IK WERK DUS IK GROEI

De persoonlijke begeleider is een functionaris in opkomst. Hij is de praatpaal voor de benarde manager en vraagt voor zijn diensten geen geringe vergoeding....

'Raadgever' staat op het visitekaartje van Eric Nordholt. Na zijn vertrek bij de Amsterdamse politie begon de gewezen politiecommissaris een succesvolle praktijk als mental coach. Zijn klanten hebben één ding gemeen: ze zijn hoog gestegen op de maatschappelijke ladder. En omdat het aan de top niet alleen eenzaam is, maar ze er ook niet vaak worden tegengesproken, laten ze zich door Nordholt op hun lazer geven. Zelf omschrijft hij zijn werk liever als 'het geven van raad op het gebied van leiderschap en strategie'. Op zijn zolderverdieping aan de Amsterdamse Keizersgracht coacht Eric Nordholt gemiddeld dertig tot veertig managers. Voor wie niet bij hem terechtkan, zijn er voldoende alternatieven: adviesbureaus, therapeuten en (amateur)psychologen hebben zich op de nieuwe primaire levensbehoefte gestort. Wat in de jaren tachtig de psychiater was, is nu de coach. En wat zo fijn is: je hoeft geen trauma's of een onverwerkt verleden te hebben om over zo'n coach te beschikken. Een beetje onzekerheid over het eigen functioneren volstaat.

'De vraag naar individuele coaching groeit enorm', zegt Margreet Steenbrink van bureau Schouten & Nelissen in Zaltbommel. 'Er wordt flink geïnvesteerd in leidinggevenden, maar ook in de high potentials, de aanstormende talenten. De krapte op de arbeidsmarkt speelt daarbij een rol, net als het gegeven dat bedrijven geld genoeg hebben: wie goede mensen heeft, houdt ze graag in huis.' Steenbrink vertelt over het telefoontje van een bedrijf dat flink groeide en een manager zocht, liefst iemand van binnen. 'Ze hadden wel een high potential op het oog, een jonge vent, maar die hád het nog niet. Toen was het: "Margreet, kijk waar hij nog extra begeleiding in nodig heeft en ga aan de slag.'' Ik kon onbeperkt afspraken met hem maken, als ik maar zorgde dat hij in een halfjaar klaar was.' Een dagdeel Schouten & Nelissen kost 1400 gulden.

Lange tijd was begeleiding door een personal coach voorbehouden aan mensen die in een beperkte tijdspanne een zenuwslopende prestatie moesten neerzetten: sporters, artiesten, tv-presentatoren. Van Henny Huisman is bekend dat hij geen stap zet zonder de steun van ex-judoleraar Frits Löhnen, die ook Caroline Tensen 'doet'. Na het overlijden van Toon Hermans onthulde één van zijn musici aan weekblad HP/De Tijd hoe zwaar de artiest in zijn carrière had geleund op zijn vriend, de inmiddels overleden hoogleraar psychiatrie Sjef Prick uit Nijmegen. Prick, zei de musicus, was Hermans' 'absolute goeroe'. Die kwalificatie, die aan Greet Hofmans, Raspoetin, of Krishnamurti doet denken, wordt de laatste jaren nauwelijks meer gebezigd. In 1988 moest haptonoom Ted Troost nog als een dief in de nacht door de achterdeur het ek voetbal binnengeloodst worden toen bleek dat hij spelers als Ruud Gullit en Marco van Basten niet alleen van hun spierpijn afhielp, maar ook van hun psychische obstakels. Tegen woordig maakt praktisch elke topsporter gebruik van een sportpsycholoog of een andere praatpaal die hem kan verzekeren van de noodzakelijke flow.

Ook in het bedrijfsleven is de praatpaal gemeengoed aan het worden. Hij noemt zich coach, al dan niet met het voorvoegsel personal of mental. Andere aanduidingen zijn: loopbaanbegeleider, supervisor en trainer. De coach is soms iemand die heeft doorgeleerd voor psycholoog, maar kan ook een herintredende huisvrouw zijn met veel gevoel voor mensen: het beroep is niet beschermd. Een coach werkt zelfstandig of is verbonden aan één van de vele trainings- en adviesbureaus die Nederland rijk is. Hij 'denkt mee' met zijn cliënten, neemt hun problemen met hen door, zoekt uit waarom ze zo arrogant overkomen of waarom het hen niet wil lukken hun medewerkers te overtuigen van hun grote gelijk. Met name op dat punt gaat de boel een stuk moeizamer dan vroeger.

In de jaren veertig en vijftig was de relatie tussen leiders en geleiden nog doortrokken van paternalisme. 'De supreme leider was vadertje Drees', schrijven Peter van Dijk, Jurriaan Kamp en Rik Rensen in 1985 in de inleiding van De Stijl van de Leider, een bundeling interviews uit nrc Handelsblad. 'Maar ook mannen als Den Hollander van de Spoorwegen, Van Doorne van Daf en Frits Philips van Philips waren bouwers, leiders en vaders. Ze straalden energie en dadendrang uit, maar geen begrip voor andersdenkenden. Ze waren zeer strenge vaders, die meenden dat ze gelijk hadden en geen tegenspraak duldden.'

Vergeleken bij deze mannen van stavast is de moderne leider een mietje. Energie wordt nog wel geduld, maar strengheid veel minder en gebrek aan begrip al helemaal niet meer. De veranderende verhoudingen op de arbeidsmarkt - ooit waren mensen blij als ze werk hadden, tegenwoordig is het werk blij als het mensen heeft - trekken zware wissels op de baas van nu. Medewerkers onbekommerd afblaffen is er niet meer bij. De manager van 2000 heeft niet alleen een coach, hij is er zelf ook één. Die kunst heeft hij zich eigengemaakt tijdens een van de vele cursussen die op dat gebied worden aangeboden, en waar nog maar mondjesmaat over hete vuurkooltjes wordt gewandeld of met zen wordt geëxperimenteerd. Van Emile Ratelbands Tsjakkaa! rest alleen een verre echo.

De nieuwe trainingen zijn erop gericht een bedrijfsklimaat te scheppen waar mensen niet werken omdat het moet van de baas, maar omdat het moet van henzelf; het daarbij behorende jargon spreekt van 'sturen op resultaten', 'werken vanuit commitment', 'versterken van persoonlijke kracht' en niet te vergeten het realiseren van persoonlijke groei: ik werk, dus ik groei. De School voor Coaching in Leiden brengt managers voor 3150 gulden 'inclusief de toolkit' bij hoe ze moeten opereren 'vanuit de filosofie de ander te leren eigenaar te zijn van zijn eigen veranderingsproces.'

Verwondering is het begin van inzicht, weet ook een kloeke brochure over het 'Papageno-coachingsmodel'. Managers wordt daar in aangeraden om in dialoog met de medewerker inzicht te verwerven in de mens achter die medewerker. 'De basisingrediënten voor aandacht zijn: interesse in de ander, de ander uitnodigen om zijn verhaal te vertellen op zijn manier (laat het verhaal ontstaan), iemand willen ont-moeten (niets moet).'

Trainingsbureau Boertien & Partners vat het zo samen: de moderne manager is geen baas, maar - jawel - 'een coach die zijn mensen uitdaagt, confronteert en steunt, die doelen stelt en het nemen van verantwoordelijkheid stimuleert, alles vanuit een respectvolle attitude'. Deelnemen aan de cursus coachend leiderschap (3735,29 gulden exclusief btw) is de eerste stap op weg naar succes, en naar een onderneming die heeft geleerd te sturen op resultaat. Sturen op resultaat is een term die erg in is bij trainings- en adviesbureaus, en dus ook bij bedrijven.

Aan dergelijke cursussen kleeft status. De eerder genoemde high potentials houden hun managementcursus bij voorkeur niet geheim; als de baas zo veel tijd en geld in hun ontwikkeling steekt, moeten ze wel héél belangrijk zijn. Met individuele coaching ligt dat iets anders. 'Mensen die zo'n individuele coach zoeken, of voor wie het bedrijf een coach zoekt, doen dat in principe omdat iets in hun gedrag niet op orde is, omdat er iets schort aan hun manier van leidinggeven; daar loop je niet mee te koop', zegt Margreet Steenbrink. 'Ik denk dat er veel gêne is. Coaching mag dan een hype zijn, het is lang niet overal geaccepteerd.'

Hoofdredacteur Harm Taselaar van het rtl Nieuws ervoer dat begin dit jaar, toen hij in een interview in vara Magazine onthulde dat hij zich door iemand liet begeleiden. 'Dat werd destijds heel raar gevonden, er hangt nog steeds iets aan van: kun je het soms niet alleen? Bij rtl heeft bij mijn weten maar een enkeling zo'n praatpaal, terwijl ik om me heen toch genoeg mensen zie van wie ik denk: nou, die hadden er best een kunnen gebruiken.'

Jan Zoet, theaterdirecteur van de Rotterdamse Schouwburg, laat zich sinds kort coachen door Margreet Steenbrink: 'In het bedrijf is het nu bekend. Ik heb het met enige schroom verteld.' Zoet ziet zijn 'coachingstraject' als een noodzakelijke investering. 'Ik heb deze baan nu anderhalf jaar en was voor die tijd zakelijk leider bij theatergroep Hollandia, waar creativiteit en motivatie heel vanzelfsprekend zijn. In een schouwburg ligt dat toch anders. De hele dag is het een komen en gaan van mensen die allemaal hun eigen ding doen, van technici tot pr-mensen, en die moeten allemaal ergens hun energie en inspiratie vandaan halen: uit mij dus. Dat was voor mij helemaal nieuw.'

Om zichzelf bij te spijkeren koos Zoet voor individuele coaching, en niet voor een cursus op een mooi landgoed. 'Die cursussen zijn zo algemeen; ik had er juist behoefte aan met iemand te praten over hoe ik dingen doe, hoe ik me voel. De gesprekken met Margreet zijn vaak heel persoonlijk. Het gaat over wie ik ben, wat ik wil, hoe ik ervoor zorg dat ik mezelf blijf.'

De grote meerwaarde van een coach, zegt Zoet, is dat die van buiten komt. 'In je eigen organisatie kun je niet altijd het achterste van je tong laten zien. Je mag je twijfel best aan de orde stellen - dat doe ik ook wel - maar echt kwetsbaar stel je je toch liever niet op. Dat kan bij iemand van buiten wel. Ja, bij vrienden ook, maar vrienden zijn niet objectief. Hoe eerlijk of confronterend ze ook kunnen zijn, ze staan aan jouw kant. Eigenlijk is mijn coach een soort hele deskundige vriend.'

Steenbrink: 'Een coach moet heel goed kunnen doorvragen, hard en confronterend durven zijn, maar niet aanvallend: alles wat je doet is gerelateerd aan wat de ander wil. Je moet het leuk vinden om je helemaal in iemand te verdiepen. Maar je bent geen therapeut. Soms zit het er wel dicht tegenaan.'

Die deskundige vriend neemt in het dagelijks leven langzaam maar zeker de rol van de therapeut over. Het Nederlands Psychoanalytisch Instituut constateert dat een groeiend aantal leden de overstap waagt naar een carrière als organisatie-adviseur, loopbaanbegeleider of coach. Het komt vaak voor dat managers een psychoanalyticus inschakelen om te helpen bij arbeidsgerelateerde problematiek, maar die vervolgens in hun werk als 'individuele coach' betitelen en niet als therapeut.

Over een paar jaar, voorspelt emeritus hoogleraar psychologie Dolph Kohnstamm, is de gêne die nu nog aan de coach kleeft, geheel verdwenen. 'Dan wordt ook de coach een statussymbool en hoor je de ene directeur tegen de andere zeggen: "Mijn coach vindt..." Het wordt dan niet meer geheim gehouden; er wordt toch een zekere positie aan ontleend.'

De veranderende organisatiestructuren en de krapte op de arbeidsmarkt vormen volgens Kohnstamm maar een deel van de oorzaak voor de populariteit van individuele begeleiding. 'In zekere zin is het niet nieuw: er zijn altijd verhalen geweest over de invloed van de raadgevers met wie de machtigen der aarde zich omringden. Met een beetje goeie wil zou je kunnen zeggen dat vroeger de nar degene was die voor de koning de rol van spiegel en raadgever vervulde; en dichterbij hadden we de affaire-Greet Hofmans. Maar de omvang waarin je hen nu ziet, is nieuw.'

Dolph Kohnstamm acht het 'buitengewoon onwaarschijnlijk' dat de captains of industry van de eerste helft van de twintigste eeuw zich met goeroes, coaches of raadgevers omringden. 'Eén van mijn oudooms was directeur van Shell en een andere van Hoogovens. Die wendden zich zeker niet tot een type à la Nordholt om hun persoonlijk functioneren mee door te nemen. Nee zeg. Adviezen betrokken ze van hun commissarissen - en een goeie commissaris vervult voor de president-directeur een belangrijke rol - maar daarmee deden ze het. Dat het misschien weleens koud en eenzaam was aan de top, accepteerden ze als vanzelfsprekend.

'En dat is voor veel mensen', zegt Kohnstamm, 'nog steeds niet anders. Neem iemand als Henny de Ruiter, de man met de meeste commissariaten van Nederland. Ik heb het hem niet gevraagd, maar ik zou er mijn hand voor in het vuur durven steken dat die géén coach heeft. Maar hij heeft wel een vrouw, zijn eerste, met wie hij veertig jaar getrouwd is. Die echtgenotes, of echtgenoten, vervullen voor veel mensen een soort coach-functie. In goeie huwelijken dan, hè, meestal huwelijken die al een tijdje lopen. Je partner moet je door en door kennen, hij of zij moet weten wanneer je domme dingen gaat doen omdat je bijvoorbeeld kwaad bent. Want leidinggevenden zijn vaak impulsieve mannen, die kunnen weleens ontzaglijk knallen en dat moeten ze weten te beheersen; daarin kan een partner adviseren. Maar die partner moet dan wel iemand zijn die weet waar irrationele reacties vandaan komen, die weet dat je niet tegen kritiek kan. Daar is ervaring voor nodig. Een derde echtgenote die twintig jaar jonger is en met wie je sinds twee jaar samenleeft, heeft dergelijke ervaring toch minder. Maar wie een goede relatie heeft met iemand die hem van haver tot gort kent, heeft volgens mij geen coach nodig.'

De meetlat-interviews van Opzij-hoofdredacteur Cisca Dresselhuijs met de machtige mannen van Nederland, geven Kohnstamm gelijk. Minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken over zijn vrouw Henriette: 'Ze is mijn adviseur niet, ze schrijft mijn speeches niet, maar - wat veel belangrijker is - ze is mijn vrouw. Ik vind het fantastisch dat ze er is, dat ik met haar over mijn werk kan praten. Ik zou het vreselijk vinden met iemand te leven met wie dat niet zou kunnen.'

Hoofdredacteur Harm Taselaar van het rtl Nieuws is het niet eens met Dolph Kohnstamm. 'Natuurlijk is mijn vrouw mijn belangrijkste coach, zo moet het in ieder huwelijk zijn. Maar daarnaast is het heel goed om vreemde ogen naar je te laten kijken. Iedereen heeft belangen; een coach is als enige echt objectief.'

Afhankelijk is hij niet van hem, bezweert Taselaar: 'Dan zou het een goeroe zijn, en dat is hij niet. Afhankelijk worden van zo iemand is het ergste dat je kan overkomen. Er zijn ook mensen die alles wat ze doen, voorleggen aan een paragnost. Dan ben je dus te schijterig om zelf beslissingen te nemen.'

Het gaat hem meer om de gedwongen reflectie. 'Alles dendert maar door, je hebt hier nooit een moment voor jezelf, nooit tijd om de boel op een rijtje te zetten. Dat doe ik dus met die coach. Het is prettig om iemand te hebben om tegenaan te lullen. Gewoon: wat vind jij ervan?'

Mannen zijn sowieso slechter in reflectie dan vrouwen, zegt Dolph Kohnstamm. 'Meisjes en vrouwen zijn meer naar binnen gericht, ze kijken beter naar zichzelf - dat heeft misschien ook met onzekerheid te maken. Met jezelf bezig zijn, je afvragen waarom je doet wat je doet, wordt niet erg mannelijk gevonden. Bazen die keihard moeten werken en onder hele hoge prestatiedruk staan, hebben heel weinig tijd voor reflectie op hun functioneren. Ze worden, zeker in de nieuwe economie, ook op erg jonge leeftijd manager en dan is het racen, racen, racen, en doen, doen, doen. Vroeger schreven de mensen elkaar brieven, over zichzelf. En als ze op zakenreis naar Amerika gingen, zaten ze tien dagen op een boot, zonder e-mail en mobiele telefoon. Maar als mijn zoon Manuel, die directeur is bij UPC, op zijn zeilboot zit en even ergens aanlegt, zit hij voortdurend te bellen en dingen te regelen.'

Toch heeft die zoon geen coach. 'Hij heeft het niet nodig, hij heeft een vrouw. En hij heeft een sterke basis. Dat is ook een aspect: vroeger kwamen mensen op hoge posten in de regel uit een gezin waar de vader ook dat soort werk deed. De kennis en de relaties werden gewoon doorgegeven; je stond in een traditie.

'Dat is in de politiek ook een tijd zo geweest. Neem iemand als Schelto Patijn: ik heb het hem nooit gevraagd, maar ik wed dat die geen coach heeft. Maar wel een vrouw. En vrienden. En een traditie: zijn vader, zijn ooms, zijn grootvader, allemaal deden of doen ze dat soort werk.

'En met zelfreflectie bedoel ik ook: wat zou mijn vader ervan vinden? Die is dan al dood, maar toch. Als een man als Patijn bij zichzelf te rade gaat, dan denkt ie aan zijn vader en aan zijn grootvader. Maar tegenwoordig gaan die ambten niet meer van vader op zoon over, heel veel mensen hebben die achtergrond niet, hebben ouders die het soort werk dat zij nu doen, niet helemaal begrijpen en die zelf nooit voor vergelijkbare dilemma's hebben gestaan.'

Weer geeft Cisca Dresselhuijs Kohnstamm gelijk, nu in haar november-interview met Philips-topman Cor Boonstra: 'Zijn vader is zijn grote voorbeeld, de motor achter zijn hele carrière. Elke dag praat hij met hem, ook al leeft hij niet meer. Allerlei persoonlijke zaken toetst hij aan de principes van zijn vader. Vooral privé-grillen. Soms hoort hij weleens: "Nee Cor, dit is niet goed".'

Kohnstamm zegt het met zekere schroom: 'Eigenlijk denk ik dat de absolute toppers geen van allen een coach-achtig iemand nodig hebben. Ik denk dat Freddy Heineken ook géén coach heeft. Coaching is meer iets voor de laag eronder, voor de ploeteraars, die merken dat iets niet goed gaat en die kritiek op hun functioneren krijgen, hetzij van boven, hetzij van beneden. Al denk ik wel dat reflectie op je werk helpt, en dat het geen kwaad kan voor een onervaren manager om eens met iemand van buiten te praten.

'Maar ik geloof niet in de heilzame werking van een of andere trainer van een bureau die zelf nooit een bedrijf geleid heeft. Als je dan een coach neemt, moet het een soort mentor zijn, iemand die wat ouder is en veel levenservaring heeft. En die dan zegt: joh, dat heb je verdomd goed gedaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden