Column

Ik wil geen geparticipeer aan mijn keukentafel

Ik stond laatst een boterham te smeren toen ik plotseling hevig werd opgeschrikt door mijn oudere buurvrouw, die haar vriendelijke gezicht op een armlengte van het mijne tegen het keukenraam had geduwd, en zo, de voeten stevig in de sneeuwklokjes, naar mij stond te lachen, een mengeling van concentratie en afwezigheid in haar blik.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De buurvrouw is altijd overal. Ze staat op de stoep als ik het huis aan de voorzijde verlaat, bij de deur van de brandgang als ik het via de andere kant probeer. Op straat verstopt ze zich achter dunne, pas geplante boompjes, zodat je van haar alleen de mond, neus en ogen niet kunt zien.

Eerst dacht ik dat ze eenzaam was of door de jaren aangedaan. Met Sint Maarten hebben we speciaal bij haar aangebeld. Andere ouders moedigde ik aan hetzelfde te doen. 's Avonds werden twee peuters ziek. Ongerustheid golfde door de straat, hoofden staken uit de deuren - welke idioot gaf de kleintjes bonbons met alcohol?

De laatste tijd denk ik: volgens mij heb ik op het verkeerde paard geparticipeerd. Volgens mij is er helemaal niets met haar aan de hand en vindt ze het gewoon leuk om zo te leven. Om achter muurtjes op te duiken, heggen en parkeerautomaten. De kinderen zoveel snoep te geven dat ze moeten huilen. 'Met iets kleins ben ik ook al blij, hoor.'

Als je greep op zaken hebt, kun je veel hebben. Niet het contact, maar de dreiging ervan stresseert. De laatste maanden keek ze steeds vaker over mijn schouder naar mijn huis. Wilde ze naar binnen? Was dat de volgende stap? Dan kon ik helder zijn. De drempel was mijn absolute grens. Ik wilde geen geparticipeer aan de keukentafel.

Nu stond ze in de voortuin en wees ze naar mijn voordeur. Ik ben druk, riep ik. Geen tijd. Wat is er dan? Nee, nee, schudde ze, zo gaat dat niet, en wees nogmaals naar de deur, nu wat nadrukkelijker. Nee, nee, riep ik. Ik doe dat niet. Ik wil dit niet.

Een tijdlang keken we naar elkaar, ik snuivend, zij lachend. Na aan paar minuten liep ik toch de gang in, trok iets te wild de zware voordeur open, zodat die mij ontglipte en na een flinke stuiter tegen een sportschoen met driedubbele snelheid onderweg ging naar het gezicht van mevrouw, net bezig aan het eerste stapje over de drempel.

Het is wonderlijk om te zien hoe een gezicht zich opmaakt voor een zware, mogelijk definitieve klap. Het knijpt dicht, denk je, maar dat is niet zo. Het trekt open. Het hare wel. De ogen werden groot, de wenkbrauwen schoten omhoog, de mond ging open voor een schreeuw, maar ze had geïnhaleerd, de adem was nog niet terug.

Net op tijd werkte mijn hand zich tussen deur en mevrouw; een reflex. Ik haalde de voordeur terug. In het licht stond mevrouw, een klein lachje om de lippen. Ze wees naar mijn hand, waaruit een beetje bloed op de welkomstmat druppelde. 'Zitten', zei ze. 'Niet bewegen. Ik ga Dettol halen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden