Column

'Ik waarschuw alvast: dit is een ordinaire bedelbrief'

Begin dit jaar voerde columnist Lidy Nicolasen een kleine kruistocht tegen goede doelenclubs. 'Ik sprak mijn ergernis uit over de malloten die bergen beklimmen, spinnen op een fiets tot ze blauw zien of zich in een glazen kooi laten opsluiten om geld bijeen te harken voor arme lui in Verweggistan. En nu ben ik zelf ook al zo'n malloot.'

De nacht van de vluchteling in 2011.Beeld anp

Lukas 6, vers 38. Afgelopen week heb ik op Twitter een paar keer verwezen naar dit Bijbelvers. Niet uit eerbied of vanwege een plotseling opborrelende drang mijn volgers te stichten. Nee, ik was er slechts op uit om hun nieuwsgierigheid te prikkelen. Ik hoopte dat ze zouden denken: wat moet zij met Lukas 6, vers 38? Ik hoopte dat ze vervolgens driftig in de Bijbel zouden bladeren en ontdekken dat ik bezig ben met een ordinaire bedelactie.

Lukas 6, vers 38: 'Geef, en je zult zelf giften krijgen.' Is er een mooiere manier om je volgers te verleiden hun beurs te trekken? Uitgeven om jezelf te verrijken. Vraag het aan premier Rutte. Hij zegt: Ga naar de meubelboulevard en koop jezelf een ongeluk, dan krijgen we het straks allemaal geheid beter. Eigenbelang loont, dat weten we toch.

Terug naar mijn bedelactie. Begin dit jaar voerde ik op deze plaats een kleine kruistocht tegen de goede doelenclubs, omdat ze je blijven bestoken met telefoontjes, smeekbrieven op prachtig glanzend papier of loterijen met een retourtje Dubai als lokkertje. Ik sprak mijn ergernis uit over de malloten die bergen beklimmen, spinnen op een fiets tot ze blauw zien of zich in een glazen kooi laten opsluiten om geld bijeen te harken voor arme lui in Verweggistan. Het doel doet er nauwelijks toe, het is om de prestatie dat de teller loopt.

Malloot
Organisaties weten van gekkigheid niet meer wat ze moeten doen, omdat we niet meer gewoon geven als zij erom vragen. En nou ben ik zelf ook al zo'n malloot. In de nacht van 9 op 10 mei loop ik mee in de Nacht van de Vluchteling. Onder het motto 'Hoe ver zou jij 's nachts lopen uit angst voor geweld?' loop ik geheel vrijwillig 40 kilometer van Rotterdam naar Den Haag. Nergens bang voor ook, want zo'n tocht is best gezellig.

Ik heb nieuwe wandelschoenen, fijne sokken, een rugzak met eten en drinken en een regenpak. Ik verwacht dat bij de start en langs de kant van de weg artiesten je gratis staan toe te zingen en vrijwilligers kommetjes soep en kroketten uitdelen. Er zullen hardlopers en slenteraars zijn en ik zal er ergens tussenin lopen. Natuurlijk wordt het afzien, maar bij de Vierdaagse in Nijmegen lopen ze vier dagen achter elkaar zo'n afstand, praat ik mezelf moed in. En als we niet meer verder kunnen, zingen we met z'n allen 'een potje met vet...'

Daaraan dacht ik tijdens de eerste training een paar weken geleden. (Trainen moet. Ik mag het mijn sponsors niet aandoen halverwege te moeten stoppen.) Het was wat je noemt een helletocht. Okay, ik hoefde toen ook nergens bang voor te zijn. Ik liep niet alleen en al helemaal niet in een eng donker bos. Ik hoefde niet langs gewapende grenswachten, nietsontziende geldhandelaren of listig begraven clusterbommen. Ik hoefde niet over prikkeldraad te klimmen of me overeind te houden in een gammel bootje, maar verder was het in alle opzichten een fikse straf.

Straffe wind
De tocht voerde over de dijk van Amsterdam naar Marken, op papier iets meer dan de helft van de verplichte 40 kilometer. De straffe en ijskoude wind stond pal op onze kop en joeg het snot uit je neus en de tranen uit je ogen. Je adem stokte als je probeerde te praten en moest je nodig plassen dan werd iedereen kletsnat. Het woeste water duwde de ijskappen angstvallig dicht naar de rand van de dijk als om je te verjagen. Er waren moment dat we sur place stonden, stram in de wind. We stapten wel, maar we kwamen niet verder. Dus mag je zeggen dat we de 40 kilometer ruimschoots overschreden en dat je het bovendien een wonder mag noemen dat we Marken hebben gehaald.

Ik kan mijn sponsors geruststellen: de echte nacht zal hierbij vergeleken een eitje worden. En al zou ik het niet halen, dan hebben zij toch maar even mooi gedoneerd voor Zuid Soedan, een land dat in 2011 onafhankelijk werd en wacht op de terugkeer van de vele vluchtelingen. Maar hun dorpen en hun akkers liggen nog bezaaid met mijnen, bommen en ander levensgevaarlijk tuig. (Denk even aan de jonge Birmese Ma Nya We die op een mijn stapte en zich nu moet zien te redden op lompe en veel te grote kunstbenen.) Willen de bewoners van Zuid Soedan weer kunnen wonen en werken, dan moeten die mijnenvelden worden opgespoord en geruimd. Dat kost geld.

Tot zover het doel. Terug naar Lukas 6, vers 38: geef en je zult giften krijgen. Ik waarschuwde al: dit is een ordinaire bedelbrief. Ik zoek sponsors.

Lidy Nicolasen is verslaggeefster van de Volkskrant. Ze schrijft wekelijks een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden