'Ik voelde me door de bekentenis voor het eerst belangrijk'

Het Openbaar Ministerie erkent dat bij de roemruchtige Hilversumse showbizzmoord sprake is geweest van een gerechtelijke dwaling en eiste maandag vrijspraak voor de man die bijna acht jaar in detentie en tbs-klinieken vastzat. Volgens het OM is het enige harde bewijs in de zaak - een schuldbekentenis van de verdachte - onbetrouwbaar vanwege diens psychische problemen.

Martien Hunnik (rechts) met zijn partner. Het Openbaar Ministerie vraagt vrijspraak voor Hunnik, die in 1984 werd veroordeeld voor de geruchtmakende moord op platenproducer Bart van der Laar in 1981. Beeld ANP

Een kleine twee minuten na aanvang van de rechtszaak laat het Openbaar Ministerie al weten om vrijspraak voor Martien Hunnik te vragen. Hij werd in 1984 veroordeeld voor de moord op platenbaas Bart van der Laar. 'Ik wil u niet langer in spanning houden', aldus de officier van justitie tegen de man die 33 jaar op dit moment heeft gewacht. Advocaat Geert-Jan Knoops maakte zo'n snelle eis van het OM niet eerder mee, maar noemt de actie prijzenswaardig. 'Voor Martien is dit een enorme opluchting.' De heropende zaak is het gevolg van een nieuwe regeling uit 2012, die het eenvoudiger maakt om vermoedelijke rechterlijke dwalingen te herzien.

Muziekproducent Bart van der Laar - de man achter het succes van Luv, Benny Neyman en Corry Konings - werd in 1981 met een kogel in het hoofd in zijn Hilversumse villa aangetroffen. Hij overlijdt drie dagen later. Hunnik, die ooit het bed met de showbizzman deelde, verschijnt op de radar van de politie door eigen toedoen. Na de moord belt hij meermaals de politie en geeft dan tegenstrijdige verklaringen af. Steeds anoniem, 'want in de prostitutie gebruik je nu eenmaal andere namen'. Ook informeert hij Opsporing Verzocht over een andere moordzaak.

Wanneer de politie een verband tussen de belletjes legt besluiten agenten om Hunnik te verhoren, die dezelfde dag nog bekent. Voor politie en justitie was dat genoeg om te vervolgen, maar uit latere psychische rapporten blijkt dat Hunnik een narcistische stoornis met een extreme aandachtshonger heeft, fictie en realiteit door elkaar haalt en van jongs af aan verzinsels vertelt. Psychologen verklaren daarnaast dat Hunnik een bijzonder hoge mate van suggestibiliteit bezit, waardoor hij sneller kan worden bewogen om een valse verklaring te geven. Daarmee staat zijn bekentenis op drijfzand, oordeelt het OM nu, te meer omdat hij een alibi heeft en technisch bewijs (DNA, vingerafdrukken) ontbreekt. In 1984 verdwijnt Hunnik desondanks achter de tralies van de Bijlmerbajes, om later in het Pieter Baan Centrum te belanden. Een rechterlijke dwaling, zo geeft het OM maandag toe.

Hunniks houding tegenover politie is ambivalent, zo blijkt uit het herzieningsproces. Wanneer hij spreekt over het verhoor dat aan zijn bekentenis vooraf ging is hij zichtbaar woedend. Het OM zegt dat er geen sprake van 'ongeoorloofde druk' was, maar volgens Hunnik hebben 'de heren rechercheurs' hem onnodig lang aan bangmakende verhoren onderworpen, waardoor hij zich gedwongen voelde te bekennen. 'Ze dreigden de poten onder mijn stoel vandaan te trappen en vroegen of ik mijn moeder nog levend wilde zien. Ik wilde gewoon dat het het ophield, kon geen weerstand bieden. En ze reikten me dingen aan, vertelden allerlei details. Die gebruikte ik later bij mijn bekentenis.' Tegelijkertijd zoekt Hunnik opvallend vaak zelf de politie op. Als hij vijftien jaar op vrije voeten is pakt Hunnik opnieuw de telefoon, en deelt zijn theorieën over een zaak in Utrecht Overvecht, waar hij dan woont. Daarbij wijst hij naar inwoners van de tbs-kliniek waar hij jarenlang verbleef.

Ik zag het als mijn burgerplicht, zegt Hunnik nu, maar daar wil de rechter niets van weten. Ze vraagt of hij nog steeds verzinsels vertelt. Hunnik: 'Ik ben fantasierijk, maar verzinsels wil ik het niet noemen. Soms willen mensen de waarheid niet geloven, omdat die zo hard is.' Later: 'Als ik een ongeluk met één ambulance zie kan het best zijn dat er later in mijn verhalen vier ambulances waren.' Rechter: 'En vertelt u dan bijvoorbeeld ook dat u de slachtoffers heeft proberen te reanimeren?' Hunnik: 'Soms. Dat zou best kunnen ja'.

Uiteindelijk ziet ook Hunnik, die af en toe emotioneel wordt, een verband tussen zijn bekentenis en zijn psychische gesteldheid. 'Ik was een onzichtbaar kind. Wist op mijn negende al dat ik homo was, maar dat werd niet geaccepteerd. Dus toen ik op mijn dertiende werd verkracht kon ik het nergens kwijt. Ik stond er alleen voor, en was thuis een soort huissloof. Met die bekentenis op het bureau wilde ik van het geschreeuw af zijn, maar ergens voelde ik me waarschijnlijk ook voor het eerst belangrijk. Assepoesje had eindelijk haar baljurk.'

Het is wrang dat de vermoedelijke werkelijke daders van de showbizzmoord, die sinds een aantal jaar in beeld zijn, niet meer kunnen worden vervolgd omdat de zaak is verjaard, vindt Hunnik. Maar nu doet dat er even niet toe. Hij wil eerherstel, vertelt hij tegen aanwezige journalisten. 'Rust, weg met die smet'. Op 14 juni volgt de uitspraak van het gerechtshof - na al die jaren nog héél even wachten. Maar: 'Vanavond ga ik met het grootste deel van mijn lijf als vrij man naar bed'.

Bart van der Laar (L) met Linda Williams en Cees de Wit tijdens het Nationaal Songfestival. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden