'Ik wil dat mensen denken: die Kamer, die is van mij'

'Vertrouwen is goed, maar begrijpen is beter', heet het boek dat Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet gisteren presenteerde. Ze voelt zich thuis bij collega's die écht hun achterban vertegenwoordigen.

Gerdi Verbeet is voorzitter van de Tweede Kamer, maar ook oud-lerares. Ze studeerde Nederlands, gaf onder andere les op het Berlage Lyceum in Amsterdam en schreef voor De Groene. Die vaardigheden uit een vorig leven kwamen goed van pas bij het schrijven van wat op 60-jarige leeftijd haar debuut is, het boek Vertrouwen is goed maar begrijpen is beter.


De titel verwijst naar hoe de burger idealiter naar een politicus kijkt: niet alleen vertrouwen in hem of haar stellen, maar ook begrijpen waar een parlementariër mee bezig is. Verbeet heeft daarom geen bezwaar tegen alledaags taalgebruik in de Kamer als dat die begrijpelijkheid ten goede komt. Haar opstelling in bijvoorbeeld het 'doe eens normaal man'-incident is er een voorbeeld van: ze liet de woordenwisseling tussen Geert Wilders en Mark Rutte passeren.


Haar boek is 'een onderzoek naar de vitaliteit van onze parlementaire democratie', met een optimistische toon. Het is geschreven als een dialoog met veertien gesprekspartners, onder wie Saskia Stuiveling, Frank Ankersmit en David van Reybrouck. In gesprekken bij haar thuis wilde zij met hen 'van buiten naar binnen kijken'. De geïnterviewden gidsen haar, en daarmee de lezer, door de plussen en minnen van het politieke systeem waarover periodiek zoveel gemopper en gebrom is. Verbeets doel: meer supporters werven voor het parlementaire stelsel.


Want Verbeet heeft een aantal zorgen, bijvoorbeeld over de representativiteit van volksvertegenwoordigers, van cruciaal belang in een vertegenwoordigende democratie. Verbeet heeft het niet zo op het type Kamerlid dat opereert als een technocratische zaakwaarnemer, hoog opgeleid en zonder natuurlijke achterban. Tenminste, niet als er daar te veel van zijn. Ze voelt zich meer thuis bij het Kamerlid dat als een echte 'afgevaardigde' in het parlement zit. Dat mag wat haar betreft tot in de tongval te horen zijn.


Verbeet, PvdA-Kamerlid sinds 2002 en voorzitter sinds 2006: 'Ten tijde van de verzuiling was de uitwisseling van ideeën tussen alle lagen van de bevolking beter gewaarborgd. Dat gebeurde binnen de kolom waarvan je deel uitmaakte. Nu zijn de politieke partijen kleiner, met veel minder leden, waardoor een bepaald type Kamerlid ondervertegenwoordigd is. Harm Evert Waalkens, oud-Kamerlid van mijn partij, of nu Ger Koopmans van het CDA, daar mogen we er best meer van hebben.'


Als de representativiteit niet in orde is, verliest het parlement gezag. In haar gesprek met oud-minister Pieter Winsemius, nu onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, komen twee groepen afhakers ter sprake. De hoogopgeleiden die vinden dat het parlement ineffectief is en de levenshouding hebben 'we regelen het zelf wel'. En de laagopgeleiden die vinden dat de Kamer niet over hun problemen praat. Volgens Winsemius zijn beide groepen groeiende.


'Zorgwekkend', zegt Verbeet. 'Het gaat er niet alleen om dat we de problemen onderkennen, maar ook dat we de problemen goed wegen en de agenda daarop afstemmen. Voor mijzelf was deelname aan de themacommissie ouderenbeleid een eyeopener. Ik sprak veel mensen. Op de vraag wat ze belangrijk zouden vinden bij het ouder worden, verwachtte ik dat iedereen gezondheidszorg op nummer één zou plaatsen. Maar de voornaamste zorg was: mobiliteit. Kan ik 's avonds nog wel de deur uit als ik oud ben? Dat had ik in de Kamer nooit zo duidelijk gehoord.'


Het is een moeilijk vak, volksvertegenwoordiger zijn. 'Je moet loyaal zijn aan je fractie én loyaal aan het parlement. Je moet de goede dingen goed doen en ook nog eens zo dat de burger, de kiezer ze kan volgen.' En dat alles met één medewerker per Kamerlid, volgens de ook geïnterviewde journalist Joris Luyendijk en oud-politica Femke Halsema (GroenLinks) een lachertje.


'Nederland zit voor een dubbeltje op de eerste rij', zegt ook Verbeet. Maar in tijden van bezuinigingen zit meer personeel er niet in. Ze is wel een samenwerking begonnen met de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen: de vaste commissies voor sociale zaken en werkgelegenheid, en voor infrastructuur en milieu, kunnen via de KNAW een beroep doen op de expertise van wetenschappers.


De parlementaire democratie is niet bedreigd, concludeert Verbeet, maar te veel mensen zijn er onverschillig over. 'Je wilt dat ze meedoen, het gevoel hebben: dat parlement is van mij.' Als voorzitter heeft ze niet heel veel mogelijkheden dat gevoel te bevorderen. Haar boek is er een poging toe. 'Ik heb het geschreven uit nieuwsgierigheid, niet uit ongerustheid. Maar ik concludeer wel: alles heeft onderhoud nodig, dus ook de parlementaire democratie.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden