‘Ik was een snob, ik las geen thrillers’

Nick Stone groeide deels op in Haïti, en zijn ervaringen in dat land verwerkt hij in zijn misdaadromans. ‘Ik droeg nooit een vuurwapen, maar hier moest ik wel.’ Door Ineke van den Bergen / Foto Bart Mühl..

Hij schrijft om te entertainen. Lezers moeten de bladzijden blijven omslaan, meegesleept in het verhaal, als weerloze slachtoffers in een draaikolk. Het moet spannend zijn, dat hoort zo bij thrillers, hoewel hij liever van misdaadromans spreekt.

Hij heeft een breed scala aan spannende zaken, als ontvoering, drugshandel, voodoo, noem maar op. En dan is er die scène, waarin een 13-jarig Haïtiaans meisje door soldaten van het VN-leger – peacemakers – wordt verkracht. Helemaal opengescheurd moet ze met 183 hechtingen weer dichtgenaaid worden.

Het boek, Mister Clarinet, kwam uit in 2006. Op 27 mei 2008 melden de kranten dat tien VN-militairen een 13-jarig meisje hebben verkracht. Ze is niet de enige, volgens de Britse organisatie Save the Children, die onderzoek deed in de Ivoorkust, Soedan en Haïti. Kinderverkrachting, ook hulpverleners doen mee.

Toch is Nick Stone niet een van de thrillerauteurs die in hun verhalen bewust sociale misstanden aan de orde stellen (zoals George Pelecanos delen van Washington DC blootlegt als rampgebied). Maar in zijn verhalen sluipt een harde realiteit binnen, die zich vermengt met algemeen menselijke onvolkomenheden, spelingen van het lot, en magie, die meestal diepzwart is.

Op de openingsavond van de Maand van het Spannende Boek, vorige week dinsdag in Amsterdam, las Stone voor uit zijn tweede boek, King of Swords, gesitueerd in Miami, van 1980 tot 1982.

‘Tot overmaat van ramp was Miami op 17 mei verscheurd door hevige rassenonlusten. In december was Arthur McDuffie, een ongewapende zwarte man die in de vroege uurtjes stunts had uitgehaald met zijn motor, na een snelle achtervolging in coma geslagen door vier blanke agenten. McDuffie overleed aan zijn verwondingen en de agenten moesten terechtstaan. Hoewel er een tamelijk sluitend bewijs van hun schuld werd geleverd, werden ze vrijgesproken door een jury die geheel uit blanken bestond. De zwarte gemeenschap gaf lucht aan een in jaren opgebouwde woede en haat jegens de poltie, die van intimidatie en onrechtvaardigheid werd beschuldigd.’

Stone: ‘Dat geeft wel iets aan van die tijd. De stad, waar niet alleen racisme heerste maar ook bij de beesten af gemoord werd, drugsbendes elkaar afmaakten; waar de politie corrupt was, evenals de politici, en twee rechercheurs, Max en Joe, ieder op hun manier strijd leverden over de keuze om corruptie tegen te gaan of eraan mee te doen.

‘Al die realistische aspecten kun je in een verhaal verwerken, je kunt er desgewenst een morele draai aan geven, maar als je een misdaadroman schrijft, moet het een misdaadroman zijn, niet iets anders. Je moet trouw blijven aan de conventies van het genre, zoals een goede spanningsopbouw, opwindende elementen, een verrassende plot. Stilistisch moet het in orde zijn. De beste misdaadauteurs van dit moment schrijven gelukkig ook uitstekend.’

Geboren in Engeland, werd hij als baby van zes maanden door zijn vader naar Haïti gebracht, omdat er geen geld genoeg was om hem groot te brengen. Hij bleef bij zijn Haïtiaanse grootouders van moeders kant tot zijn vierde jaar. Zijn vader, die later een bekend historicus zou worden, verdiende toen iets meer. Ze gingen nog wel eens naar Haïti op vakantie, tot 1982. Daarna ging hij pas terug in 1996 en bleef er een jaar. Misschien was dat wel zijn laatste bezoek.

‘Ik heb warme herinneringen aan de tijd dat ik er als kind was. Misschien kloppen ze niet, maar zo heb ik ze bewaard. Ik was gechoqueerd toen ik als volwassen man terugging en de plaats als een puinhoop aantrof. Het was vooral de sfeer van geweld die ik van vroeger niet kende.

‘Als kind hoorde ik als ik in bed lag voodoodrums in de bergen, en wat ik nu hoorde was geweervuur. Ik had er twee pistolen, een in de auto en een thuis. Ik droeg nooit een vuurwapen, maar hier moest ik wel. Als er iemand naar de auto kwam, en meestal kwamen ze van beide kanten op je af, trok je je wapen en dat was voldoende. Zo was de situatie twaalf jaar geleden. Nu halen ze een machinegeweer tevoorschijn als ze je handwapen zien en schieten je met auto en al overhoop.

‘Het is er slechter geworden dan in de tijd dat ik Mister Clarinet schreef. Daarin komt een ontvoering voor die enigszins gebaseerd is op de eerste high profile kidnapping in Haïti. Het was de eerste keer dat de armen naar de rijken uithaalden door een van hun kinderen te stelen. Het is een epidemie geworden. Kidnappen is een manier van leven. Als je aan geld wilt komen, dan ontvoer je iemand. Dat is verschrikkelijk. Mijn meeste familieleden wonen nu dan ook in Miami.’

In Haïti en Miami spelen zich de gebeurtenissen af rond Max Mingus, een man die voortdurend met zichzelf en zijn omgeving in conflict is. Het eerste boek begint in november 1996, hij is privédetective, zwaar beschadigd, na de dood van zijn vrouw, en een gevangenisstraf van zeven jaar. Een hellegang wacht hem in Haïti, met zwarte magie, welzijnswerk en kindermisbruik, en een boeman, Mister Clarinet, die met zijn instrument kinderen meelokt en hun zielen steelt voor de doden.

Het tweede boek gaat in de tijd terug, naar november 1980, toen Mingus nog rechercheur was in Miami, waar hij ook al geconfronteerd werd met een bogeyman. Solomon Boukman, die op buitengewoon perverse wijze voodoo bedrijft, en daarnaast op grote schaal in drugs handelt. De personages zijn extreem, zoals de hoeren verzamelende zoon van een voodoo-priesteres die op zijn negenentwintigste ieder dag om 18.00 uur hardhandig door zijn moeder in bad wordt gedaan. En een psychopatische moordenaar, Bonbon, die acht kunstgebitten heeft, waarvan een met piranhatanden. Voeg daar moordslachtoffers bij die in hun maag een tarotkaart hebben, ‘de koning van zwaarden’, moordende zombies, en het circus zou compleet zijn als Stone niet slim misdaden, tragische omstandigheden en morele keuzes had ingevoegd.

Max Mingus, blank, en zijn partner Joe Liston, zwart, kampen ook binnen het korps met racisme, en met het op bevel verdraaien van de waarheid. De strijd met het verval van moraal speelt een grote rol bij Stone. Misdaadromans lenen zich bij uitstek voor dat thema, hoewel het genre niet Stone’s eerste keuze was.

‘Ik was een vreselijke snob toen ik jong was, dus ik las geen thrillers. Toch waren het thrillers die mij tot schrijven hebben aangezet. Toen ik twaalf jaar was had ik een televisiebewerking gezien van The daine curse, van Dashiel Hammet. Daarna las ik het boek, en ondernam een poging tot schrijven. Hammet en Raymond Chandler zijn heel literaire schrijvers en voorbeelden voor serieuze literaire auteurs, als je ze zo wilt noemen.

‘Ik begrijp de kritiek op het genre wel als je bijvoorbeeld naar iemand als Dan Brown kijkt. Geen groot schrijver, alleen zijn verkoopcijfers en zijn verhaal zullen herinnerd worden. Maar zijn boek heeft meer mensen bereikt en geraakt dan het laatste boek van Martin Amis. Hij kan zeker een verhaal vertellen en heeft mensen aan het lezen gekregen, in deze tijd van internet en computer-games. Het is maar hoe je het bekijkt. Hoewel er misschien in het thrillergenre iets te veel mensen zijn die de top tien gelezen hebben en denken: dat kan ik ook.

‘In 1993 introduceerde iemand mij tot James Ellroy. Ik zat Michel Foucaults On Punishment (Surveiller et punir – Naissance de la prison) te lezen, toen een collega tegen mij zei: je ziet er slecht uit. Je leest niet het goede boek. Je moet James Ellroy lezen. Ik had toen een ellendige baan, iets oninteressants met uitgeven en bibliotheken, en kocht The Black Dahlia. Wauw. Ik bezocht een lezing van hem, waar hij zeer onaangenaam deed, maar werd een enorme fan van zijn werk.

‘Daarna had ik een nog slechtere baan, als headhunter. Ken je Huis clos van Jean-Paul Sartre? Over personen die tot in de eeuwigheid gevangen zitten in een vreselijke situatie. Bij mij was het minstens zo erg, ik werd steeds depressiever. Tot mijn vrouw zei: ik trouwde de man van wie ik dacht dat hij een goed schrijver zou worden. Zeg je baan op. Schrijf je boek. En dat deed ik.’

Nick Stone kan aanstekelijk vertellen over ernstige onderwerpen. Over vader en zoon Duvalier – Papa Doc en Baby Doc –,hebben achtereenvolgens dictator in Haïti.

'Solomon is gebaseerd op Papa Doc, een gewelddadige, in en in slechte man die voodoo heeft geperverteerd. Hij werkte ook mee aan het scheppen van de mythe rondom hem. En net als die andere klassieke dictators – Fidel Castro en Saddam Hussein – maakte hij regelmatig gebruik van dubbelgangers. Amerika steunde hem ook. Dat had te maken met de Koude Oorlogssfeer. Ze hadden liever een fascist dan een communist, zoals in het nabijgelegen Cuba.

‘Baby Doc was minstens zo pervers als zijn vader. Hij gebruikte volop cocaïne en had een zwager die een van de grootste drugshandelaren was. Jean-Bertrand Aristide, die later president zou worden, vertelde toen hij nog priester was, in een preek dat de vrouw van Baby Doc met al zijn legergeneraals sliep. Maar die waren allemaal veel te dik. Ze heeft hem zover gekregen dat de generaals naar Zwitserland werden gestuurd, voor een liposuctie, wat toen niet zo gewoon was als nu. Het kostte tienduizend dollar per persoon. Het land was stervensarm.'

By the way, Stone steunde, net als Max, lang de Republikeinen, maar sinds de orkaan Catherine en Abu Ghraib houdt hij het voor gezien. De reden om Irak binnen te vallen bleek een leugen. Na de orkaan konden de meestal zwarte slachtoffers in het zuiden doodvallen. In Abu Ghraib werd er vrolijk op los gemarteld door Amerikaanse militairen.

Stone zal Barack Obama steunen, Max Mingus volgt hem, in het derde te verschijnen boek, dat zich afspeelt in 2008. George Bush de Tweede, een groot leugenaar. Stone: ‘The guy should really be* All of them*’

Juiste zinnen voor een misdaadauteur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden