'Ik wil dat kinderen kunnen worden wat ze willen. Of ze nou Zihni heten of Henk'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt de Volkskrant in een reeks interviews. Tweede Kamerlid Zihni Özdil (35): 'Wat mooi dat iemand zoals ik dit kan bereiken.'

Zihni Özdil. Beeld Robin De Puy

Eerst was Zihni Özdil student aan de Erasmus Universiteit, daarna werd hij er docent. In die rol sprak hij studenten toe met dezelfde afkomst als hij. 'Met een groepje blijven ze aan elkaar klitten. Elk jaar hebben ze drie activiteiten: een iftarfeest, een Istanbulreis en ze nodigen een spreker uit die de Armeense genocide ontkent.

'Zo'n student komt naar me toe, hij wil topadvocaat worden. Ik zeg: goed idee, waarom ga je niet bij het corps? Nee, dat wil hij niet, die Nederlanders moeten hem toch niet. Hij is hier geboren, alleen ziet hij zichzelf niet als een Nederlander. Onbewust is hij het dus eens met Wilders. Wanneer iemand anders precies hetzelfde tegen hem zegt, namelijk dat hij geen Nederlander is maar een Turk, wordt die jongen woedend en zegt dat hij wel naar Turkije gaat. Een land waar hij nooit heeft gewoond.'

Zihni Özdil (1981, Turkije) is Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Hij heeft een master in global history en doceerde aan de Erasmus Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. Ook was hij columnist voor NRC Handelsblad. In 2015 publiceerde hij het boek Nederland mijn vaderland.

Hoe ging dat vroeger bij u?

'In Rotterdam woonden de meeste Turkse gastarbeiders met hun gezinnen in de Afrikaanderwijk. Wij zaten ook in een sociale huurwoning, maar mijn vader had zich bewust aangemeld voor een huis in Lombardijen, in die tijd een arbeiderswijk met laagopgeleide Hollanders. Hij vond: als je je in dit land wilt ontwikkelen, moet je niet tussen de andere Turken gaan zitten. Op straat kwamen we weleens kinderen tegen die vertelden over series die ze zagen op de Turkse televisie. Van mijn vader mochten we absoluut geen schotel hebben. Dan ben je hier fysiek, maar niet geestelijk. We moesten Nederlandse televisie kijken en ons richten op een toekomst in dit land.

'We woonden in een oud krakkemikkig huisje. Elke dag zei mijn vader: jullie hebben het hier zo goed. Hij kwam uit een dorp in Centraal-Anatolië en haalde op school goede cijfers, steeds ging hij een stapje omhoog. Eerst werkte hij in een fabriek in Brabant, tot hij werd ontslagen. Toen begon hij aan een hbo-studie, voor de universiteit was zijn Nederlands niet goed genoeg. Hij vond: in dit land klagen veel mensen, maar als je wilt, kun je hier alles worden. Na de basisschool zei mijn leraar - ik zat er zelf bij - dat ik recht had op vwo, alleen was ik een allochtoon, dus ik moest rustig aan beginnen, op de havo. Mijn vader accepteerde dat niet. Zo'n helpende hand heb je nodig als kind.

'Hij had aan iedereen gevraagd: wat is de beste middelbare school van Rotterdam? Het Erasmiaans Gymnasium. In de arbeidersbuurt waar ik woonde, speelde ik op straat met Hollandse vriendjes. Ik was eraan gewend: zodra we ruzie kregen, scholden ze me uit voor kankerturk. Iets anders kende ik niet, ik ging ervan uit dat ze allemaal zo waren. Op het Erasmiaans werd ik voor het eerst uitsluitend beoordeeld op wat ik presteerde, het was prachtig.'

Nederlands
'Elke dag als ik de deur uit ga naar de Kamer.'

Turks
'Nooit. Mijn familie woont daar, ik niet.'

Eten
'Puerco pibil, ik heb het ooit gegeten in Tijuana. Varkensvlees, ja. Waarom vraag je meteen of ik dat wel mag eten?'

Partner
'Op dat gebied ben ik zeer actief. Oer-Hollands, blond en blauwe ogen heeft mijn voorkeur.'

Dubbel paspoort
'De gedachte dat loyaliteit of vaderlandsliefde zou afhangen van een stukje papier is krankzinnig.'

Beëdigd worden als Tweede Kamerlid, was dat een emotioneel moment?

'Ik was trots om Kamerlid te worden voor mijn land. Nederland. Van binnen werd ik echt warm. Mag ik dat zeggen? Ik voelde heel sterk: wat mooi dat iemand zoals ik dit kan bereiken. Op die dag werd ik gefeliciteerd door collega's, ook door Martin Bosma en andere PVV'ers. Ik vind hun ideeën niet goed, soms zelfs walgelijk, maar ik zie politiek als een vak. Alleen maar roepen dat je het er niet mee eens bent, dat heeft geen zin.'

Heeft u speciaal contact met Kamerleden van Turkse afkomst?

'Gelukkig is er geen Turks kliekje. In Turkije bestaan zo veel culturen. Ik kan niet een biertje drinken met de collega's van Denk, want zij drinken niet.'

Toont u graag dat u alcohol drinkt?

'Helemaal niet. Bij tv-programma's vragen ze altijd wat je wilt drinken. De uitzending van Pauw is 's avonds laat, daar heb ik een paar keer om een biertje gevraagd. Dan krijg ik woedende reacties. Van PVV'ers die zeggen dat ik een moslim ben die Nederland wil islamiseren en iedereen voor de gek probeert te houden door net te doen alsof ik bier drink. Turken maken me uit voor vieze nep-Turk en kontlikker van de Nederlanders vanwege datzelfde biertje. En ze schelden me uit voor Armeen. Is dat een scheldwoord?'

Waarom verhuisde u van Rotterdam naar Amsterdam?

'In Rotterdam ben ik opgegroeid, ik houd van die stad, maar ik was klaar met de ruwheid en botheid. Het is PVV-stad nummer 1, Leefbaar Rotterdam is ook groot. Aan de andere kant heb je de Turken die openlijk als Grijze Wolven staan te demonstreren. Ik krijg het benauwd van dat soort nationalisme.'

Bij GroenLinks bent u woordvoerder voor hoger onderwijs, sociale zekerheid en werkgelegenheid, en arbeidsmarkt. Heeft die portefeuille iets met uw afkomst te maken?

'Indirect wel. Ik wil ervoor zorgen dat kinderen die zijn opgegroeid zoals ik kunnen worden wat ze willen. Of ze nou Zihni heten of Henk.'

Wordt u het meest aangesproken op uw afkomst?

'Als columnist voor NRC Handelsblad was identiteit een van mijn onderwerpen, net zoals klimaatverandering, politiek en onderwijs. Voor columns over die andere onderwerpen kreeg ik niet veel uitnodigingen. Als er iets was met Turkije, werd ik platgebeld. Voor witte opiniemakers geldt dat niet, die mogen meer expertises hebben. Wanneer ik over een ander onderwerp dan Turkije mocht komen praten, was ik daar extra trots op. Dat is pijnlijk.'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Mede gebaseerd op deze serie verscheen vorig jaar zijn boek Kaaskoppen. Hij spreekt onder anderen nog met: modeontwerper Winonah de Jong (Surinaams) en comedian Rayen Panday (Surinaams). Lees hier de eerdere interviews terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden