InterviewUitvaartdirecteur Edzo Doeve

‘Ik vroeg me ook af of het zo erg was. Maar als je kisten in de koffiekamers ziet staan, weet je het wel’

Nu vanwege het coronavirus slechts een beperkt aantal mensen afscheid mag nemen bij een begrafenis is de rouwverwerking complexer geworden, zegt Edzo Doeve, directievoorzitter van uitvaartonderneming Dela. Maar ook intiemer.

Edzo Doeve, directievoorzitter van uitvaartverzekeraar Dela.Beeld Linelle Deunk

‘Het was voor ons aanvankelijk ook zoeken.’ Edzo Doeve, directievoorzitter van uitvaartondernemer Dela, zag dat de coronapandemie zijn bedrijf zwaar op de proef zou gaan stellen. Maar het ‘zoeken’ was van korte duur. ‘Sinds de Mexicaanse griep in 2009 hebben we protocollen hoe we moeten opschalen. Onze cijfers zijn landelijk gebruikt. We zagen als een van de eersten waar de doden vandaan kwamen. Niet alleen uit de ziekenhuizen, maar juist ook uit de verpleeghuizen.

‘En wat er bijkwam: niemand wilde nog een dode in huis houden uit angst voor besmetting. We hebben extra mortuaria en koeling moeten opstellen om de doden te kunnen bergen, soms verborgen achter schermen zodat het publiek het niet hoefde te zien.’

U zag al snel de grenzen van de capaciteit.

‘Klopt. Het was mooi dat we het zo konden oplossen, maar dat hadden we niet nog een halfjaar volgehouden.’

De coronacrisis is voor de uitvaartbranche ook een kwestie van rekenen. Dela hanteerde onder meer wiskundige modellen van de Technische Universiteit Eindhoven om ‘dagkoersen’ te bepalen. Doeve: ‘Wanneer komt de piek bij het aantal doden en waar?’

Bent u voorbereid op een mogelijke tweede golf van het coronavirus?

‘We verwachten dat een tweede golf meer verspreid zal zijn, je ziet nu al in steden als Amsterdam en Rotterdam dat er maatwerk wordt geleverd om het virus in te dammen. Als uitvaartondernemer zijn we alert op ziekenhuisopnamen in de ic’s, dan hebben wij nog een week of twee om de begrafenissen voor te bereiden. En dan mogen we geen excuses hebben.’

Het hoofdkantoor van Dela staat in Eindhoven, Brabant was het ‘epicentrum’ van de brandhaarden bij de corona-uitbraken. Vooral Uden werd zwaar getroffen. ‘Daar kreeg ons crematorium de volle laag’, zegt Doeve. ‘Je zag de golf over Brabant naar Limburg trekken. Dan moet je denken aan drie of vier keer zoveel begrafenissen als normaal. Landelijk nam het sterftecijfer met 8 tot 9 procent toe, nu verwachten we op jaarbasis dat het 5 procent wordt.’

En dan valt het relatief dus mee?

‘Ja, maar let op! Het valt relatief mee dankzij de lockdown. Als we niet adequaat hadden gereageerd in Uden, had zo’n massale uitbraak overal kunnen voorkomen. Ik vroeg me aanvankelijk ook af of het zo erg was. Maar als je uitvaartkisten in de koffiekamers ziet staan, dan weet je het wel.’

U heeft er in maart en april veel gezien?

‘Ik behoor vanwege mijn leeftijd tot de risicogroep, maar ik wilde ook zelf gaan kijken bij de crematoria. Ik schrok van het aantal doden, we hebben veel koelcapaciteit bijgeplaatst. We moesten zorgen voor de veiligheid van medewerkers en nabestaanden. Maar elke uitvaart is met liefde, zorg en aandacht gedaan.’

In het Italiaanse Bergamo joeg covid-19 als een orkaan door de stad en werden de lijken zelfs opgeslagen in de kerk, omdat de crematoria het niet aankonden. Was dat een schrikbeeld voor u?

‘Natuurlijk schrok ik ervan. Maar we hebben in Nederland gelukkig een fijnmazig netwerk van crematoria. Italië kent dat niet en heeft evenmin een grote uitvaartondernemer zoals wij. De rouwstoeten in Bergamo waren zo groot omdat de doden naar andere crematoria moesten worden gebracht. De capaciteit was ontoereikend.

‘Hier ligt dat anders, Dela heeft een groot bereik. Als het ergens vol zit, kun je doorrijden naar een crematorium verderop. En ergens moesten we ook dankbaar zijn voor die afschuwelijke beelden uit Bergamo, die hebben half Europa wakker geschud.’

Noodgedwongen zijn veel mensen eenzaam gestorven. Leidt zo’n trauma voor de nabestaanden tot een andere vorm van rouwverwerking?

‘Soms zagen de nabestaanden de overledene pas na enkele weken in ons uitvaartcentrum. Het was extra emotioneel beladen, maar toen konden we ook meer betekenen. Opbaren is nog belangrijker geworden, onze medewerkers die de overledene met liefde verzorgen hebben vele overuren gemaakt.

‘We hebben onderzoek gedaan naar de effecten van die andere vorm van afscheid nemen. We hebben schrijnende gevallen gekend, vooral in de eerste weken, toen het voor iedereen zoeken was naar houvast. Bij de meeste mensen overheerste het gevoel: het is goed zo. We hebben extra uitvaartdiensten aangeboden, maar het was meestal niet nodig. De paradox is dat mensen ondanks de beperkingen en de gedwongen fysieke afstand mentaal dichter bij elkaar stonden.’

Was er ook niet de angst dat begraven opbergen werd, omdat de volgende dode alweer wachtte?

‘Die angst was er, je voelt je in eerste instantie tekortschieten. Ook bij ons werd verbinden en contact leggen op afstand de norm. De uitvaart werd intiemer met kleine groepen. Tegelijkertijd konden we via livestreams ook de oom uit Canada laten meekijken. Online hebben we de uitvaartdiensten veel beter gefaciliteerd, zo kun je meer mensen bij een uitvaart betrekken. Door die lotsverbondenheid werd de onderlinge betrokkenheid ook groter. Zo ontstond de erehaag bij een begrafenis, mensen die langs de kant van weg stonden als de auto met het lichaam van de overledene het dorp uitreed.’

Tegelijkertijd was het beeld dat Dela dubbel verdiende aan de fors toegenomen begrafenissen. Bovendien kon het bedrijf minder leveren voor dezelfde premie.

‘Dela is afhankelijk van beleggingsresultaten en aanvankelijk was de slachting op de beurs enorm. Sinds eind maart valt de schade mee. Als meer mensen overlijden levert het ons meer geld op. Maar de dienstverlening blijft hetzelfde. De dode moet worden vervoerd en opgebaard, je hebt iemand nodig die de dienst begeleidt. En er volgt een begrafenis of crematie. Dat moet je uitleggen.’

Moet de dood meer bespreekbaar worden?

‘Ondanks de technologische vooruitgang houdt een onzichtbaar virus ons gevangen en benadrukt het onze sterfelijkheid. Het virus dwingt ons tot bezinning. Het is schrijnend wanneer je alleen moet sterven of dat namens de familie maar één iemand aan het bed van de stervende mag zitten. Maar we horen ook verhalen van overlevenden van het virus die doodsangsten hebben uitgestaan.

‘Het leven heeft vooral betekenis, omdat er een einde aan zit. Het besef dat we de dood een plaats moeten geven, heeft consequenties voor het leven. Ik zeg niet dat je dagelijks moet beseffen dat het elk moment afgelopen kan zijn. Maar het is goed om er zo nu en dan bij stil te staan. Bespreek het met elkaar! Het pijnlijke is wel dat je soms ellende nodig hebt om de medemenselijkheid te bevorderen.’

Heeft u uw eigen begrafenis al geregisseerd?

Lachend: ‘Nee, dat vind ik iets voor de nabestaanden. Ik ben er zelf niet meer bij. Ik denk eerder aan een begrafenis dan aan een crematie, maar zelfs daarin laat ik mijn familie vrij. Wat hebben mijn kinderen straks nodig om mij te herdenken? Daar draait het om.

‘Ik hou van Dominicaanse volksmuziek, maar mijn kinderen vinden het vreselijk. Ik stel me zo voor dat ze bij de uitvaart zeggen: onze vader had een bijzondere muzieksmaak. We houden het kort. Prima toch? De essentie is dat zij verder moeten. Ik hoop dat ook mijn dood mensen dichterbij elkaar brengt.’

CV Edzo Doeve

Geboren: 13 december 1956 in Harderwijk.

Van 1984 tot 2004 verbonden aan Amev in verschillende (buitenlandse) functies, als laatste als lid van de hoofddirectie van Amev verzekeringen.

Van 2004 tot nu: Dela, gestart als voorzitter bestuur coöperatie Dela. Tegenwoordig directievoorzitter.

Beachvolleybal

Dela was tussen 2006 en 2016 hoofdsponsor van de Nederlandse volleybalteams en verbond zijn naam tot dit jaar aan het beachvolleybal. Een uitvaartonderneming als sponsor in de topsport was een bijzonder project. Formeel loopt het contract in 2020 af, maar directeur Edzo Doeve bekijkt of Dela de beachvolleyballers kan ondersteunen tot de Spelen van 2021.

‘We hebben nu gekozen voor de sponsoring van de Roparun, een estafetteloop waarbij geld wordt opgehaald voor de strijd tegen kanker. Maar we willen de laatste bladzijde in het volleybal niet in stilte omslaan. We bekijken wat we in Tokio 2021 nog kunnen betekenen voor de Nevobo (de volleybalbond, red.). Het is geen toezegging, we gaan er wel over nadenken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden