Ik was verliefd op Guust Flater

Witteman heeft iets gelezen

Je kunt verliefd worden op een stripfiguur en als kind was ik het op Guust Flater. Die opkruipende groene coltrui alleen al met dat strookje van zijn hemd, en dan zijn dunne, blote rug eronder! Dat lieve, slome hoofd met die zwarte ragebol! Die afgetrapte espadrilles aan zijn grote voeten! Ontzettend cool vond ik hem, alleen wist ik toen nog niet dat dat zo heette.

Ik zweeg over mijn gevoelens, want toen mijn broertje eens zijn liefde had bekend voor Franka, het strakke-tieten-cartoonmeisje uit de Eppo, was hij ten prooi gevallen aan genadeloze pesterijen. (Je had trouwens ook jongens die vielen voor Roodhaar uit Storm, even voluptueus als Franka, maar wat martialer uitgedost, in maliënkolderachtige bikini's.)

Ieder zijn meug natuurlijk, maar met Guust kun je tenminste ook nog láchen. Zijn beroep is iets als postsorteerder en manusje-van-alles op de redactie van een stripblad, maar werken doet hij niet. Wel slapen, eten, met zijn kat, meeuw of goudvis spelen, en klooien.

Het leukst vond ik zijn scheikundige experimenten, bijvoorbeeld met een revolutionair soort boenwas/zeep/buizenpostsysteem/broekenpers/snelkookpan. Vlak voor de soms letterlijk verpletterende apotheose komt altijd nét die hele hoge meneer de Mesmaeker binnen (zijn hoofd is drie keer zo groot als zijn onderlichaam) om nu eindelijk eens die elusieve contracten te tekenen, waarna hij altijd weer woedend afdruipt, bijvoorbeeld met een voet in een open blik haring in tomatensaus, terwijl de éindelijk getekende contracten per ongeluk versnipperd raken in een blender, of een op hol geslagen kettingzaag alle vloeren uit de redactie zaagt. Nou ja, u moet het zélf lezen, natuurlijk.

De tekeningen van André Franquin zijn meesterlijk. Vitaal, swingend, elastisch, bijna rubberachtig geestig, van het onnozele hoofd van Joost-van Smith-aan-de-overkant en Juffrouw Jannie, sexy in haar korte jurkjes, ondanks haar uilenbril en steekneus, tot de chagrijnige meeuw, die met zijn levensmoede snavel zelfs de daadkrachtige meneer de Mesmaeker tot tranen toe weet te deprimeren.

Met die treurige meeuw veroorloofde Franquin zich een vermoeden van een cameo: zelf was hij, ondanks de vrolijke stripjes (of juist daardóór, want zo gaan die dingen), vaak lange periodes zwaar depressief en daardoor te ziek om te werken. Later in zijn leven tekende hij dan ook, in passend zwart-wit, het album Zwartkijken waarin hij zijn sombere wereldbeeld de vrije loop liet. Dat had voor mij niet gehoeven: die trieste meeuw zei, met een half woord, al genoeg.

Wat mij verder erg bevalt aan Guust is zijn naam. In het Frans heet hij Gaston, een vrij normale naam die je als leek eerder met 'Gustaaf' zou vertalen of eventueel 'Guus' . Lange tijd heb ik dan ook gedacht dat 'Guust' een fantasienaam was, net als Kwabbernoot (huh?) die trouwens in het Frans 'Fantasio' heet (huh??), en dat alleen híj zo heette. Maar nee, zo bleek, 'Guust' komt méér voor. Die Vlamingen toch!

Weet u hoe leuk het is om weer eens, net als vroeger, grieperig in bed te liggen met een stapel Guust Flaters? Ontzettend leuk. Belachelijk leuk. Nee, veel leuker wordt het leven niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.