Ik wil geen behangetjes plakken

Hij wil mooie, esthetisch verantwoorde muziek schrijven, maar altijd weer worden het van die kille, duistere, ronkende composities. 'Gelukkig is mijn werk geen blauwdruk van mijn humeur', zegt componist/dirigent Micha Hamel (24)....

''t Lijkt wel of ik achtentachtig ben. Zit ik hier een beetje jeugdherinneringen op te halen.' Micha Hamel (24) - baseball-pet, bretels - verhaalt over zijn eerste ontmoeting met Lawrence Renes, óók dirigent, óók Hagenees, óók voetballiefhebber. 'Prettig dat er in het muziekwereldje iemand is met wie je zo respectvol kunt omgaan. Lawrence is het klassieke voorbeeld van iemand die een grote dirigentencarrière tegemoet gaat. Dat zal mij niet overkomen. In sommige stukken ben ik helemaal niet geïnteresseerd.'

Hamel koopt sigaretten, laat zich afleiden door achtergrondmuziek - 'wat is dit voor een rare Chopin?', misleidt de serveerster. Hij houdt, zegt hij, van pesten en etteren. 'Meestal ben ik vrolijk. Ik heb een hekel aan moeilijk gedoe. Over futiliteiten wil ik me niet opwinden.'

De componist/dirigent heeft het druk. Afgelopen week waren er cd-opnamen met het Nieuw Ensemble en voerde hij besprekingen over de muziek in een nieuwe voorstelling van jeugdtheatergroep Maccus. 'Ik wil geen behangetjes plakken. Dat kan iedere lul met een Macintosh.' Keuzen zijn soms moeilijk te maken. 'Ik behoor niet tot de mensen waar een hekje omheen staat. Ik zie mezelf eerder als overgangsgebied. Het gevaar is dan dat je overal heen fietst en uiteindelijk niks hebt gezien.'

Vorig jaar was hij, wegens grote drukte, niet in staat om een aan het ASKO Ensemble beloofde compositie te voltooien. 'Ik heb mijn lesje geleerd. Meesterschap wordt pas verkregen als je je richt op één ding tegelijk. Aan de andere kant: als dat nou eens helemaal mislukt, wàt dan?'

Hamel schreef de muziek voor een nieuw ballet van Toer van Schayk. Op 15 juni gaat in het Amsterdamse Muziektheater Wintergezicht in première. De componist maakt bovendien zijn debuut als dirigent van het Nederlands Balletorkest. De zenuwen voor de eerste repetitie zijn inmiddels bedwongen. 'Dirigeren is een tot de verbeelding sprekende bezigheid. Mensen houden van dat flitsende elan. Toch zal ik straks - ik weet het, het is een gemeenplaats - zoveel mogelijk mezelf zijn. De boel niet opblazen.'

Van Schayk kende hij al van een theaterproduktie bij het Nationale Toneel. 'Toer is - anders dan ik - niet praatgraag in grote gezelschappen. Hij is nogal verlegen. Maar als de deuren gesloten zijn kun je ontzettend veel lol met hem hebben.' Hamel is optimistischer dan de choreograaf. 'Dat màg ook, als je jong bent heb je geen reden om treurig te zijn.'

Als het om de kwaliteit van hun werk gaat, zijn de temperamenten minder tegengesteld. 'We hebben allebei de neiging te denken dat wat we hebben gemaakt afschuwelijk is. Jajaja, denk ik na afloop van een uitvoering, jullie klappen alleen maar omdat jullie het nòg vervelender vinden om niet te klappen.'

Overschatting en zelfgenoegzaamheid zijn woorden die Hamel met gespeeld afgrijzen uitspreekt. 'Ik vind mezelf niet zo bijster belangrijk. De hele tijd op je kamer zitten en je eigen dingen schrijven lijkt op masturberen. Lekker, maar voor wie is het nou zo interessant dat je alles naar buiten zit te sproeien? Het is veel boeiender om een relatie met iets of iemand aan te gaan.'

Hamel zou niet snel een stuk voor twintig saxofoons schrijven. Hij houdt niet zo van saxofoons en hij is geen hoer. Maar voor een opdracht draait hij zijn hand niet om. Zolang de initiatiefnemer hem maar inspireert. 'Ik ren niet in de open armen van Jan en alleman. Wintergezicht heb ik geschreven omdat ik Toer kèn. Ik kan niet componeren als ik niet voor mensen schrijf. Kunstenaars zouden, als in de tijd van Haydn, sterk bij opdrachtgevers en publiek betrokken moeten zijn. Heel handig als je weet voor wie je iets maakt. Dan is alvast een deel van de zingeving ingevuld. Want die vraag naar het waarom: je komt er nooit achter.'

Eens in het half jaar gaat hij op bezoek bij Louis Andriessen. Die presenteert hem, als hij op dreef is, verhandelingen en analyses. Hamel schatert. 'Zodra we over muziek praten, hebben we de grootste mot. Louis, zeg ik dan, je lult uit je nek. Zijn axioma's zijn van toepassing op zijn muziek, niet op de mijne. Louis' stukken zijn helder, hij hamert er altijd op dat ze ergens over moeten gaan.'

Composities van Hamel, als Pinocchio (1994) en . . .Blättern. . . (1994), blinken, op het eerste gehoor, juist uit door het ontbreken van een duidelijk thema. Critici spreken van 'zappen langs tradities' en 'een zeker losse-floddergehalte'. 'Misschien is mijn oeuvre wel één grote pesterij van Louis. Ik houd van veelkleurigheid. Geen voorkeur voor gespierde no-nonsense, maar voor een labyrint. Ik doe drie maten iets en dan geef ik een ontzettende hengst. Dachten jullie dat het hierover ging? - mooi niet'

Wintergezicht, dwarse aubade aan meesters als Schubert en Queneau die eerder over de winter schreven, is een complex stuk geworden. 'Het is muzikaal ongelooflijk moeilijk te volgen. Ik wil steeds mooie, esthetisch verantwoorde muziek schrijven, maar altijd weer worden het van die kille, duistere, ronkende composities. Louis Andriessen zegt dat je van optimisme geen mooie noten krijgt. Gelukkig is mijn werk niet een blauwdruk van mijn humeur.'

Zijn eerste compositie schreef hij toen hij veertien was. 'Een pianoconcert, een beetje Mendelssohn, heel duf.' Hamel was het stadium van knutselen met Lego nog maar nèt ontgroeid. Hij las de jeugdboeken van zijn ouders - Marjoleintje van het pleintje - en luisterde, als hij even kon, naar platen van Elvis Presley. 'Ik had nauwelijks in de gaten waar leeftijdgenoten zich mee bezighielden.' In zijn klas waren ze idolaat van Supertramp, maar Hamel had nog nooit van de groep gehoord. 'Ik heb de schade snel ingehaald. Want ik wilde ook hip zijn en naar de Top-40 luisteren.'

Hamel studeerde piano en hobo. Zijn broer, muzikaal talent van de familie, volgde hij naar diens fagot-lessen. 'Als hij een liedje van Elton John hoorde speelde hij het zó na. Ik kreeg Let it be nog niet onder de knie.' Niet zijn broer, maar hij koos uiteindelijk voor een carrière in de muziek. Hamel studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en volgde in Engeland een componisten/choreografen-cursus. Daar kreeg hij zelfs balletles. 'Als ik mijn linkervoet vóór moest zetten, moest ik eerst bedenken waar die ook weer zat.'

Met ontzag volgt hij nu de repetities van de dansers van Het Nationale Ballet. Na afloop zou hij zich het liefst uit de voeten maken. Hoe te handelen in de nabijheid van dansers? 'Daar sta je dan, naast al die wonderschone heren en dames. Overal grote spiegels in het repetitielokaal, je zíet jezelf lopen. Niet dat ik een bochel heb of zo - maar je krijgt toch wel erg sterk het gevoel dat je je eigen lijf niet behoorlijk gebruikt.'

Voordeel: zo maakt Hamel van nabij mee tot welke fysieke inspanningen zijn composities leiden. 'Mijn temperament is nogal plastisch. Ik vind het moeilijk om abstracte muziek te componeren, die zonder dans of theater in de concertzaal wordt uitgevoerd. Tegelijkertijd is dat de grootste uitdaging.'

Als hij alleen op zijn kamertje zit te schrijven, heeft hij het gevoel dat hij vergezeld wordt door de grote meesters uit het verleden. 'Als je je grondig in hun werk verdiept kun je - en ik verkoop je geen Jomanda - daadwerkelijk communiceren met dooie componisten. Ik ga bijna een dialoog met ze aan. Dank zij hun werk kom ik heel veel van hen te weten.' Vroeger werd hij nog wel eens door hun aanwezigheid gehinderd. 'Ik werd er onzeker van. Daar ben ik nu vanaf. Ik meet me voortaan alleen met mezelf - niet met anderen.'

Belangrijke composities hoort hij onbevangen aan. 'Wie mijn favoriete componist is, is irrelevant. Mijn belangstelling gaat van Aerosmith tot Hazes. Zolang het maar heel goed in zijn soort is.'

Onderscheid in genres of niet: André Rieu valt, wat Hamel betreft, mooi buiten de boot. 'Wat hij doet is tenenkrommend slecht. Hij heeft geen gevoel voor timing, zijn cd's klinken afschuwelijk. Dan liever James Last: zijn producers weten tenminste hoe ze een strijkkwartet moeten opnemen.'

Hij doet een stukje voor. Een walsje van Rieu dat houterig, en met horten en stoten, tot de luisteraar komt. 'Toch heb ik geen muzikale zorgen, alleen medische.'

Hij doelt op het kabaal in cafés en discotheken. 'En al die mensen met een walkman op hun harses! Het is niet niks wat hun oren te verduren krijgen.'

De hel is de Amsterdamse Roxy, waar zijn zusje werkt. Dansmuziek op volle sterkte, ruis aan de bovenkant, boem aan de onderkant. Micha Hamel imiteert: pfffff-dèng, pfffff-dèng. Als het zo doorgaat, is over tien jaar half Nederland doof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden