Column

Ik was poedelnaakt en stond bijna op de plaatselijke Zuidas

Auping

Schets eens een slechte dag', vroeg Jeroen Pauw gisteren aan een Groningse vrouw die om de haverklap haar huis voelt beven. Nou, vertelde ze, er was een avond dat haar dochter na een fikse schok van zolder kwam, en ik dacht dat ze bedoelde: dwars door twee plafonds heen, met bed en al, stofwolken, kalk in papa's baard, tompoezen volstrekt oneetbaar, maar gelukkig viel het mee, het meisje nam gewoon de trap, in tranen weliswaar, want je schrikt je natuurlijk het rambam.

Ik spreek uit ervaring. Ooit verbleef ik drie maanden in Chili, een land dat zich als een 4.000 kilometer lange wondkorst probeert te hechten aan een even lange geofysische breuklijn, een rotzak waarover ik in de aardrijkskundeles al wat had opgevangen, iets met uit verveling op elkaar inbeukende aardschollen, geheten de platentektoniek, gelukkig tijdig ontdekt door Plato, kennis is en blijft macht, abonnee, al merk je daar weinig van als je bed in Groningen staat, of in Santiago de Chile dus, zoals dat van mij destijds.

Ik logeerde bij Maartje, een oefen-Suzy die stage liep in het zakendistrict van de hoofdstad. We betrokken een appartement op de elfde verdieping van een nog veel hoger gebouw, wat me nogal gewaagde architectuur leek op een stukje aarde dat een keer of tien per dag zomaar begint te vibreren, meestal zachtjes, maar soms ineens keihard, misschien wel vannacht, net nu ik de huur had overgemaakt. Welterusten dan maar.

Het WK voetbal in Zuid-Korea en Japan was bezig en ik zal maar niet proberen om het tijdsverschil uit te rekenen, zo meteen moet ik er alsnog midden in de nacht uit, terwijl ik in Chili nou juist iedere ochtend, wanneer de oefen-Suzy uit werken ging, heel relaxed live in bed naar voetbal heb liggen kijken. Wat gebeurt er: tijdens Duitsland-Guus Hiddink bereikt mij het type gebonk dat je weleens hoort door de muur van een goedkoop hotel, een vurige, geïnspireerde beat waarop bepaalde inheemse stammen onbedaarlijk willen dansen, geen idee wat de buren nou weer aan het doen zijn, even een leeg glas pakken, etc. - tot ik zie dat het mijn bed is! Mijn eigen bedje staat te schudden als de Auping van Stephen King!

Een aardbeving - een echte. 'Ik wil hiervoor een 8 op de schaal van Richter geven', zei ik met de stem van Tonny Eyk, zittend aan de piano van Klassenwerk, mijn persoonlijke manier om paniek te beteugelen. Het volgende moment stond ik in het trappenhuis, dat deinde als een touwladder, 'hellup' brulde ik en spurtte drie of vier verdiepingen af, tot koele luchtstromen op ongebruikelijke plekken me ervan doordrongen dat ik bloot was en dat ik op het punt stond me poedelnaakt te melden op de plaatselijke Zuidas. Twee krachten grepen me aan, van die getekende vectoren: doodsangst (een pijl trap af) en schaamte (trap weer op, toch even een boxershort aantrekken, en misschien een colbertje).

Toen ik het appartement binnenstormde, rinkelde daar de telefoon. 'Moeder?', smeekte ik, maar het was Maartje, die lachend vroeg of ik ook wat voelde schudden, al haar collega's werkten namelijk gewoon door, typerend voor Chilenen naar het schijnt, wat ze tot rare jongens maakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.