'Ik werd serieus genomen - en toen ging ik weg'

In Nederland groeide ze op en maakte ze carrière als filmmaker. Toch verruilde Beri Shalmashi in 2012 de polder voor Erbil, hoofdstad van Iraaks Koerdistan en vooral: booming. Nu is ze terug - met een nieuwe film.

Beri Shalmashi: 'Het lijkt mij logisch dat de verhalen die de nieuwe geschiedenis van Nederland vertellen, anders worden beoordeeld door niet-witte mensen' Beeld Daniel Cohen

Of ze zelf op het punt heeft gestaan zich aan te sluiten bij de peshmerga, de strijdkrachten van Iraaks Koerdistan die sinds de zomer van 2014 tegen IS vechten? Net als de hoofdpersoon in haar nieuwe korte film Het front - deze week in première op het Nederlands Film Festival?

Beri Shalmashi (32), een van de meest uitgesproken jonge filmmakers van dit moment, geboren uit Koerdische ouders die in de jaren tachtig Iran ontvluchtten en opgegroeid in Nederland: 'Als je me die vraag twee jaar geleden had gesteld, dan had ik geantwoord: ik zou willen dat ik het durfde. Ik woonde toen in Erbil, de hoofdstad van Iraaks Koerdistan, en de stad werd overspoeld door vluchtelingen uit Mosoel. Ik had een band met dat gebied. De vijand waarvoor de hele wereld bang was, stond op de stoep. Natuurlijk voelde ik, net als heel veel Koerden in Erbil met mij, de drang: dit moet ik verdedigen.'

Waarom heb je het niet gedaan?

'Ik dacht al snel: wat heeft het peshmerga-leger aan een niet-fitte filmmaker uit Nederland? Als ik me had aangesloten, hadden ze me op een veilige positie gezet, van waaruit ik het front had kunnen filmen. Maar die beelden kenden we allemaal al van het nieuws. Dus. Op een gegeven moment zei ik tegen mijn goede vriend, regisseur Floris Parlevliet: 'Als ik iets kan, is het scripts typen.' Hij was een paar keer in Erbil op bezoek geweest. Hij had net als ik de drang een film te maken die invoelbaar maakt waarom jonge Koerden die in Nederland zijn opgegroeid, naar het Midden-Oosten trekken om de wapens op te pakken.'

Dat doen ze omdat de Nederlandse overheid geen troepen stuurt om IS te bestrijden, schreef je onlangs in een column op volkskrant.nl.

'En als gevolg van het feit dat ze dat niet doen, zijn er jonge vrouwen, zoals de hoofdpersoon in Het Front, die ongetraind die kant op gaan. Omdat een oorlog als deze de vraag op scherp zet: waar hoor ik bij? Ben ik Nederlander, of ben ik Koerd? En waar ben ik het meest waardevol?'

'Zoals je ziet, lekker geobsedeerd door Koerdistan', had ze in een mail voorafgaand aan het interview geschreven. Dat bleek ook uit het lijstje projecten dat ze meestuurde, en waaraan ze dit jaar werkt:

Het front, met in de hoofdrollen Maryam Hassouni en Teun Kuilboer. Gedraaid op een schietbaan, 'de perfecte setting om in te zoomen op het moment dat mijn hoofdpersoon een definitieve beslissing heeft genomen: ze heeft een enkeltje naar Irak geboekt, en hoe hard haar vriend ook probeert haar bij zich te houden, ze gaat. Ik hoop duidelijk te maken dat de strijd daar zo belangrijk voor haar is, dat ze bereid is alles op te geven. Ook de liefde.'

Shouted from the rooftops: een film van 5 minuten, net gedraaid in Erbil, over een man die treurt om zijn geliefde die niet terugkeert uit de strijd. Een pilot voor Groeten uit Erbil, een tiendelige serie videocolumns. Big Village, 'een transmediale vertelling waarin ik de weg terug volg naar de bergen waar ik met mijn ouders, peshmerga's, vandaan vluchtte toen ik 2 was, en verder terug, naar waar hun liefdesverhaal begon, na de revolutie in Iran'.

Beri Shalmashi's blik is niet altijd zo op één onderwerp gericht geweest.

Het is najaar 2010. Shalmashi, dan 26, is net afgestudeerd aan de Filmacademie als ze samen met actrice Sanne Vogel wordt genomineerd voor een Gouden Kalf voor hun televisiefilm Mama. Die gaat over een gezin waarvan de moeder overlijdt, en vooral: over hoe dat gezin het zonder haar moet zien te redden. Niet lang daarna krijgt ze de opdracht het scenario te schrijven voor de verfilming van Het huis van de moskee, de bestseller uit 2005 van Kader Abdolah. Ze is dan net terug uit Los Angeles, waar Sanne Vogel haar opzocht; ze willen een serie maken over jonge vrouwen zoals zij, die zich een tijdje in Los Angeles vestigen. Terwijl ze schrijft aan Het huis van de moskee, spreekt ze haar grote held uit die tijd, de Koerdische regisseur Bahman Ghobadi. Hij vertelt haar dat hij in Erbil gaat wonen. Dat de stad zo booming is. De inwoners hebben het over 'the new Dubai'.

Eerder al assisteerde ze Ghobadi bij een van zijn films in Erbil. Wat ze toen zag: overal koffiezaakjes, sjieke hotels, dure shoppingmalls. Intrigerend, vindt ze. En heel leefbaar voor mensen zoals zij, die in het Westen zijn opgegroeid. In 2012 gaat ze nog een keer, om het scenario van Het huis van de moskee te voltooien. Terwijl ze door de Citadel loopt, het eeuwenoude hart van de stad, denkt ze: misschien is het goed om Het huis van de moskee hier te draaien. Ghobadi wil de film regisseren.

'Het leek allemaal meant to be. Ik dacht: als ik dan toch hier ben, voor de film, moet ik het leven ook echt leren kennen. Dan moet ik niet heen en weer vliegen, dan moet ik hier komen wonen. Zodat ik over een paar jaar zelf een speelfilm in Erbil kan maken. Ze emigreert. Het plan is voor vier jaar.

Shalmashi, op het dakterras van een Amsterdams hotel: 'Nu denk ik: wat stom dat ik zo lang uit Nederland ben weggegaan. Ik had een goede opleiding, ik werd serieus genomen, ik mocht alles maken wat ik wilde - en toen ging ik weg.'

Meestervertellers

Voor het NFF-programma Meestervertellers, films die de wereld laten zien vanuit een ander cultureel perspectief, koos Beri Shalmashi Brev til kongen (Letter to the king) van de Koerdisch-Noorse filmmaker Hisham Zaman. Over een dag in het leven van vijf Koerdische vluchtelingen in Noorwegen. Ook te zien: Dear white people (2014) van Justin Siemin, An oversimplification of her beauty (2012) van kunstenaar-musicus-regisseur Terence Nance en de Nederlandse speelfilm Wan Pipel (1976) van Pim de la Parra. Na de films zijn er gesprekken. Voor het hele Meestervertellersprogramma, zie filmfestival.nl

Waarom was die drang zo sterk?

'Ik had het idee dat de films die in Nederland werden gemaakt, er ook wel zonder mij zouden komen. In Erbil was er amper sprake van een filmindustrie. In de bioscopen draaiden Hollywoodfilms, op televisie zag je vertaalde Turkse soaps. En de Koerdische filmmakers in het buitenland maakten vooral zielige films over Koerden die onderdrukt werden. Ik wilde iets anders laten zien. Het moderne Erbil, waar alle lagen van de bevolking langs elkaar heen schuren: yuppie-expats, oude peshmerga's die in het bejaardentehuis worden gestopt omdat hun kinderen bezig zijn met geld verdienen, vluchtelingen die een nieuw bestaan proberen op te bouwen. Een mozaïekfilm, in de stijl van Babel (2006, Alejandro González Iñárritu), die je nooit zou verwachten uit zo'n gebied. Die vooroordelen zou wegnemen. Mijn vrienden dachten in die tijd dat ik in een hut woonde en in een boerka over straat moest.'

Zomer 2014. Terreurgroep ISIS roept het islamitisch kalifaat uit in het grensgebied tussen Irak en Syrië. Beri Shalmashi komt terug naar Nederland. Ze denkt: voor een vakantie van drie weken. Dat worden, vanwege de onrust in de regio, drie maanden. In januari 2015 vliegt ze weer naar Erbil, om te ontdekken dat de sponsor van haar beoogde mozaïekfilm, een plaatselijk telecombedrijf, de film heeft geannuleerd. Sowieso is door de oorlog het cultuurklimaat in Erbil op een nog lager pitje komen te staan. Of, zoals Shalmashi het zegt: 'Alle goede filmmensen, die het verschil weten tussen een film en een reportage, zijn uit de stad vertrokken.' Ze reist een jaar op en neer tussen Nederland en Irak en hakt dan de knoop door: 'Ik kan in Erbil wel bovenop de interessante verhalen zitten, maar ik kan ze niet maken, want de filmindustrie is non-existent. Ik moest terug naar Nederland om te zorgen dat ik daar mijn carrière weer in beweging kreeg.'

Eenmaal hier constateer je hoe wit het filmklimaat is. Je schreef: 'We leunen vooral op een grote koe die het Filmfonds heet en van haar melk drinken voornamelijk witte kalveren.' Komt dat door het fonds, of door een gebrek aan goede niet-witte makers?

'Kijk maar op de website van het Filmfonds. Allemaal witte mensen die bepalen waar het geld naartoe gaat. Ik zeg niet dat alles wat ik bij het fonds indien, gehonoreerd moet worden. En ook niet dat die mensen bij het fonds niet goed zijn in hun werk. Maar het lijkt me logisch dat de verhalen die de nieuwe geschiedenis van Nederland vertellen, de verhalen van makers die ergens anders vandaan komen, of wier ouders ergens anders vandaan komen, anders worden beoordeeld door niet-witte mensen.'

Het front wordt op het Nederlands filmfestival vertoond. Maar het Filmfonds wilde er geen subsidie voor geven. Weet je waarom niet?

'Ik denk dat ze bang waren dat het een te politieke film was. Te activistisch. Een pamflet. Ja, Het front is politiek, in die zin dat hij over een onderwerp gaat waar de hele wereld het over heeft. Maar pamflettistisch? Ik ben een filmmaker. Ik kijk echt wel uit.'

Haar vader zei laatst: 'Je hoeft niet de hele tijd met Koerdistan bezig te zijn. Je woont hier. Je bent hier opgegroeid.' Shalmashi: 'Hij vindt het verdrietig dat ik niet méér bezig ben met 'een van jullie zijn'. Waarom maak je geen romantische films, vraagt hij dan. Hij vindt dat ik mijn eigen ontwikkeling in de weg sta.'

En wat antwoord jij dan?

'Dat ik pas aan andere onderwerpen toekom, als dit verhaal verteld is. Ik word er ook wel eens gek van. Maar omdat er in Nederland geen andere filmmakers zijn die het Koerdische verhaal met mijn blik vertellen, een blik die is gevormd door in Erbil te wonen, moet ik wel. Mijn vader was 34 toen hij naar Nederland kwam. Hij is opnieuw gaan studeren, heeft een rustig leven voor zichzelf opgebouwd, en hij is nu een goed betaalde ambtenaar in Flevoland. Terwijl ik aan het vechten ben. Omdat ik het voor hem, voor mezelf, en voor mijn toekomstige kinderen niet eerlijk vind als niemand weet waar onze geschiedenis begonnen is.

'Op zijn werk is mijn vader Mustafa, god knows waar hij vandaan komt. Aan mijn broertje van 13 vragen ze altijd: ben je een Turk of een Marokkaan? Ik zou willen dat de Nederlandse film iets meer zou lijken op de Nederlandse literatuur. Daar is meer plek voor verhalen vanuit andere culturen. Verhalen die de nieuwe geschiedenis van Nederland zijn.'

Hoera dus voor de serie Meestervertellers van het Nederlands Film Festival. Twaalf filmmakers en schrijvers, onder wie Shalmashi, Marion Bloem en Mandela Wee Wee, werd gevraagd een film te kiezen die de wereld laat zien vanuit een ander perspectief. 'Ik vind het een goed signaal aan de filmindustrie. In plaats van te wachten tot die films hier worden gemaakt, alvast laten zien hoe het zou kunnen zijn. Kan ik misschien ook voorzichtig verder werken aan die film die ik met Sanne Vogel wil maken. Over een hypergevoelig meisje wier moeder een Instagram-ster wordt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden