Essay

'Ik wil al sinds mijn 5de in Bolderburen wonen'

Voor schrijfster Aaf Brandt Corstius zijn Scandinavische landen, boeken, opvoedmethoden en crimi's de beste van de wereld. Een ode dus - hoewel ze nog nooit in Zweden is geweest.

Beeld Tzenko

De afgelopen zomervakantie was een van de mooiste uit mijn leven. In de avonden, in de tent, bedolven onder talloze slaapzakken, las ik bij het licht van een zaklamp mijn bruinverbrande kinderen de gehele omnibus van De kinderen van Bolderburen van Astrid Lindgren voor. Toen we ongeveer op driekwart waren, ik denk bij het verhaal waarin hoofdpersoon Lisa een eigen lammetje krijgt, verzuchtte mijn zoon: 'Woonden we daar maar, hè mama?'

Nou zoon, die emotie snap ik wel.

Zelf wil ik ook al sinds mijn 5de in Bolderburen wonen en opgaan in het idyllische leven aldaar (de setting: drie Zweedse gezinnen, drie rode houten huizen, een goedmoedige opa, een lindeboom en een heleboel Echte Natuur) - en door Bolderburen werd ongetwijfeld het eerste onuitroeibare kiempje van de Scandinaviëverering gelegd die ik, en velen met mij, mijn hele leven ben blijven voelen.

Het is, kort gezegd, allemaal de schuld van Astrid Lindgren. Het is haar schuld dat vrouwen als ik de rest van ons leven te dure Deense designmeubelen kopen, onze kinderen Pippi, Lasse en Kalle noemen en dat we allemaal die trui van Faeröerwol van Sarah Lund uit The Killing willen hebben. En niet alleen vrouwen, ook mannen denken, nee, wéten dat in Scandinavië Alles Beter Is (ooit een porno-fantasie gehoord waar géén blond, rondborstig Zweeds meisje genaamd Inga in meespeelt?).

Beeld Tzenko Stoyanov

Mijn eigen Scandinavië-obsessie

Ik zal het omwille van het amusement niet hebben over al de echt belangrijke dingen die daar beter zijn (het onderwijs, de emancipatie, het feit dat mannen langer dan drie minuten ouderschapsverlof krijgen en dat ze er ook heel goed vuilnis kunnen scheiden), maar over de bijzaken. Die betoverende bijzaken die iedereen met gezond verstand wel eens doen verzuchten: woonde ik maar in een rood houten huisje in Zuid-Zweden/Noord-Noorwegen/of desnoods het platte maar sympathieke Denemarken.

Mijn eigen Scandinavië-obsessie werd na mijn kindertijd opgestuwd toen ik 18 werd en een jaar ging studeren in Minnesota, een Amerikaanse staat die ooit werd ingenomen door de Scandinaviërs en waar iedereen nog steeds Jensen, Madsen en Mikkelsen heet en de bevolking bovendien nog steeds een Scandinavisch accent heeft. Bekijk de film Fargo maar eens, dan hoor je het. In Minnesota studeerde ik met flink wat échte Scandinaviërs, want die komen nog steeds met hordes op die staat af om er een jaartje door te brengen - het zal wel iets met de vele ongerepte bossen en de 'duizend meren' te maken hebben.

En wat waren dát een leuke mensen. De Noren, de Zweden, de Denen. Allemaal knap, sterk en stoer, ze spraken stuk voor stuk vlekkeloos Engels en ze hielden van een feestje (lees: iets waar toen het woord comazuipen nog niet voor uitgevonden was). Ze kwamen uit redelijk welvarende gezinnen van varkensboeren en leraren, hadden op de middelbare school al veel meer geleerd dan ik, waren intelligent, op een leuke manier ambitieus en stonden in volledige balans in het leven. En dat op hun 18de.

Zo intens ging ik op in mijn Scandinavisch-Amerikaanse vriendenkring dat ik tijdens de jaarlijkse viering van Sint-Lucia (een Zweeds pre-kerstfeest) meeliep in de optocht met een kroon met brandende kaarsen op mijn hoofd en een witte lange jurk aan. Ik ging dus Noors studeren na dat jaar in Amerika, zonder ooit in Noorwegen of zelfs Scandinavië te zijn geweest. Zo diep was mijn liefde voor alles wat met Scandinaviërs te maken had.

'Nei! Nei!'

De liefde van de Scandinaviërs voor mijn volk bleek echter iets minder vurig, toen ik voor de eerste keer dat studiejaar naar Noorwegen ging. De Noren riepen min of meer fulltime 'Nei! Nei!' op straat en ze hadden ook grote spandoeken met het woord 'nei' erop. Ze waren namelijk reuze fel gekant tegen aansluiting bij de Europese Unie, waardoor ik me toch lichtelijk buitengesloten voelde. De wijn was er ook erg duur en het was er bijna altijd donker. Ik stopte maar met de Noorse studie, die toch ook iets te vol bleek te zitten met getroubleerde A-ha-fans.

Maar de aanbidding bleef. Ik richtte mijn pijlen gewoon op de resterende landen en alles wat daarvandaan kwam. Ik kocht, net als wij allen, bij IKEA, Acne, Malene Birger en natuurlijk alle klonen van H&M, ik keek The Killing en al die andere lugubere series, las Henning Mankell, luisterde naar First Aid Kit (en ja, ook naar Roxette), fietste op weekendjes weg gelukzalig door Kopenhagen, overvoerde mijn kinderen met lego, schafte mij een houtkachel van het merk Morsø aan en verlustigde mij jarenlang aan een vintage, met schapenwol beklede stoel van de Zweedse ontwerper Yngve Ekström, waarop ik uiteindelijk via Marktplaats beslag had weten te leggen. Mijn lievelingsauto is een Volvo, en ik hóú niet eens van auto's. Zo erg is het.

In mijn blinde liefde word ik wetenschappelijk ondersteund. Deze zomer kocht ik in een boekhandel in Kopenhagen het boek My Year of Living Danishly, van de Britse journalist Helen Russell, die met haar man emigreert naar Denemarken en zich afvraagt hoe het toch komt dat die Denen zo uitzonderlijk gelukkig zijn. Denemarken is namelijk al jaren het gelukkigste land van de wereld volgens de Verenigde Naties, en die kunnen het weten.

Russell komt tot de gebruikelijke conclusies: alles is er beter voor werkende moeders, Denen betalen veel belasting waardoor het er een verzorgingsparadijs is, iedereen heeft een fietslampje dat het doet, et cetera - maar ze ontdekte ook minder verwachte geluksaanjagers.

Beeld Tzenko Stoyanov

Gelukkig door design

Zo word je gelukkig van een esthetische omgeving, blijkt. Liefst 50 procent van de Denen, die estheten, en dit is echt nageteld, heeft een designlamp van Poul Henningsen in huis. (Dit klopt, ik heb huizenruil met Denen gedaan en ze zijn écht heel erg op orde, designgewijs.) Dus: gelukkig door schoonheid, gelukkig door design. Denen houden van mooie dingen en deinzen er niet voor terug daar grof geld voor te betalen. Zelfs scholen en kinderdagverblijven, schrijft Russell, zijn ingericht met mooie, duurzame - ik stel me voor: houten - spullen.

Dan is er nog het hele hygge-ding dat een grote rol speelt in Scandinavië, schrijft Russell, en ik had het zelf ook al opgemerkt. Wij denken in Nederland dat we een patent hebben op de cultuur van de gezelligheid en dat we zelfs het enige volk zijn dat daar een woord voor heeft, nou vergeet het maar, Nederland. In Scandinavische landen heet dat gewoon hyggelig en ze pakken hun hyggeligheid bovendien een stuk doortastender aan.

Zo is er in Zweden een speciaal begrip, fika, dat zoiets betekent als 'pauze houden met koffie en kaneelbroodjes'. Zweden houden ook echt fika, dagelijks, met hun collega's. Vaak wel twee per dag, in de ochtend en rond drie uur in de middag. Daarbij staat ons Nederlandse Cup-a-Soup/ Wiener-melange-uit-de-koffieautomaatmomentje toch in een behoorlijk schril contrast.

Niet alleen van hun koffiepauze, ook van hun feestdagen maken ze in Scandinavië een aanzienlijk hyggeliger festijn dan wij hier. Behalve dat ze meer feesten en tradities hebben, vieren ze die ook uitbundiger. Scandi's zijn niet bang om hun bontgekleurde nationale vlaggen voor wat dan ook te hijsen, ze dansen met zijn allen om de kerstboom én om de meipaal én om de midzomerpaal, ze steken voor van alles en nog wat een vreugdevuur aan en met Kerst nemen ze een week vrij om met hun familie binnen te blijven zitten. Bij de enige Noorse bruiloft die ik ooit bijwoonde, had iedereen een traditioneel wollen vest aan en toen ik vorig jaar met Pasen in Kopenhagen was, was de hele stad ook gewoon vier hele dagen op slot. Iedereen was lekker thuis Påske aan het vieren aan tafels vol versgeplukte narcissen.

Advents-tv

Zelf reduceer ik dit hele noordelijke feestrituelengevoel al jaren tot het bekijken van de serie Kerst met Linus, een jeugdserie die elk jaar op Zappelin wordt herhaald en waarin vanaf 1 december tot Eerste Kerstdag elke dag een aflevering is - een soort advents-tv.

Linus woont in Svingen, een klein, koud dorpje in Noorwegen, en daar doen de kinderen alles wat je van Scandinavische kinderen verwacht: sneeuwballen gooien, rode konen bezitten, kerstspelen instuderen en skiën, heel veel skiën. Ze wonen in houten huisjes, hebben namen als Nure en Klara en hun ouders houden zich bezig met het zelf timmeren van ingewikkelde adventskalenders.

Het ideale leven, zeg maar. Op en top hyggelig.

Maar een stel landen dat zich alleen maar onderscheidt door gelukkigheid en gezelligheid zou ook saai zijn. En daarom is het zo goed dat de Scandi's ook een ferm ontwikkelde duistere kant hebben. Het zal wel komen door de ellenlange winters die er op alle midzomernachtsfestijnen volgen. En die duistere kant, daar houden we allemaal van.

Denk aan Stieg Larsson, Jo Nesbø en Henning Mankell met hun lugubere boeken en mistroostige hoofdpersonen; er is zelfs een term voor, Nordic noir. Denk aan The Killing, aan Borgen, aan films als Festen en Jagten. Naar, grimmig, eng. Maar op een gezellige manier. (Of was ik de enige die zich bij The Killing telkens weer verlustigde aan de keukenverlichting van de familie van het dode meisje?)

Beeld Tzenko Stoyanov

Deens opvoeden

Dat vertellen van spookachtige verhalen schijnt de Scandinaviërs trouwens nog beter van karakter te maken dan ze al zijn, las ik in The Danish Way of Parenting. (Ja, ik lees boeken over Deens opvoeden. Dat is een stuk vriendelijker dan Frans opvoeden, en een stuk haalbaarder. Veel spelen, weinig competitie is het devies in Denemarken, en dat levert dus al jaren de gelukkigste mensen van de wereld op.) Wist u dat de sprookjes van Hans Christian Andersen ooit bijna allemaal een slecht einde hadden? En sommige trouwens nog steeds: het meisje met de zwavelstokjes, meer hoef ik denk ik niet te zeggen. En veel Deense kinderboeken eindigen ook niet met een gratuit 'ze leefden nog lang en gelukkig', maar juist met iemand die sterft of een hoofdpersoon die ongelukkig is. En dat is juist goed, schrijven de auteurs van The Danish Way. Daar word je een verstandig, wijs kind van. Een kind snapt dat de wereld niet alleen maar koek en ei is, met olifantjes die verhaaltjes rustig staan uit te blazen.

Dus zelfs die donkere kant heeft een fijne, gezonde uitwerking op de Scandinaviërs. Ze hebben het gewoon zo goed voor elkaar.

En dan te bedenken dat ik in mijn meest vereerde Scandinavische land, Zweden, nog nooit voet heb gezet. Maar ja, ik heb ook nog nooit voet gezet in de hemel. En toch weet ik dat het er goed is.

Of om met Lisa te spreken: 'O, wat hebben we het toch goed in Bolderburen!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden