Column

Ik wil een mannenclub

Over de geheimen van de mannenclub, of het nou om een knuppel of een motor gaat.

Leden van motorclub Satudarah. Beeld ANP

Toen ik 8 jaar oud was, leerde mijn vader mij hoe je een honkbalsok aandoet. Ik moest op de rand van het bed gaan zitten. Eerst legde hij mij uit waar het honkbal vandaan kwam. Uit Amerika. Daar waar de mensen in hoge gebouwen woonden en waar soldaten met prachtige vrouwen midden op straat dansten omdat er iets was bevrijd.

In Amerika droegen ze aangepaste sportsokken. Mijn vader liet me eerst een witte badstof sok zien. 'Kijk, zo sporten Nederlanders.' Ik zag ook wel dat dat niet kon. Daarna hield hij de honkbalsok vlak voor mijn gezicht. Hij rekte het moment en zei toen: 'Amerika.'

Daarna legde mijn vader mij uit hoe je zo'n sok aandeed. Later herkende ik die loodzware, emotionele sfeer in films over de maffia. Een stervende Italiaanse grootmoeder, die haar dochter in het oor fluistert: 'En dan de tomatensaus zes uur laten trekken, geen minuut langer.' Daarna knikt haar hoofd naar rechts. Dood.

Ik ontwikkelde me in de jaren daarna als de mislukte zoon. Ik stelde te veel vragen over dingen die door de honkballers om mij heen als vanzelfsprekend werden ervaren. In een volle kleedkamer vroeg ik waarom ze allemaal een pet op hadden. Het was bewolkt. Waarom droegen ze elastische driekwartbroekjes, waardoor ze allemaal op ridder Florisjan van Burgerrecht leken? Ik kreeg steeds hetzelfde antwoord. 'Omdat ze het zo ook in Amerika doen.'

Ik dacht daar gisteren aan terug, dat intense verlangen naar mannenrituelen, om samen anders te zijn dan de rest, toen ik een documentaire over motorclub Satudarah keek. Ik zag volwassen, ruige mannen, allemaal in hetzelfde jasje. Ze hadden het steeds over hun clubhuis.

Eigenlijk zag ik honkballers. Ik begreep deze mannen. Steeds net als ik overstroomde van liefde voor een van de geportretteerde motorclubleden, bijvoorbeeld omdat ze heel trots een soort van sticker in ontvangst namen die ze dan weer op hun jas konden naaien, dan bevroor het beeld en verscheen er tekst: 'Richard werd twee weken later opgepakt en kreeg veertig maanden gevangenisstraf.'

De hele documentaire was een opeenvolging van schitterende rituelen. Nieuwe leden moesten op een bepaalde manier aan een tafel gaan zitten en legden daarna een examen af. 'Hoeveel veren staan er op ons embleem?' Als iemand was geslaagd, sloegen ze hem met een leren kussen in zijn maag. Daarna was iedereen heel blij. Een aantal leden onderwierpen zich in Indonesië aan een ritueel . Het was iets met een gepelde noot en dan kauwen. Daarna omhelsden ze elkaar. Weer hadden ze allemaal hetzelfde T-shirt aan.

Nu heb ik ook de smaak te pakken. Ik wil een club oprichten en dan andere mannen toelatingsexamen laten doen. Ik wil aan een doodsbange, halfnaakte man vragen: 'Ik vroeg je wat. Kijk me aan. Wat is dit voor vrucht?' En daarna wil ik wijzen op een vrucht. Als hij dan zegt: 'Mandarijn?', dan sla ik hem op zijn wang, ik schreeuw: 'Bloedsinaasappel.' Daarna moet hij zes keer vijf maal om zijn as rollen in een schuur gevuld met kippendijen.

Vervolgens ga ik met een potlood over zijn voetzool. Als hij lacht, wordt hij helaas eerst korporaal en dan zien we wel weer eens verder. Ik wil een eendagskuiken in iemands mond doen en dat dertig mannen daar dan omheen staan. Ze applaudisseren. Ik wil een club.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden