Ik weet niet waar ik ga

Wie het al te bont maakt in het daklozenpension Hekelveld, kan een rooie kaart krijgen. Niet dat het er altijd hommeles is, soms lijkt het pension op een stille wachtkamer....

Zodra je tekent voor een kamer in sociaal pension Hekelveld, zegt Henk, sta je als het ware onder curatele. 'Ze gaan over je uitkering, ze houden geld in voor kost en inwoning, je krijgt 21 euro zakgeld per week of nog wat meer als er iets over is. Als er tenminste iets over is. Bij de meesten is het geld op na die 21 euro, omdat ze in de schuldsanering zitten.' Niemand zit hier voor zijn Zwitser leven gevoel, wil hij maar zeggen.

Henk (60) heeft een zwerversbestaan van 38 jaar achter de rug, en is graag bereid om samen met medebewoner Hans het huishoudelijk reglement van het pension uit de doeken te doen. Het is ochtend en nog rustig in de gemeenschappelijke ruimte, koffie is er nog niet, maar de eerste asbak raakt al aardig vol.

Wanneer je het erg bont maakt, krijg je een gele kaart, en nog bonter: een rooie. Hans is onlangs bijna geschorst met twee keer geel: 'Toen ik dronken thuiskwam heb ik een ruit ingetrapt. Als ze je een paar dagen wegsturen, mag je dus je eigen kamer niet meer in en moet je naar de crisisopvang. De kosten voor die ruit zijn ingehouden van m'n uitkering.' Henk: 'Het Leger des Heils is jouw voogd op het moment dat je hier tekent voor een kamer.'

'300 Gulden voor een ruit', zegt Hans.

'Waarom doe je ook zoiets?'

'Problemen in de stad. Echte problemen dus. Maar hier heeft iemand mijn kamerdeur er pas uit gestampt vanwege harde muziek.'

'Ik klop altijd eerst', zegt Henk terwijl hij een acceptgiro parafeert met 'waarschuwing' erop de leiding zal zorgen dat het geld wordt overgemaakt. 'Ik klop eerst. Dan weten ze dat ik het ben en zetten ze de muziek vanzelf zachter.'

Het is nog voor tienen, maar het kan maar vast gezegd zijn, van al die regels. Het is hier geen hotel tenslotte. Hotels zijn er genoeg in de omgeving, want sociaal pension Hekelveld in Amsterdam ligt in een driehoek van het Crowne Plaza, het Sonesta en nog zo'n tent waar ze je liever n¡et kennen als je in het pension woont. Joop had pas een mooie vrouw aan de haak geslagen in café De Pompoen hiernaast en zei: 'Kom maar mee naar mijn hotel', want na een paar borrels was het liefde op het eerste gezicht. 'Toen we hier aankwamen, zag ze dat bord van het Leger des Heils hangen en foetsie was ze.' Via Radio Noord-Holland heeft hij naar eigen zeggen nog een zoekactie op touw gezet, maar teruggekomen is ze niet meer, Marjon, zo heette ze.

Een stuk of vijftien bewoners schuiven aan voor een kop koffie in de 'bar' met onverwoestbaar meubilair, de gemeenschappelijke ruimte op de begane grond. Het ontbijt hebben de meesten over geslagen. In het kantoor van de leiding komen de bewoners om hun methadon, kalmeringstabletten, hiv-remmers of een combinatie daarvan. Een apotheek levert de medicijnen wekelijks aan per krat, handig verpakt in individuele doordrukstrips; gedoseerd per cliënt, per dag, per tijdstip. 'Ik slik er elke dag 36', zegt een jongen met twintig zilveren ringen om. Louisa komt voor haar kamergenote die ziek is vandaag. 'Ze heeft hepatitis a, b, c en aids.' De pot met duizend paracetamolletjes, die ook onder beheer van de leiding valt, is een krijgertje.

'Je betaalt hier 500 euro huur', gaat Hans verder over de reglementen, 'en daar zit dan alles in. Je wasgoed, je eten, noem maar op, alleen je kamer moet je zelf schoonmaken en je hebt corvee. Veel bewoners komen uit de crisisopvang, de meesten zaten daarvoor op straat. Als ze een klein beetje gestabiliseerd zijn, kunnen ze hierheen. Het is dus eigenlijk een soort sociaal pension met psychologische achtergronden.' Juist als Hans vertelt dat hij binnenkort een eigen huis krijgt in een begeleid-wonenproject, besluit Saïd na eindeloos rondjes lopen opeens dat het tijd is de peuken uit de asbak te vissen. Maar daar moet hij nondeju met zijn fikken afblijven, luidt het.

Verder is het rustig. Twee mannen liggen met hun hoofd op tafel, Anna haakt voort aan een groot beige kleed dat een jurk moet worden, Saïd en Markovic lopen in gedachten rondjes, Tsjark bekijkt zichzelf glimlachend in de spiegel, opa installeert zich op zijn vaste plek aan het raam en Ronnie vraagt geld aan de leiding voor een treinkaartje, omdat z'n pleegbroer plotseling is doodgegaan. De begrafenis is over anderhalf uur in Roermond, zegt hij. De overledene was pas 69 en laat drie kleine kinderen na. Ronnie zelf is 60. Dat zegt hij tenminste al een jaar of wat, volgens Henk, 'dus dan zal het onderhand wel waar zijn'.

Vier jaar geleden werd voormalig particulier pension het He kel tje overgenomen door het Leger des Heils en omgevormd tot een pension voor maatschappelijke opvang. Zes dames en ongeveer 45 heren tussen de 20 en 75 hebben er een kamer, individueel of met een ander. Permanent zijn twee leden van de leiding aanwezig, en eentje van de huishoudelijke dienst. 'Net voldoende voor de beheersbaarheid', zegt teamleider Ben Dragstra, 'alleen als we een stagiaire hebben kunnen we andere activiteiten organiseren, maar als iemand met een bewoner mee moet naar het ziekenhuis, hebben we al een probleem.'

Alcohol, drugs en prostitutie zijn verboden binnen de muren van Hekelveld. Vandaar dat Joop zijn flaconnetje koestert in de binnenzak van z'n colbert, ook al heeft de dokter tegen de leiding gezegd dat hij beter kan stoppen met drinken omdat hij anders binnen de kortste keren de pijp uit is. En natuurlijk gebruikt Glenn coke noch heroïne binnenshuis, hoewel de leiding tijdens een kamercontrole een hoeveelheid attributen aantrof waarmee een aardige headshop te vullen zou zijn. Waarbij gezegd moet worden dat ze nog netjes een fles Glassex aanboden om zijn bestoven spiegeltje schoon te maken.

Als je Tsjark hoort zingen is het trouwens meestal vrijdag. Dan heeft hij een jointje gerookt in Siberië om de hoek. Vrijdag is het zakgelddag. Vanaf tien uur 's ochtends kan het honorarium worden opgestreken, zoals Joop het uitdrukt met zijn geaffecteerde accent. De omschakeling naar de euro is nergens zo snel gegaan als bij kleine beleggers, grote banken, en de bewoners van pension Hekelveld. Nou goed, een van de bewoners die verder niet gezegd wil hebben wie hij is, had in januari een akkefietje over de omrekenkoers met een buurman aan wie hij geld had geleend. Hij had deze nog bijna met z'n hersens door de tent geramd, maar het conflict kon worden bijgelegd zonder tussenkomst van de leiding, dus zonder gele kaart. 'Hersens had hij toch al niet', zegt de bijna-dader nu, 'anders had hij wel beter kunnen rekenen.'

Het is nog geen half elf vrijdagochtend als twee bewoners hun zakgeld al op hebben. Alweer geen geluk met de krasloten, dus dat wordt opnieuw de hele week sjekkies bietsen. Joop becijfert goedgemutst als altijd dat hij 's middags twee rondjes kan geven in het Hooischip, waarmee hij, inclusief de wederkerende gestures, twee uur zoet is. Hoewel in de Eurobar kost een pilsje slechts een euro zodat hij daar mogelijkerwijs wat langer onder de pannen is. Jantje gaat een buil tabak halen van zijn 'crisisgeld'. Saïd en Markovic roken opeens filtersigaretten in plaats van samengestelde peuken uit diverse asbakken en veel bewoners verdwijnen opgewonden om zich de rest van de dag en de avond niet meer te laten zien. Een bolletje 'wit of bruin' of een speedballetje (half-half) is om de hoek al verkrijgbaar, maar ieder heeft zo zijn eigen adresje.

Op vrijdagavond zijn er drie man leiding in plaats van twee.

Anna gaat zorgvuldiger om met met haar geld. Ze koopt liever iets moois. Van haar vakantiegeld bijvoorbeeld heeft ze een moderne bril gekocht die ze af en toe een paar uur op heeft, niet langer, anders krijgt ze hoofdpijn. Dat ze van mooie dingen houdt, blijkt op een avond bij het warm eten waar ze verschijnt met opgestoken haar, parelmoeren oorbellen en bijpassend collier. 'Schuift u aan, baronessa', zegt Joop zelf nooit zonder pochet en stropdas. 'Ik heb kak aan jou en mooie schelvis.' 'Joop wil altijd alle aandacht', zegt Anna vertederd, 'en die krijgt hij ook.'

Anna heeft vijf kinderen. 'Ik kan schilderen, binnenhuisarchitectuur doen, tuinieren, bloemschikken, maar mijn kinderen zijn mijn levenswerk. Ik heb vijf kinderen van vier mannen en omdat ik ze altijd goed en gezond te eten gaf, had ik geen geld meer voor de huur. Die mannen gaven nooit een cent. Tot mijn stomme verbazing ben ik mijn huis uit gezet.'

Omdat haar zenuwgestel daarop niet was berekend, is ze uiteindelijk hier terechtgekomen, maar nog geen dag heeft ze zich gelukkig gevoeld. Ze mist haar kinderen. Maar misschien is het toch beter zo, zegt ze, 'omdat moeder zelf meer zorg nodig heeft'. Haar minderjarige kinderen wonen in een pleeggezin, haar oudere kinderen zijn goed terechtgekomen. Twee keer per maand mag ze erheen. Beschamend vindt ze haar situatie, omdat ze nooit kan vragen: kom eens lekker bij mam logeren. Maar het is een 'gemaakt' probleem van die huurschuld, zegt ze, zodat ze niet het gevoel heeft dat ze zelf tekort is geschoten.

'Kak-aan-jou betekent ka-bel-jauw', verklaart Joop. 'Dat liedje zong een joodse haringboer altijd in Amsterdam-Zuid. New York is genoemd naar Amsterdam, dus Frank Sinatra zingt eigenlijk over oud-Amsterdam.' Muziek speelt een hoofdrol in Joop z'n verhalen. Als drummer en orkestleider in de jaren vijftig en zestig ging hij om met de groten der aarde. Hij ontmoette Bernstein en trad elk jaar op bij jonkheer Loudon thuis waar de verjaardag van prins Bernhard werd gevierd. Hij won prijzen en reisde door Europa met zijn orkesten, vandaar dat hij in drie talen bekakt kan praten. 'Joop heeft een vip-complex', zegt Joop.

Op een middag levert een blond meisje van de ptt een pakket brieven af aan de bar en maakt zich uit de voeten. Ze heeft vandaag weer niet veel goeds meegebracht in haar rode tas. Jantje bijvoorbeeld is woest. De furie staat in z'n ogen. Begin april moet hij naar de Parnassusweg komen, naar de rechtbank, dezelfde rechtbank waar medebewoner Frans de elektronicus destijds de beveiliging heeft aangelegd toen hij nog een eigen bedrijf had. Een opdracht die zo'n rechtbank natuurlijk niet door zomaar iemand laat uitvoeren, zegt Frans.

Maar Jantje moet niet voor werk. Hij heeft schulden bij het bedrijf dat de filmnetaansluiting verzorgt en nu moet hij komen vanwege zo'n rotkastje aan z'n televisie, dat bovendien al was afgesloten. Maar hij gaat niet, Jan niet. Ze hebben maar te verrekken. Woedend geeft hij een felle elleboogstoot naar Tsjark, die toevallig langs loopt.

Glenn heeft de zoveelste aanslag van de wegenbelasting ontvangen, terwijl hij niet eens een rijbewijs heeft, laat staan een auto. Onder ons gezegd en gezwegen wil hij wel kwijt dat in de stad diverse auto's rondrijden op zijn naam. Per stuk hebben ze hem een meier opgeleverd. 'De katvanger is met die sardineblikjes opgescheept, en nu blijven ze hem lastig vallen', zegt hij hardop over zichzelf. 'De enige manier om ervan af te komen is door de auto als vermist op te geven, maar dan sturen ze je alsnog van het kastje naar het muurtje.'

Glenn zit met enkele andere Surinamers aan de tafel bij het raam, naast opa die een leven als profbokser achter de rug heeft. Met opa moet je uitkijken, waarschuwt deze zelf maar vast: 'Als iemand me aanraakt gaat het van: bam! Ik vind het leuk om iemand knock-out te slaan. Ik doe het nog weleens op straat.' Ook al is hij 75 jaar oud, een paar jaar geleden heeft hij nog iemand een gebroken kaak geramd op de Gastenburgh, een ander huis van het Leger. Is hij op zijn leeftijd nog voor meegenomen door de politie. Opa geeft af en toe felle tikken tegen de tafelrand met zijn vergroeide knokkels, maar altijd met een glimlach. Hij zou eigenlijk naar een bejaardentehuis moeten, vindt de leiding, maar dat kun je de andere mensen daar niet aandoen.

Ook Elly zit aan tafel, ze heeft vandaag grote gekleurde krulspelden in, wellicht omdat prins Bernhard op bezoek komt of een ander lid van het koninklijk huis. We zullen het niet weten, want de Suri naam se Elly praat niet met de pers, de hele week niet. Het zit namelijk zo dat Elly een zuster is van koningin Beatrix. Bij het huwelijk van Alexander en M xima had Hekelveld vijf kaarten gekregen voor het Arena-feest, maar Elly had minzaam geweigerd. Ze had immers een uitnodiging voor het huwelijk zelf, van de koningin zelf. Vanwege haar nobele afkomst snauwt ze de tent bij elkaar als ze tijdens het warm eten niet als eerste mag opscheppen. Niet dat iemand nog problemen heeft met dat voorrecht. 'Scheelt een hoop herrie', meent Frans.

Aan de tafel bij het raam wordt af en toe Surinaams gesproken, wat niet altijd goed valt bij andere bewoners. Toen de oude Frits onlangs een verjaardagsdienst kreeg in het Surinaams, had Anna opgemerkt dat je de lieve Heer met goed fatsoen toch niet kon aanspreken in zo'n taal. Het huis was daarna even te klein.

Maar soms lijkt pension Hekelveld op een stille wachtkamer. Urenlang. Aan elk tafeltje zit één persoon, zwijgend, gevangen in zijn eigen gedachten. Anna staart voor zich uit. Saïd en Markovic lopen rondjes, Tsjark staat voor de spiegel. Op de geluidloze televisie met National Geographic aan, zwemmen kleurrijke vissen voorbij. Tijdens zulke uren loopt Ronnie honderd keer naar buiten en weer naar binnen. Hij vindt dan bijvoorbeeld de laatste uitgave van Newsweek bij de kiosk, gaat er bovenop zitten en bladert de Gouden Gids door. Pagina voor pagina.

Soms is er ook ineens kabaal, zoals op de avond dat Glenn uitgelaten binnenkomt om zijn nieuwste straatvondsten te laten zien en iedereen zich buigt over twee flessen meubelspray, een kapot wijwaterbakje en een eenpersoonskoelboxje waarmee Glenn, zoals hij scha terend zegt, mooie vrouwen naar het strand zal lokken.

Kees, die je soms dagen nauwelijks ziet, maar die dan ineens nadrukkelijk aanwezig kan zijn, pikt een kapotte flitspuit uit Glenns collectie. 'Ah, een vibrator, ook zeer handig bij verstoppingen.' Kees is de literator van het huis. Toen er eentje van de leiding ging trouwen hield hij zo'n mooie toespraak dat ze het er nog wekenlang over gehad hebben. Als hij zelf de woorden niet kan vinden, weet hij wel een dichter die de kern van het bestaan nabij kan komen. Om het leven in pension Hekelveld te typeren, haalt hij de Vlaamse dichter Prosper van Langendonck aan:

Ik weet niet waar ik ga

Ik weet niet waar ik sta

en waar ik waar en vaar

en angstig henenstaar

waarheen mij feller sart, hoe lastiger het viel, het jagen van mijn hart.

Het smachten van mijn ziel.

'Voor mij is dit een heilzaam oord', zegt Kees over zijn halve brilletje. 'Hier worden geen eisen aan me gesteld.' Kees werkte ooit in de psychiatrische verpleging, maar 'mijn werk stopte nooit. In mijn vakantie ging ik nog mee met de Henri Dunant als vrijwilliger. Ik was dag en nacht bezig de helpende hand te bieden en ben daardoor uiteindelijk in de wao terechtgekomen.' Hij denkt erover bij het Leger des Heils te gaan werken, hoewel hij er nog niet helemaal uit is. 'Ik zie de schaduwkanten. Gisteren stond hier een verslaafde jongen voor het raam, die hier niet meer mag komen omdat hij te agressief is. Maar moet je er niet juist zijn voor mensen die zo onwijs worden uitgekotst? Misschien gaat zo'n jongen wel dood op straat.'

Ook Frans de elektronicaman ziet schaduwkanten, maar die zijn van heel andere aard. Als je iemand door Hekelveld ziet lopen met een tas vol rapporten, verslagen of vergaderstukken is het Frans. Altijd op weg naar een commissie, een raad of overlegorgaan vanwege zijn diverse functies.

Frans zit onder meer in de cliëntenraad van de Sociale Dienst Am sterdam. De kiesdrempel voor de bewonersraad van het Hekel veld haalde hij niet, een feit dat onomstotelijk is veroorzaakt door stembusfraude, weet Frans, want zo gaan die dingen hier. In de doorgeschakelde computers op zijn kamer houdt hij nauwgezet dossiers bij van de ernstige misstanden waarmee hij vrijwel dagelijks wordt geconfronteerd. De 'kampmethoden' van de leiding, de nsb'er-achtige medebewoner die hem in de gaten houdt om er later over te rapporteren aan de leiding, zijn officiële klachten bij de directie die daarmee haar gat lijkt af te vegen, en of het niet genoeg is, de rol van de politie die onder één hoedje speelt met het Leger en die derhalve dus zelf crimineel gedrag vertoont door van hem, Frans, geen aangifte op te nemen over de wantoestanden. Hij bestrijdt de praktijken van het Leger des Heils met alle middelen die hem ter beschikking staan. 'Dat zal ik blijven doen', zegt hij gedecideerd, 'totdat ik hier wegga.'

Hoe je in het pension terechtkomt is voor niemand een vraag. Drugs, alcohol, psychose, neurose, zwakbegaafdheid, een trau ma, zelfs een scheiding of een faillissement kunnen voldoende zijn om de weg naar het Hekelveld te openen. Niet zel den is het een combinatie van factoren, het pension kent vele varianten. Hekelveld is desondanks nog een goedlopende tent in vergelijking met sommige andere huizen voor maatschappelijke opvang, volgens een medewerker van de gees telijke gezondheidszorg die in diverse opvanghuizen over de vloer komt.

De vraag hoe je eruit komt, leeft des te meer. Sommige bewoners, zoals Hans, stromen door naar een begeleid-wonenproject. Henk staat op de wachtlijst voor het bejaardenhuis van het Leger. Het zal niet lang meer duren, hij heeft onlangs bij de Gamma alvast een mooi schilderij gekocht voor aan de muur. Anna wil een huis met drie kamers, zegt ze, vier of vijf zou beter zijn, 'maar er is een wachtlijst van dertig jaar'. Wat niemand nog weet, ook de leiding niet, is dat Jantje binnenkort verdwenen is uit dat junkenpension hier, voorgoed. Hij is ergens mee bezig, maar dat kan beter niet in de krant.

Voor een aantal bewoners, jarenlang verslaafd, ziek of met psychische stoornissen, heeft de toekomst niet veel zonnigs in petto. Maar het Hekelveld heeft ook een successtory. Frida, 57. Vanaf mei zal haar harde hese stem niet langer door de bar schetteren. Velen zijn daar niet rouwig om want ze bemoeit zich overal tegenaan. 'Dat komt', zegt ze, 'doordat ik niet alles voor zoete koek slik.' Frida, een Suri naamse, kickte af van de harddrugs en bouwde op eigen kracht de methadon af. Ze werkt vrijwillig als telefoniste bij het Leger en krijgt binnenkort een huisje. 'Sommige mensen hier zijn jaloers op mij en daar komt dan ruzie van, omdat ik mijn grote mond niet kan houden. God heeft ons allemaal gelijk geschapen, maar niet iedereen kan tegen die gelijkheid. Ik pas daarom ook niet meer in dit gemeenschapje.' Moeder Maria is ze niet, zegt ze, 'maar ik ben wel op de goeie weg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden