Column

Ik wil de tijd laten verstrijken in plaats van bestrijden

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Hij bericht op deze plek meestal over het dagelijks leven in zijn land.

In Nederland is tijd ons kostbaarste bezit. We nemen er kleine slokjes van alsof het een zoet elixer is dat slechts zeer spaarzaam kan worden genuttigd.

Zuinig moeten we zijn, het kan zo op zijn. Daarom drinken we 'even' koffie met iemand, gaan we 'snel' naar de supermarkt, en vinden we wachten 'zonde.' Iedere dag is zo ingedeeld, volgestouwd soms, opdat de tijd 'nuttig' kan worden besteed. Iedereen is het erover eens dat 'tijd verspillen' een van de ergste dingen is die je kan doen.

Dus ook als het pijpenstelen regent, stap je op de fiets. Anders kom je te laat. De winkels gaan dicht, de trein vertrekt of je hebt een afspraak. Te laat komen voor een afspraak is het allerergste. Dan heb je tijd van iemand anders verbruikt.

Als westerling woonachtig in een anders ontwikkeld land, had ik lang de arrogantie om te denken dat onze opvatting van tijd de allerbeste is. Hoeveel kun je immers niet doen in een dag als je efficient met tijd omgaat? In een notendop betekent méér doen, méér productie en méér ervaringen. Tijd is geld, zeg maar.

In Iran werkt de tijd heel anders. Daar is de tijd een oceaan waarop je met een roeibootje naar de overkant probeert te komen, maar nooit raakt uitgeroeid. In Iran is de tijd er om te beleven, niet om altijd nuttig te zijn. Misschien om dat idee te ondersteunen is de manier waarop tijd er wordt gekwalificeerd zo verwarrend mogelijk gemaakt. Jaren, maanden, dagen; alles is anders.

We leven nu in Iran in het jaar 1395, want zo lang is het alweer sinds de profeet is geboren. De maanden zijn verdeeld naar de zonnekalender waar de Iraniërs zich aan houden. Die begint op 21 maart, op de eerste dag van de lente en gaat door met maanden die bahman, khordad en mehr heten en die compleet anders lopen dan januari, juni en oktober. Het weekend, om het nog ingewikkelder te maken, is op vrijdag. Zaterdag is dus 'onze' maandag, het begin van de week. Op onze dinsdag al hakken we hier de week doormidden. Op donderdag is het dus vrijmithee, daarna weekend.

Overigens hebben de dagen in Iran geen aparte namen, maar begint alles met de eerste dag van de week: zaterdag. Zondag heet dus, vertaald, 1 zaterdag. Maandag: 2 zaterdag, enzovoort. Alleen vrijdag, de officiële vrije dag, heeft zijn eigen naam: jome.

Jarenlang heb ik er alles aan gedaan om het er bij mij ingestampte Nederlandse systeem van tijdmanagement vol te houden in deze chaos. Het was alsof ik een vierkantje in een driehoekje probeerde te duwen. Als al mijn Iraanse vrienden gezellig aan het zwembad lagen en belden met de vraag of ik ook kwam, verkocht ik ze nee. Want aan het zwembad hangen, dat is tijdverspilling. In de file werd ik boos. Zonde van de tijd! Als de lunch op vrijdag wat uitliep, raakte ik in paniek. Ik kan toch niet de hele middag niks doen?

Leven in een andere cultuur verandert een mens. Buiten onze comfortzone merk je pas dat we thuis verstrikt zijn geraakt in het plakkerige spinnenweb van onze tijdbeleving.

Onlangs was ik 36 uur in Nederland. Tussen het rennen door dronk ik een kopje koffie in een café. Naast me zaten twee mannen die een mix van Arabisch en Nederlands spraken. De een, die politieagent in Amsterdam bleek te zijn, was net op vakantie in Marokko geweest. 'Iedereen heeft daar tijd voor elkaar, zo gezellig', zei hij. 'Ik zie mijn ooms in Marokko vaker dan ik mijn zussen hier in Nederland zie. Tijd heeft ons in bezit genomen hier.'

Precies. In Nederland ren je de hele dag achter de klok aan. Kleine wedstrijdjes om de volgende stempelpost te halen, met zes uur als finish. Dan is de race opeens voorbij, gaan we naar huis en de rest van de avond voor de tv zitten. Dat is het bijzondere. 's Avonds mag je wel tijd verspillen. Dat is namelijk je 'eigen tijd', en die gebruiken we vaak om bij te komen van al dat rennen van de rest van de dag.

Natuurlijk is het beter om de tijd goed te besteden, maar waar ik eerst neerkeek op lanterfanters, benijd ik ze nu. Ik wil ook zorgelozer zijn, minder op de klok kijken, de tijd laten verstrijken in plaats van bestrijden.

'Blijf niet in de gevangenis als de deur wijd open staat', zegt de 13de-eeuwse Iraanse dichter Mowlana, die we in het Westen beter kennen als Rumi. Zoals zovelen heb ik me gevangen laten nemen door de tijd. Nu wil ik veranderen.

Gisteren, op '3 zaterdag', dinsdag, ben ik begonnen. Uitslapen, bij mijn schoonouders lunchen, wat met de straatkatten spelen. Verder niks gedaan! Maar ja, vandaag had ik dubbel zoveel mails in mijn inbox, en 13 gemiste gesprekken. De tijd geeft niet makkelijk op.

Twitter: @thomaserdbrink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden