf hebben vanaf het begin een plan gehad: de Madonna van de mode worden. Wij hadden wel ideeën, maar geen plan. En ik wilde weten of ik een echt product kon maken. Michiel was daar nog niet uit.’ Van Benthum ging werken voor Van Slobbes succesvolle mannenlabel So en toen dat merk werd verkocht, verhuisde hij naar Van Slobbes schoenenlijn voor Puma. Ondertussen begon hij Wolf/van Benthum, dat inmiddels is omgedoopt tot Francisco van Benthum. ‘Ik vond Wolf een mooi woord en je kunt het in elke taal uitspreken. Maar mensen bleven maar vragen wie die Wolf nou eigenlijk was.’ In zijn eerste collectie, waarvoor hij een showroom huurde in Parijs, kwam de uitbundigheid van zijn vorige label duidelijk terug: een witte trui met een naveldiep decolleté en een bontkraag, een knalroze broek, een gebloemd jasje met een corsage, een sjaal met pailletten, enorme losse bontkragen met linten. ‘Ik had zelf het idee dat het zo de winkel in kon. Niet dus. Winkeliers zeiden: ‘Fantastisch en leuk en we gaan het volgen.’ Maar niemand kocht het. Het was natuurlijk ook heel vrouwelijk en hoogdrempelig. Toch waren er wel mannen die het voor zichzelf wilden kopen, maar dan ietsje strakker of ietsje wijder of zonder dat dingetje erop. Een heel gedoe om dat allemaal te organiseren, maar ik kon er wel door wel beginnen.’ Met zijn tweede collectie bleef hij in Nederland. Ondanks de naam, Radical, was die voor Van Benthums doen erg ingetogen: een stoere trenchcoat, een sexy rood overhemdje met een hint naar het Marlboro-logo erop, een leren pak, een wijde spijkerbroek met een cummerband. Nee, dat was geen compromis, zegt hij. ‘Ik wilde gewoon een product maken waarin mannen zich op hun gemak voelen en ik begreep dat ik dat anders moest aanpakken.’ Mannenmode, zo heeft hij geleerd, gaat om vertrouwen. ‘Als je mannen voor je hebt gewonnen, blijven ze seizoenen bij je. Ze zijn veel trouwer dan vrouwen, en dan maakt het ook niet meer zoveel uit wat het kost. Maar je moet niet te veel grenzen in één keer overschrijden. Er is veel veranderd, maar een overhemd van zijde wordt nog steeds alleen geaccepteerd als het duidelijk een klassieke overhemdvorm heeft. Als het ook nog een andere vorm krijgt, wordt het te vaag. Mannenmode speelt zich af op de vierkante centimeter. ‘Ik heb natuurlijk nog altijd wel dingen die extremer zijn, maar die zijn om op de show een beeld neer te zetten. In mijn wintercollectie zit een wijde zilvergrijze jas. Ik weet dat-ie niet gaat verkopen, maar ik moet hem toch laten zien. Ik besef ook wel dat mannen uiteindelijk bij mij komen voor een pak, een zwarte broek en een elegante jas. Dat is nou eenmaal het spel dat je speelt.

Elk seizoen gaat het een beetje beter met het label. Maar nog steeds verkoopt Van Benthum niet voldoende om van te leven. Hij heeft er altijd dingen bijgedaan. Sinds kort werkt hij ook voor GStar, waarvoor hij de bijzondere showstukken ontwerpt en consultant is. ‘Ik heb geen privéleven’, zegt hij. ‘Ik sport niet, ik heb geen hobby’s en ik reis alleen als het moet – voor mijn werk. Maar dat is niet erg. Dat is de keuze die ik heb gemaakt.’ Zoals het ook een bewuste keuze is om pas nu de stap naar Parijs te zetten. ‘Ik wilde eerst alles solide hebben. Tien jaar geleden ging het allemaal om creativiteit en vernieuwing, nu ben ik een bedrijf. De modewereld is ook harder geworden. De grote conglomeraten hebben het voor het zeggen, daar moet je mee concurreren. Het kost ook gewoon een paar jaar om een merk op te zetten, en goede ateliers te vinden. Er zijn al genoeg Nederlandse merken gesneuveld omdat ze opeens een grote bestelling kregen die ze niet konden laten maken. ‘Ik heb veel discussies gehad met Alexander. Hij zegt: ‘Je moet het niet doen, naar het buitenland gaan. Je wordt er zo ongelukkig van.’ Nu bestaat mijn collectie uit tachtig stuks. So was op gegeven moment zo groot dat er zevenhonderd verschillende kledingstukken per seizoen moesten worden ontworpen. Dat moet er dan gewoon komen, ook als je het even niet meer weet. Je bent een productiemachine. De kans dat ik zo groot wordt, lijkt me klein. Maar dan nog: ik wil het zelf allemaal ervaren. ‘Ik heb een goed product. Ik wil gewoon dat het meetelt. Als het in Nederland kan, dan kan het ook in de rest van de wereld. Ik verwacht niet dat de wereld meteen aan mijn voeten ligt. Het gaat nog vijf, misschien wel tien jaar duren. Maar ik wéét dat het gaat gebeuren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden