‘Ik wil er zelf wel in wonen’

Humor en een glans van kermis kenmerken de bouwkunst van John Körmeling. Maar hoe lichtvoetig en vermakelijk het ook lijkt, zijn werk is nooit zomaar een gimmick....

Marina de Vries

‘Ik zag het huis gister voor het eerst ronddraaien’, zegt kunstenaar John Körmeling met de sleutel van de voordeur in de hand. ‘Het is het beste dat ik in tijden heb gezien. Gelukkig heb ik het zelf gemaakt.’

Körmelings Draaiend Huis, op de Hasseltrotonde in Tilburg, wordt morgen officieel geopend door de Rijksbouwmeester en de wethouder van Tilburg. Een paar dagen eerder laat Körmeling zijn nieuwe kunstwerk zien. Hij klopt op de muren, kijkt met glimmende ogen naar de aandrijfmotoren die van de begane grond een machinekamer maken, zet ramen en deuren open, snelt via de houten trappen naar de eerste etage en naar de zolderverdieping, tikt tegen de dakkapel en geniet van het absurde uitzicht van auto’s die als dinky toys om het huis draaien.

De ruimte van het huis is jaloersmakend: drie verdiepingen van bij elkaar 150 vierkante meter met royale plafondhoogte en enorme raampartijen. Lichtpeertjes bungelen aan het plafond om het huis ook in de nacht te kunnen verlichten, maar verder is het leeg. Toch is het zo echt dat een naburig hotel al het idee heeft opgevat er een hotelsuite te maken. ‘Fantastisch toch? Ik zou er zelf ook graag in wonen. De doorzonwoning is echt een van mijn favorieten, een slim en eenvoudig woningtype met een eigen voor- en achtertuin en licht dat overal binnenvalt. Helaas zit er geen woonbestemming op een rotonde.’

Heen en weer banjerend door het huis, via de terrasdeur naar buiten, waar de grote rails nog open en bloot in de modder liggen (het gras moet nog worden ingezaaid), toont Körmeling verbazing – dat het er ondanks veel verzet toch is gekomen – en dan trots. ‘Dit is toch het leukste huis van Tilburg’. Voortdurend borrelt gegrinnik op. ‘Moet je je voorstellen, dat je voor dat stoplicht staat te wachten en wordt ingehaald door een rijdend huis? Dat is toch knettergek?’ De vonk van Körmelings gebouwde fantasie slaat direct over als hij het huis met een simpele druk op de knop knarsend in beweging zet. In het niets starende automobilisten veren op, fluiten, draaien het raampje open en slaken kreten van verbazing en geluk.

Draaiend Huis is een voorlopig hoogtepunt in de carrière van architect-kunstenaar John Körmeling (1951). Het is in alle opzichten exemplarisch voor zijn oeuvre. Körmeling studeerde in 1981 af als architect en stedenbouwkundige aan de Technische Universiteit Eindhoven, de stad waar hij nog altijd woont.

In de eerste jaren na zijn afstuderen vond hij soelaas bij de beeldende kunst. Hij bestookte Nederland met ideeën, schetsen en papieren plannen die nogal eens draaiden om mobiliteit en verkeer. Steevast werden ze gekenmerkt door humor, een glans van kermis en optimistische tegendraadsheid. Uit die tijd dateren zijn reuzenrad voor auto’s, zijn vierkante auto op waterstofgas en zijn feelgood lichtsculpturen in het Van Abbemuseum Eindhoven en op Schiphol, waarbij de woorden Hi Ha in felle kleuren aan- en uitknipperen.

In de tien jaar dat Körmeling ervoor heeft geijverd het Draaiend Huis van schets tot werkelijkheid te brengen (waarbij het met oog op de veiligheid langzamer zal draaien dan oorspronkelijk bedoeld), is hij vanuit de kunst overgestapt op het bouwen. Hij bouwde een glazen theehuis in een park in Breda met op het dak de woorden slagroom soep worst ijs (2002) en de fietsenstalling Fiets & Stal langs het strand van Scheveningen (2006). Na een besloten prijsvraag werd hij vorig jaar uitverkoren om het Hollandse Paviljoen te maken voor de wereldtentoonstelling van 2010 in Sjanghai. Hij liet een handvol gevestigde architectenbureaus achter zich.

Of Körmeling nu schetst of bouwt, zijn ontwerpen vormen een krachtig beeld dat de toeschouwer even op een ander been zet, dat vrolijkheid uitstraalt en amuseert en zich nestelt in het geheugen. Maar hoe lichtvoetig en vermakelijk het ook lijkt, zijn werk is altijd meer dan dat. Voor wie het wil zien, ligt achter het eenvoudige beeld een rijke en serieuze maatschappelijke visie.

Draaiend Huis is allerminst doorsnee rotondekunst. Het is in de eerste plaats een dwaze mix van absurdisme en alledaagsheid. Een driedimensionale striptekening die langzaam tot leven komt. In minder dan 20 uur glijdt het huis op twee grote rails de rotonde rond. Wie met zijn auto voorbij rijdt, merkt pas bij een tweede passage dat het huis op een andere plek staat dan verwacht. Maar zo ongewoon als het beeld is, zo gewoon is het huis. Een lullig, Hollands rijtjeshuis, zo een waar veel babyboomers een hekel aan hebben, met frisse gele baksteen en rode pannen. Voor- en achtertuin zijn nu nog van staal, maar worden straks voorzien van kunstgras.

Draaiend Huis lijkt daarmee een even simpele als persoonlijke ode aan de doorzonwoning, maar het huis refereert niet voor niets aan de jaren zestig. Het staat symbool voor een tijdperk vol beloften. ‘Alles was toen nog mogelijk’, zegt Körmeling met nostalgisch verlangen in zijn stem. ‘We konden overal naar toe, zelfs naar de maan. De maatschappij en de huizen waren naar buiten gericht. Ik houd van die sociale manier van leven. Kijk naar de huizen rond de Hasseltrotonde, die zijn zo somber en zwaarmoedig als maar kan. We trekken ons steeds meer terug in grotwoningen, met een plakje gras op het dak.’

Körmelings oeuvre is een permanente ode aan vrijheid en optimisme en een voortdurende verkenning van nieuwe mogelijkheden. Om die reden is hij ook een groot fan van kermissen en van de Efteling, werelden waarmee Tilburg zich nadrukkelijk wil profileren en die in het Draaiend Huis bij elkaar komen. ‘Ik ben een groot fan van kermis. Het is in een keer helemaal feest en ik vind het er fantastisch uitzien. Maar het bevreemdt mij dat er zo’n sterke scheiding is tussen de Efteling, waar je het omgekeerde beleeft van wat je gewend bent en waar je geprikkeld wordt op een andere manier te kijken, en thuis, waar alles weer gewoon is.’

Dat is een andere rode draad in zijn oeuvre. Körmeling is een fervent tegenstander van de sinds de jaren zeventig oprukkende scheiding van functies, van ‘de tendens van het apartheidsdenken’, zoals de schrijver Piet Meeuse het zo mooi uitdrukte ter gelegenheid van de aan de kunstenaar-architect toegekende Witteveen+Bos-prijs voor Kunst+Techniek in 2006.

Dat apartheidsdenken betreft de scheiding van gewoon leven en kans op verrassingen, maar ook de sinds de Franse architect Le Corbusier wereldwijd doorgevoerde scheiding van wonen, werken en verkeer. Ook daar levert zijn rotondekunst commentaar op. ‘Vroeger was de Hasseltstraat een doorgaande weg, waarin handel werd gedreven en men bij elkaar kwam in de Hasseltse Kapel. Hasselt was een van de lintdorpen, rond het centrum van Tilburg. De Hasseltrotonde heeft die straat bruut doormidden geknipt, het ene deel is sindsdien onbereikbaar voor het andere. Zoiets doe je toch niet?’

Met de komst van de rotonde sloeg de verloedering toe, aldus Körmeling. De huizen staan aan een doodlopende weg, en zijn steeds minder geliefd. ‘De winkeliers in de Hasselstraat vonden mijn plan eerst gek, maar toen ik ze vertelde dat het huis op een heel vrolijke manier de eenheid herstelt, werden ze enthousiast. Het biedt de buurt reuring en nieuwe kansen.’

Al Körmelings werk levert op een positieve manier een bijdrage aan maatschappelijke discussies. Als je hem vraagt of dat een belangrijke taak is van de kunst, zegt hij: ‘Ik vind niet dat kunstenaars per se kritiek moeten leveren. Maar ik ben er gewoon van. Het gaat vanzelf, onbewust.’

Ook Körmelings paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Sjanghai, Happy Street, is meer dan een attractie en uitstalkast van Hollands vernuft. Het wordt ook een pleidooi voor functiemenging en daarmee voor een betere toekomst. Het paviljoen, dat naar verwachting evenveel belangstelling zal trekken als het Big Mac-paviljoen van MVRDV voor de wereldtentoonstelling in Hannover, bestaat uit een doorlopende weg met huizen eraan. De weg slingert zich als een achtbaan 25 meter de lucht in, en aan de weg hangen Körmelings favoriete Hollandse huizen, zorgvuldig gekopieerd en speciaal op maat gebracht. Het gros van de gebouwen – de Cineac van Duiker uit Amsterdam, het Rietveld- Schröderhuis uit Utrecht, een drive-in woning van Van Tijen en Stam – stamt uit het modernisme: de jaren twintig, vijftig en zestig van de vorige eeuw. Het waren de jaren waarin wonen, werken en verkeer nog onlosmakelijk met elkaar waren verbonden. Rond het paviljoen wordt een kunstmatig polderlandschap opgetrokken.

In de huizen komt een mix aan activiteiten. Slimme, technologische vindingen op het gebied van water en milieu gaan hand in hand met inspirerende kunstuitingen. Een wereldtentoonstelling met het thema Better City, Better Life moet serieuze aandacht besteden aan kunst, aldus Körmeling. ‘Ik vind kunst net zo belangrijk als uitvindingen, die inzichten bieden en kans op verbeteringen.’

Of Körmeling ooit heeft gedacht om juist met oog op dat gewenste, betere leven te weigeren in China te bouwen? ‘Nooit. Nederland probeert juist contacten te leggen en handel te drijven met China. Dat wordt door de wereldtentoonstelling gestimuleerd. Dan zou het raar zijn om niet mee te doen. Bovendien is dit de mooiste opdracht die je kunt krijgen.’

De bouw in Sjanghai begint dit najaar. Na 2010 wil Körmeling doorgaan met bouwen, waarbij hij geen onderscheid maakt tussen kunst of architectuur. ‘Ik wil graag een goed huis maken, dat praktisch is en bewoners en passanten een goed humeur bezorgt.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden