'Ik was een drammer en ben het nog steeds'

Naar de plekken van de jeugd. Deze week: Lalla Weiss (40) in Best. 'Een burgervrouw zal ik nooit worden.'..

Zus en zwager breken haar oude wagen open. Zus geeft zwager een metalen dorpel waarmee hij een scheidingswand vernielt, krakend hout, het lukt maar half, er steken spijkers uit. Er moet een nieuwe slaapkamer komen. Lalla zegt: 'Pas toch op met die spijkers!' Zwager zegt: 'Jij verandert toch ook nooit, hè.' Zus zegt: 'Lalla was als klein meisje al een driftkop. Klopt toch, lieve zus van me?' Lalla lacht en kijkt de woonwagen rond en geeft haar jongste zoon Nieklo (wat egel betekent) te drinken uit een babyfles.

Het woonwagenkamp waar Lalla Weiss haar leven goeddeels doorbracht, ligt in de herrie van een snelweg. Aan de rand van Best, in een bos. Er staan wagens met wielen, maar die rijden niet meer. Er staan chalets, beplakt met steenstrips, zodat het lijkt of ze van baksteen zijn gebouwd. Het is alles wat je van een kamp verwacht.

Lalla groet zus en zwager en verlaat de wagen met haar baby op de arm. Staand midden tussen de wagens, de herfst is al goed doorgebroken, zegt ze: 'Ik was een drammer en ben het nog steeds. Maar wat moet je dan met zes kinderen boven je? Dat is vechten hoor.'

En goedbeschouwd heeft het haar wel ergens gebracht.

Vier jaar nu woont Lalla in een huis. Het huis heeft een achterom en toegang tot de dijk waar ze uit kan waaien. Dat is een vereiste 'want als zigeuner kun je niet opgesloten leven'. Dit huis was van haar zus, die wilde met haar zwager weer naar het kamp. Dus hebben ze geruild. 'Ik kan er wel aan wennen', zegt Lalla, die vier kinderen heeft en het huis nu grondig laat verbouwen opdat ze zo lang mogelijk bij haar blijven wonen. 'Maar een burgervrouw zal ik nooit worden.'

In werkelijkheid heet ze Zielwa, wat in de Sinti-taal betekent: meisje uit het bos. Ze is geboren als zigeuner en ondervond de gevolgen later pas. Lalla groeide op in Dieren. Ze waren in een huis gaan wonen omdat haar oudere zussen zochten naar een baan. Kamp bewoners kregen toen geen baan. Het was een rijtjeshuis. Vader leefde 'in aanzien' als bekend handelaar in antiek. Opa (van moederskant) was de even aanzienlijke Tata Mi rando senior, de muzikant, en die woonde om de hoek. Wildvreemde mensen kwamen aan de deur voor een handtekening van opa. In die tijd, zegt Lalla, 'was ik het meisje met de mooie donkere ogen. Als ze dat liedje zongen op school, er zat een klein zigeunermeisje, ken je dat?, dan mocht ik in het midden van de kring. Ik had toen helemaal geen besef dat ik zigeunerin was, ik was gewoon een meisje.'

Nu is ze de Sinti-voorvrouw die zo veel prijzen kreeg, de Geuzenpenning zelfs, die vocht (en won) voor de erkenning van het zigeunerleed in de Tweede Wereldoorlog, maar vooral haar mede-Sinti-vrouwen uit hun iso lement trok. 'Ik wil gewoon niet dat meiden die nu op het kamp wonen, mee moeten maken wat ik heb meegemaakt.'

Jongste dochter uit een gezin van zeven kinderen. Plus alles wat op gewone dagen aan kwam zeilen: de ooms, de neven, de nichten, 'we zaten vaak met veertien man aan tafel.' Haar moeder had pannen, 'daar kon je kinderen in wassen.' Maar ze kon niet wennen aan een rijtjeshuis. Dus was het constant in verbouwing, want haar huis moest als een woonwagen zijn: verlaagd plafond, grote, openslaande ramen zodat de buitenlucht naar binnen kon, schrootjes overal en het liefst had moeder er wielen onder gehad, maar het bleef een rijtjeshuis en zo ging de familie Weiss uiteindelijk op zoek naar een wagen, 'omdat mamma het wilde'.

Die kochten ze in Haarlem: een mooie bruine houten wagen met twee slaapkamers en een badkamer. De eerste woonwagen met een badkamer! Die nacht reden ze meteen maar door naar Best, waar een plek was op het kamp. Ze hadden er niks aan de badkamer, want er was geen stromend water. Er was alleen een pomp. Geen toiletten ook: 'Je kon het bos in', zegt Lalla. 'We vulden het bad met emmers koud pompwater dat we warm maakten met een pook. Daar was je twee uur mee bezig. Dat is best raar voor een meisje dat alle luxe van een rijtjeshuis gewend is. Ik vond het heel erg. Ik heb het mijn vader kwalijk genomen.'

Het kamp ligt vijf minuten rijden van het rijtjeshuis in Best dat Lalla nu bewoont. Ze slaat de deur achter zich dicht, zegt 'krijg wat!' en loopt weer naar binnen. Komt terug, gekleed in een wijde zwarte rok. 'Ik moet een rok', zegt ze. 'Het kamp op in een lange broek, dat past zich niet.' Ze heeft zich net al verontschuldigd tegenover haar broer, die meehelpt met de verbouwing. 'Excuses voor wat?', zei hij. 'Voor dat ik een lange broek aan heb', zei Lalla. 'Ach', zei de broer. 'Nee', zei Lalla, 'onze cultuur is belangrijk. Die moet je behouden.'

Ze ziet het steeds minder terug bij haar kinderen, al doet Lalla er alles aan hen iets van het zigeuner-zijn mee te geven. Nieklo is de enige die opgroeit in een huis. 'Zonde eigenlijk. Het kamp brengt je bepaalde normen bij. Daar vangen de mensen je nog op, als er iets gebeurt. Daar bemoeit iedereen zich met je. Toen mijn zoon geboren was, had ik hier 27 bossen bloemen staan. Dat zijn gewoon je mensen, weet je, dat is een band.'

'Er verandert al zo veel.'

Bij aankomst in Best was Lalla elf en de volgende dag moest ze naar school. Voor zigeuners had de school in Best een aparte regeling: die kwamen aan de beurt als de burgerkinderen naar huis waren. Want dat ging niet samen. Ze werden met een busje van het kamp gehaald, 's middags om kwart over drie. 'Kregen we tot zes uur les, nou ja, les, er zat zo'n jonge meid voor de klas haar nagels te vijlen. In Dieren zat ik op een gewone school in de zesde klas, maar hier moest ik naar de vierde omdat ik de enige Sinti van mijn leeftijd was. In Dieren leerde ik nogal gemakkelijk, ik had er plezier in, had burgervriendinnen. In Best werd me dat allemaal afgenomen. Het klopte gewoon niet, voor mijn gevoel. Toen begreep ik het ineens. In Dieren was ik nooit aanwijsbaar geweest als zigeunermeisje. Daar maakte ik geen deel uit van een groep. Nu wel. In Best hoorde ik men sen voor het eerst zeggen: jullie zijn apart. Jullie kunnen niet leren. Jullie zijn crimineel.'

Met als gevolg dat het meisje Lalla er zelf in ging geloven. Waarom zou ze haar best doen op school, als iedereen denkt dat het vergeefse moeite is? Waren de Molukse kapingsacties op televisie. Vroeg ze aan haar vader: wat doen ze? Zei vader: vechten voor hun vrijheid. Zei Lalla: waarom doen wij dat niet? Zei vader: wij zijn zigeuners en doen dat anders. Wij demonstreren met muziek.

Zit ze in het schoolbusje vol zigeunerkinderen, hoort ze de leerplichtambtenaar die ter controle meereist zeggen tegen de chauf feur: dat tuig moet je het kanaal inrijden. Dus Lalla rent het kamp op, roept de vaders bij elkaar en vertelt wat ze heeft gehoord. 'Toen hebben de vaders dat busje het kanaal ingeduwd.'

Waarmee Lalla's schoolcarrière ten einde kwam.

Vervolgens deed ze jarenlang het huishouden. Ze schreef brieven voor kampbewoners die niet konden schrijven. Ze deed boodschappen ('winkeliers waren zó vriendelijk tegen me, ze waren in staat m'n mandje te dragen. Tot ik erachter kwam dat ze dachten dat ik een dief was.') Ze werd huismoeder. Lalla Weiss was veertien toen haar moeder overleed, en zij de zorg voor het gezin overnam. Haar oudste broer is zwaar gehandicapt zolang ze op het kamp woonde, tot haar 36ste, heeft ze voor hem gezorgd.

'Typisch Lalla', zegt zus, tijdens een verbouwingspauze in de woonwagen. 'Lalla zorgt voor iedereen, van kinds af. Groots vind ik dat. We zijn echt trots op haar, en wat ze heeft bereikt.' Zus vraagt waar Lalla die mooie rok vandaan heeft, 'neem er een paar voor me mee volgende keer, andere kleur is ook goed, hoor.' Buurman komt een stuk gereedschap lenen. 'Het is één grote familie', zegt Lalla als ze buitenstaat. 'Dat kennen burgermensen niet.'

Buiten maakt de snelweg herrie. Er staat een sloop-Mercedes. Lalla zegt: 'Vroeger was dat toch wel anders. Het zag er hetzelfde uit, maar ik voel hier geen gezelligheid.'

Vroeger brandde het kampvuur, kwamen de mensen naar buiten als de avond viel. 'Dan spitste ik mijn oren. Als je slim was en je stilhield, hoorde je als kind bij het kampvuur mooie verhalen. Over opa en oma, die nog rondreisden met een hondenkar. Wij zijn een echt vertellersvolk.'

Melancholisch?

'Het komt allemaal niet meer terug, op die manier, maar de verbondenheid blijft. Of ze nu in een huis wonen of in een wagen, de zigeunerziel die houdt wel stand.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden