'Ik weet hoe het ruikt'

Felix Rottenberg is een liefhebber. Was trots op zijn vader die hem meenam naar 'Easy Rider', zag alles van Truffaut in een inhaalrace langs Parijse filmhuizen....

Butler, oom, notaris en huisarts. Het zijn de rollen waarin Felix Rottenberg naar eigen zeggen functioneerde als voorzitter van het International Film Festival Rotterdam en het Nederlands Fonds voor de Film. Jarenlang spin in het web; nu neemt hij afscheid.

De nieuwe anchor man bij de actualiteitenrubriek Nova is op zijn gemak: de voeten mogen bloot en gaan gehuld in soepele mocassins. Hij serveert zijn bezoek 'een heerlijke Lotus-thee' en praat honderduit.

Rottenberg heeft een karakteristieke manier van praten. Als hij enthousiast is, krijgen zijn zinnen een haast venijnige intonatie mee. Dan hangen er uitroeptekens in de lucht en zijn werkwoorden als overbodige ballast afgeworpen. En als Rottenberg denkt duidelijk genoeg te zijn geweest, verdwijnen de resterende zinnen van zijn betoog mompelend om het hoekje.

Butler, oom, notaris, huisarts - om dat te kunnen worden, moest hij eerst nog liefhebberzijn.

De liefhebber (deel 1).

Felix Rottenberg is van 1957; hij behoort tot 'de generatie die voor alles te laat was'. Daarom gaat hij geregeld naar Parijs om in filmhuizen de schade in te halen. Neem de Nouvelle Vague. Truffaut! 'Alles van gezien. La Nuit Américaine, met die prachtige Jacqueline Bisset.'

Film begon voor Rottenberg in de tweede klas van de middelbare school: Woodstock, het testament van de flower-powerbeweging. 'In Nederland had je op dat moment het festival in Kralingen.'

En verder? La fantôme de la liberté. 'Voor mij nog steeds de grammatica van wat film moet zijn. Zat van alles in: surrealisme, de omkering der dingen, relativering van de gekte. Hoogtepunt.' Strawdogs: 'Weer die prachtige Jacqueline Bisset.' Easy Rider: 'Mijn vader nam me mee. Daarin zit een fameuze slotscène. Was mijn vader zeer van onder de indruk. En ik was trots op mijn vader.'

Volgens Felix Rottenberg is je smaak als zestienjarige, met alle gebrek aan ervaring, nog zo mooi puur. Toen ook heeft hij geleerd dat je films altijd moet uitzitten. 'Er komt altijd een moment dat rechtvaardigt waarom je gebleven bent, al is dat soms jaren nadien.'

- Het was ook de tijd van geëngageerde films, Novecento bijvoorbeeld. Hebben die u politiek gevormd?

'Zullen we daarmee kappen?!'

- U wordt 's nachts uit bed gebeld en moet kiezen: muziek of film.

'Groot dilemma. Maar uiteindelijk wordt het toch film. Na al die jaren ben ik nog altijd zo vreselijk nieuwsgierig als het licht uitgaat. Het niet begrijpen van een film, het langzaam tot je laten doordringen. Film kan je hele zenuwstelsel raken, een scène kan zo'n diepe associatie oproepen. Bij film werkt dat heel direct, meer nog dan bij muziek.'

Liefhebber is hij altijd gebleven. 'Geen expert, geen kenner, en dat houden we zo. Natuurlijk ga je er steeds meer van snappen, maar ik houd niet zo van de pretenties.'

Niets leuker voor een filmliefhebber dan een filmfestival. 'Twintig films zien in een paar dagen, en het gekke is: je onthoudt ze allemaal. Ik haat het woord inspiratiebron, maar dat is het wel.'

Het festival van Rotterdam heeft Rottenberg altijd beschouwd als zijn grote vakantie. 'Je komt dat station uit, Rotterdam ligt aan je voeten, en dan de kou van het jaargetijde. Heerlijk. Ik weet precies hoe het ruikt.'

De butler en de oom.

Felix Rottenberg werd in 1985, hij was directeur van cultureel centrum De Balie in Amsterdam, gevraagd voor het bestuur van het International Film Festival Rotterdam. Hij hoefde er niet lang over na te denken. 'Rotterdam was wat je toen een happening noemde. Een wonderlijk succes ook voor een land met zo'n klein taalgebied.'

Nog twee festivals heeft hij kunnen samenwerken met de grote initiator van Rotterdam, de in 1988 overleden Huub Bals. Van hem leerde Rottenberg filmkijken. 'Volgens Bals moest je een film voelen. In je buik. Hij durfde ook films op intuïtie te kiezen, terwijl er in die tijd vreselijk ingewikkelde beschouwingen nodig waren om een film vertoond te krijgen.'

Zestien jaar is Felix Rottenberg voorzitter geweest van het filmfestival, en hij heeft zich altijd terughoudend opgesteld. De directeur is de baas. 'Je moet zeker niet de pretentie hebben dat je leiding geeft. Een bestuur toetst, reflecteert, is een rustpunt, houdt een spiegel voor als dat nodig is, en is een katalysator als er berusting is. Je bent een butler in algemene dienst, je hebt een dienende functie.'

- Noem dat maar dienend.

'Ik heb het over zo'n butler die Anthony Hopkins speelde in The Remains of the Day. Een echt goede butler kiest natuurlijk wel zijn eigen baas uit. Dat is zijn belangrijkste taak ook, maar daarbij kan hij zich dus wel lelijk in de vingers snijden.'

Met de benoeming van de Italiaan Marco Müller als opvolger van Huub Bals deed het bestuur dat. Het klikte van geen kant. Niet met het festival, niet met de staf. 'Müller maakte een feestje voor zichzelf en zijn vrienden, in die volgorde. Dat is funest. Het moet een feest zijn voor de liefhebber en voor de aspirant-liefhebber. Vooral in dat laaste was Bals een kei.'

Na twee jaar nam Rotterdam afscheid van Marco Müller. Midden in de nacht heeft Rottenberg toen voor zichzelf een lijstje met eisen gemaakt waar de nieuwe directeur aan moest voldoen. Het moest iemand zijn die Bals snapte, maar dat niet tot dogma zou verheffen. Iemand die nog dat provo-achtige had, maar die niet geforceerd anti-establishment was. Iemand die niet bang zou zijn om iets voor het grote publiek te laten zien.

En één ding stond vast: het mocht niet nog een keer misgaan, want dat zou de doodsteek voor het festival kunnen betekenen. Midden in de nacht wist hij wie Müller moest opvolgen: Emile Fallaux.

Het was een gouden greep. Fallaux verbreedde het aanbod zonder concessies te doen aan de ontdekkingsrol die een festival moet vervullen. En wat Rottenberg helemaal aansprak: na vijf jaar was hij alweer weg. 'Emile had het helemaal voor elkaar. Grote waardering, kon het hele jaar reizen, maar hij voelde goed aan dat er na vijf jaar weer een nieuwe stap moet worden gezet.'

Daartoe werd de Engelsman Simon Field halverwege de jaren negentig aangetrokken. Hij is de vierde directeur met wie Rottenberg heeft samengewerkt. Ook voor hem loftuitingen ('professional', 'prettig informele distantie'), maar er is ook kritiek. 'Eeuwig zonde dat hijnog steeds geen Nederlands spreekt om het Rotterdamse aanbod aan te prijzen in het tv-circuit.'

- Wanneer is een festival voor u geslaagd?

'Het publiek mag nooit de enige factor zijn, want dan word je een gewoon ondernemer. Maar het is wel stimulerend dat een filmmakersfestival zo'n breed publiek trekt. Het is net als bij schaatsen. Dezelfde sfeer. Hetzelfde gevoel voor tijdelijkheid. Wildvreemden praten met elkaar over de kwaliteit van het ijs en waar je moet zijn. Dat zie je in Rotterdam ook, die voortdurende uitwisseling van ervaringen.'

Anderhalf jaar geleden nam Rottenberg het besluit afscheid te nemen. 'Ik kon die rol van butler niet goed meer vervullen. Een goede butler moet op een gegeven moment tegen zijn baas kunnen zeggen: het is hier niet schoon genoeg meer. Of: u bent niet inspirerend meer. Maar ik ben daarvoor te veel met festival vergroeid. Dan moet je wegwezen.'

Nooit heeft hij in die zestien jaar het gevoel gehad dat het festival werk was. 'Rotterdam was mijn neef. Nee, Rotterdam was mijn favoriete neef. Die moet je af en toe aandacht geven, dat is alles.'

- Nog een woord voor uw opvolger?

'Houd de richting vast. Experimenteer met ingewikkeld én met toegankelijk-artistiek. En stel jezelf voortdurend ter discussie. Als je dat doet, kun je nog heel lang voort, ook nu het politieke klimaat enorm is veranderd. Ik zou best de mensen van Leefbaar Rotterdam op sleeptouw nemen. Ik ben ervan overtuigd dat ze enthousiast zullen zijn. De kwetsbaarheid zit 'm vooral in de sponsoring. Daar moet echt tonnen aan worden binnengehaald en dat wordt lastig in een krimpende economie.'

De notaris en de huisarts.

Het jasje gaat uit en Felix Rottenberg roept: 'Oké, we gaan over.'

Het is 1996 geworden, hij is ziek. In de daaropvolgende zomer leidt hij, aan de betere hand, een actie voor de Nederlandse film, en vervolgens vraagt het Nederlands Fonds voor de Film hem als voorzitter. Zijn eerste reactie: 'Dat nooit! Lijkt me verschrikkelijk. Al dat gelul!' Na enige bedenktijd: 'Wat lullig eigenlijk. Ik ben een liefhebber en ik heb tijd over, dan moet ik ook bereid zijn wat corvee te doen.'

Ter oriëntatie bezoekt Rottenberg een vergadering onder leiding van zijn voorganger Leo Spigt en denkt opnieuw: dat nooit!

Als hij het doet, moet het radicaal anders. 'Ik vond dat het bestuur zich er veel te veel tegenaan bemoeide.' De hoge stapel met subsidie-aanvragen moet van tafel. Daarvoor zijn deskundigen met gezag beter geëquipeerd. Het filmfonds moet een lenige organisatie worden, zelfvoorzienend ook, en met recht van spreken. 'Om daar als notaris invulling aan te geven, dat leek me wel leuk.'

Met het in dienst nemen van door de wol geverfde professionals, die toezicht houden op het wordingsproces, heeft het filmfonds de touwtjes strakker in handen genomen. 'Ik heb nooit een filmtsaar willen zijn, maar daaraan moest echt iets gedaan worden. Er werd bij veel producties te slordig omgesprongen met de financiën, in de verantwoording, in het uitbrengen van films. Daardoor werd ook niet altijd gerechtvaardigd dat er overheidsgeld in projecten werd gestoken. We hebben het wel over 20 miljoen euro.'

- Legt het fonds nu niet te veel nadruk op de publieksfilm, al die poeha over bezoekers records. Daar is een fonds toch niet voor?

'Hoho, publieksfilms zijn wel je bestaansrecht. Als er wordt gevraagd naar de legitimiteit van het fonds, moet je een antwoord hebben. Bovendien is er nu een duidelijk onderscheid tussen de publieksfilm en de zes films die hoe dan ook moeten worden gemaakt. Vroeger zat dat in één pot. Nu heb je op voorhand films die succes moeten hebben om hun subsidie te rechtvaardigen.'

- Moet een filmfonds niet meer zijn dan een loket?

'Het artistieke kun je niet organiseren met geld, dat is een autonome beweging. Het fonds is als een huisarts. Houdt de vinger aan de pols, helpt waar het vast loopt.

'In wezen heeft het fonds drie functies: geld verdelen, erop toezien dat het goed wordt gebruikt, en condities scheppen dat al die verschillende karakters goed kunnen samenwerken.

'Dat laatste is voor mij na al die jaren nog altijd opzienbarend: al die verschillende regisseurs, scenarioschrijvers en productie-assistenten die zich uit de naad werken voor het salaris van een beginnend onderwijzer. Bij alle kritiek op het fonds heb ik me dat altijd gerealiseerd: het zijn liefhebbers, net als ik, die met ongelooflijke volharding aan een project van jaren kunnen werken. Dat is ook altijd mijn motivatie geweest.'

- En op het filmfonds laat u wel uw stempel achter.

'Ik kom nooit naar een vergadering om lucht te verplaatsen. Als je mij vraagt, krijg je iemand die het probleem aanvalt. Ik zoek op de röntgenfoto naar de zwakke plek, en daar doe ik wat aan.'

- Om vervolgens weggezet te worden als een van de PvdA-bobo's die de filmwereld leiden.

'Luister goed, mijn geschiedenis in de filmwereld heeft niets met de PvdA te maken. Er is niemand naar het PvdA-uitzendbureau gegaan met de vraag of ze nog een WAO'er beschikbaar hadden. Het filmfestival volgde op De Balie, en voor het fonds ben ik gevraagd door de filmmakers. Maar goed, je krijgt eelt op je ziel.'

- Leuk is anders.

'Ik heb uit mijn PvdA-tijd geleerd dat je ernstige beledigingen moet compenseren met de aanschaf van een cd, een fles wijn of een boek - op eigen kosten welteverstaan.'

De liefhebber (deel 2).

Nadat hij zijn presentatieschema voor Nova onder ogen kreeg, dacht Felix Rottenberg meteen: 'Oké, dan wordt de maandagmiddag voor de film. Dat is het lekkerste wat er is: lege zaal en het gevoel dat iedereen werkt.'

- Zijn er nog wel genoeg leuke films voor al die maandagmiddagen?

'Het zal moeilijker worden mijn koers te bepalen zonder Rotterdam. In de overzichtelijke jaren van mijn tienertijd zal dat toch makkelijker zijn geweest. De avant-garde kwam toen nog gewoon in de bioscoop. Arthouses waren nog niet nodig. Fellini! Laten we die vooral niet vergeten. Alles van gezien en gelezen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden