Interview

'Ik weet wat uitsluiting met een kind kan doen'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Robert Vuijsje onderzoekt het in een reeks interviews. Karina Schaapman: 'Niemand is ooit een kopje soep komen brengen.'

Robert Vuijsje
Karina Schaapman Beeld Robin De Puy
Karina SchaapmanBeeld Robin De Puy

Wanneer Karina Schaapman begint met praten, laat ze zich niet snel onderbreken. 'De vader van mijn moeder was Chinees en Duits, haar moeder Javaans en Italiaans. Ze zag er Chinees uit. Mijn moeder was al getrouwd met een Nederlandse militair toen ze uit Indonesië wegging, ze kwam terecht in een volkswijk in Leiden. Op de dag dat ik werd geboren, vertrok mijn vader uit dat huis. Ik had een broer en een zus, die ik pas jaren later weer zag, maar dat vertel ik zo.

'Mijn moeder was een mooie vrouw. Ze maakte zich op, kwam uit de betere kringen in Indonesië. In Leiden werd ze nagefloten op straat, de buurvrouwen zagen haar als een bedreiging. Mijn moeder vond de andere bewoners asocialen. Ze at alleen rijst, 's ochtends, 's middags en 's avonds, ze leefde nog Indischer dan ze in Indië deed. De buren vonden dat het stonk in het trappenhuis. Op straat riepen ze pinda en poepchinees en dat ik moest oprotten naar mijn eigen land.

'Mijn moeder en ik sliepen in een eenpersoons bed, we hadden geen tv en geen radio. We waren op elkaar aangewezen. In bed vertelde ze prachtige verhalen over het land waar ze vandaan kwam. Ons eten haalde ze bij een toko aan de andere kant van de stad. Halverwege de week was het geld op, ze had alleen een uitkering. Ik sprak met een heel plat Leids accent.

'Ik was een jaar of 8 en stond met mijn moeder op het balkon. Het had gesneeuwd. Ik gooide een sneeuwbal naar beneden. Daarop ontstond een sneeuwballengevecht tussen ons en de hele buurt. Het raam sneuvelde, mijn moeder kreeg een ijsbal in haar gezicht. Ze deed alle gordijnen dicht, trok de dekens over zich heen en wilde niets meer met de buitenwereld te maken hebben. Voor mij was het een traumatische ervaring.

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) gaat voor V in gesprek met bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met voetbaltrainer Henk ten Cate (Surinaams) en schrijver Özcan Akyol (Turks).

Robert Vuijsje Beeld  Smeets, Kick
Robert VuijsjeBeeld Smeets, Kick

Stad

'Ongeveer een jaar later kwam het circus in de stad. Dat vond ik interessant, ik ging er meteen op af en mocht meehelpen. De directeur van dat circus heette Rob Roberti, hij zag wel iets in mijn moeder. Vier jaar lang was hij mijn stiefvader. Hij was ook veel bezig met discriminatie en uitsluiting. In het circus was het juist gewenst om anders te zijn, om er afwijkend uit te zien. Het was een voordeel. Ik voelde me thuis in dat circus.

'Toen ik 13 was, werd mijn moeder ziek en ging het circus failliet. Mijn moeder lag een half jaar in het ziekenhuis, ze was stervende. Ik was alleen thuis, in die maanden raakte ik verwaarloosd, ik kon helemaal niet voor mezelf zorgen. De buren klaagden over de stank, maar niemand is ooit een kopje soep komen brengen. In die periode heb ik gezien wat uitsluiting kan doen met een kind. De gevolgen zijn groot.'

Karina Schaapman (Nederland, 1960)

Zat van 2002 tot 2008 in de Amsterdamse gemeenteraad voor de PvdA. In 2011 verscheen het eerste deel van Het Muizenhuis: Sam en Julia. Van het boek werden meer dan 120.000 exemplaren verkocht en het won de Zilveren Penseel. In 2012 verscheen deel twee en in 2013 het derde deel. De boeken verschijnen in meer dan twintig landen, waaronder Duitsland, Engeland, Frankrijk, Rusland en Amerika.

Wat gebeurde daarna?

'Jeugdzorg plaatste me bij mijn vader, die ik nooit meer had gezien. Mijn vader en moeder hadden dus nog twee kinderen, die daar ook woonden. Niemand mocht weten dat ik hun zusje was. Op school zouden ze het raar vinden als er ineens een zus bij kwam. We deden net alsof ik een nichtje was.'

Hoe kwam je terecht in de politiek?

'Door mijn eigen jeugd wist ik hoe belangrijk onderwijs is. Op de school van mijn kinderen was de kwaliteit van het onderwijs erg slecht. Ik zag dat kinderen van ouders met een dikke portemonnee meer kansen kregen. In 1997 begon ik een rechtszaak, ik moest bewijzen dat het onderwijs op hun school niet goed was. Tijdens die rechtszaak kwam ik een keer Felix Rottenberg tegen op straat, hij zei: jij moet de politiek in. Voor de PvdA kwam ik later in de gemeenteraad van Amsterdam. Tot ik een operatie moest ondergaan voor een nekhernia. Eindelijk had ik tijd voor het kinderboek dat ik al zo lang wilde maken.'

Karina Schaapman Beeld Joost van den  Broek
Karina SchaapmanBeeld Joost van den Broek

Waar gaan de boeken over?

'Het gaat over wat ik in mijn jeugd heb meegemaakt. In Het Muizenhuis wilde ik een wereld maken waar het veilig is voor kinderen, waar mensen zorg dragen voor elkaar. Waar het een verrijking is als je kennis maakt met buren die anders zijn. In Het Muizenhuis is het trappenhuis een plek waar je elkaar ontmoet. Als kind vond ik het trappenhuis een ellende, daar durfde ik nauwelijks doorheen te lopen.

'Ik heb drie jaar gewerkt aan het decor van Het Muizenhuis. Iedere kamer herbergt een verhaal, een boodschap. Het is een aparte wereld, met het circus, de caravans, het theater en het ziekenhuis. In die wereld gaat het over insluiting in plaats van uitsluiting.

'De boeken worden nu uitgegeven in meer dan twintig landen. Ook in landen waarvan ik dacht dat het niet zou kunnen. Voor kinderen is eten vaak een eerste kennismaking met een andere cultuur. Het kan verbinden in plaats van afstoten. Zo maakt Julia kennis met de tante van Sam die aan sabbat doet. In het tweede boek wordt het Suikerfeest gevierd. In alle landen wordt dat geaccepteerd in het boek.'

Nederlands

Dat voel ik me eigenlijk nooit, ik ben altijd ontheemd.

Indisch

Als ik mijn rijsttafel kook. En als ik een cadeau niet meteen uitpak. Mijn moeder leerde me dat je het later pas mag openmaken.

Eten

Speklapjes met aardappelen.

Muziek

Bob Dylan.

Zwarte Piet

In 1989 maakte Felix de Rooy een tentoonstelling over stereotypen in Nederlandse reclames, Wit over zwart. In mijn kindertijd was het normaal dat je een zwarte man met een dienblad zag in een reclame. Iedereen zou die tentoonstelling moeten bekijken, dan zien ze dat Zwarte Piet niet meer kan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden