Ik voel me op dit moment veel meer Amerikaan dan me lief is

Ze woont al het grootste deel van haar leven in Nederland, maar Els Quaegebeur heeft een Amerikaans paspoort. Sinds het aantreden van Trump twijfelt ze of ze dat moet houden.

null Beeld Pieter van Eenoge
Beeld Pieter van Eenoge

Er is een babyfoto van mij met mijn ouders, genomen in de vertrekhal van de luchthaven van Houston, mijn geboortestad. Mijn moeder droeg paarse kniehoge laarzen en mijn vader had bakkebaarden tot zijn kaaklijn. Ik lag tussen hen in te slapen in een kinderwagen, onbewust van de reis die mijn jeugd Nederlands zou maken in plaats van Amerikaans: schaatsen op natuurijs in plaats van cheerleading. Pino in plaats van Big Bird. Geen marshmallows maar boerderijdrop.

In 2006 stond ik weer op dat vliegveld, alleen dit keer, tijdens een tussenstop onderweg naar Mexico. Bij de douane, aan de kant van de Amerikaanse staatsburgers, kreeg ik te maken met een douanier zoals je je die voorstelt in Texas. Hij haalde mijn paspoort door een scanner en bestudeerde gegevens die op zijn computerscherm verschenen. 'So. You live in Amsterdam', zei hij op barse toon. Niet helemaal zijn stad kennelijk.

Op zoek naar ruimte voor een stempel bladerde hij hoofdschuddend door het blauwe boekje, met plaatjes van roofvogels, bizons opgejaagd door cowboys, cactussen, de grondwet en daarboven citaten van beroemde Amerikanen over de waanzinnige greatness van hun land. Daarna drukte hij me mijn paspoort met een plechtig gebaar in de hand. Ineens was daar een brede glimlach: 'Welcome home, dear.' Ik vond het een idiote opmerking, maar toch voelde het alsof ik een enorm compliment had gekregen. Voor de douanier was het duidelijk: ik mocht dan afgedwaald zijn naar een verderfelijk vrije seks, drugs en euthanasie voor iedereen-oord, ik bleef een kind van de Founding Fathers.

Wanneer ben je ergens thuis? Als je ergens woont waar je bent geboren en waar je ouders vandaan komen, is geografische identiteit een vanzelfsprekendheid. Een veelzijdige afkomst is natuurlijk allang niets bijzonders meer, of nooit geweest. Dit neemt niet weg dat het best raar is als je innerlijke kompas geen vanzelfsprekende thuishaven kent. Mijn beide ouders zijn Vlamingen, maar ik heb emotioneel nauwelijks een band met België. Nederlander voel ik me niet, al heb ik de meeste jaren van mijn leven hier gewoond en heb ik een Nederlandse man en een Nederlands kind. Ik mag bijvoorbeeld nog steeds niet meestemmen tijdens de Tweede Kamerverkiezingen, dat helpt niet om het buitenstaanderschap af te schudden. Een echte Amerikaan ben ik ook niet, al is Amerika het land waarvoor ik kan uitkomen bij de Olympische Spelen als ik ooit nog eens een uitzonderlijk talent voor kogelslingeren blijk te hebben. En ik mag er president worden. Geinig.

Of misschien niet zo heel geinig, nu de holle belofte dat iedere Amerikaan president kan worden zich pijnlijk heeft bewezen. Toen Associated Press om twee uur 's nachts op 9 november de overwinning van Donald Trump uitriep, zat ik huilend voor de televisie.

Een paar uur later met kanjers van wallen en een kater achter mijn laptop vroeg ik me af wat die tranen te betekenen hadden. Was het verdriet dat iedere inwoner van welk land dan ook kon hebben om de onvoorstelbare gebeurtenis dat de machtigste baan ter wereld door tientallen miljoenen Amerikanen vrijelijk was overhandigd aan een knettergekke, corrupte gemenerik die het normaal, zelfs wenselijk vindt, als een man zijn handen niet kan thuishouden? Of waren de tranen van 9 november de andere kant van de opgewekte ontroering die ik voelde toen ik in 2008 in een gymzaaltje op Manhattan voor het eerst op Barack Obama stemde?

Een van mijn guilty pleasures op YouTube is Beyoncés vertolking van het volkslied tijdens zijn tweede inauguratie. Als ik mijn best doe, kan ik janken elke keer dat ik haar de uitsmijter over 'the land of the free and the home of the brave' hoor zingen. Dat is toch ook niet helemaal normaal. Om je dood te schamen eigenlijk. Maar wat zegt het? Voel ik me toch meer Amerikaan dan ik denk? Of op dit moment: meer, veel meer dan me lief is.

In dat laatste ben ik niet bepaald alleen. Het aantal Amerikaanse staatsburgers wonend in een ander land dat de nationaliteit opzegt is de afgelopen jaren flink gestegen. In de eerste zes maanden van 2017 gaven al ruim drieduizend expats hun paspoort terug, blijkt uit cijfers van het ministerie van Financiën in Washington. Dat is drie keer zoveel als in het gehele jaar 2013. Toen waren er 750 opzeggers en dat was al een behoorlijke breuk met het gebruikelijke cijfer van tussen de honderd en de tweehonderd, teruggekeken tot 1998. Ook 2014, 2015 en 2016 zagen opvallende stijgingen, zo opvallend dat de prijs voor opzegging inmiddels is verhoogd van 450 dollar naar 2.350 dollar.

null Beeld Pieter Van Eenoge
Beeld Pieter Van Eenoge

Nu is Trump niet de voornaamste reden voor de stijging. De meeste Amerikanen in een buitenland die van hun staatsburgerschap af willen, worden gedreven door de belastingregels. Naast Eritrea zijn de VS het enige land dat zijn burgers een belastingplicht oplegt ongeacht woonplaats. Ook Amerikanen die na hun geboortedag nooit meer terug zijn geweest moeten daar aangifte doen en wellicht belasting betalen, afhankelijk van wat ze hebben aan vermogen. Deze aangifteplicht was er altijd al, maar sinds de Foreign Account Tax Compliance Act (Fatca) - aangenomen in 2010 en langzaam geïmplementeerd in de jaren erna - zijn de mogelijkheden tot afdwingen sterk verruimd. Ook Nederland verleent enthousiast medewerking aan de Fatca door middel van een verdrag met de VS. Een belangrijk gevolg daarvan is onder andere dat Nederlandse banken vanaf deze maand verplicht zijn jaarlijks vertrouwelijke gegevens van hun (deels) Amerikaanse klanten op te sturen naar Washington.

Wie veel verstand heeft van het onderwerp is Daan Durlacher van Americans Overseas, een Nederlandse organisatie die fiscale bijstand en advies geeft aan Amerikanen in Nederland. Ik bel hem met regelmaat hyperventilerend op over die afgrijselijke aangifte waarvoor ik allemaal moeilijke, dure dingen moet doen, zoals het inhuren van een speciale accountant.

Trump is tegenwoordig vaak het laatste duwtje richting afstand doen van de nationaliteit, zei Daan laatst. Dat geld in wezen de drijfveer is, vinden sommige mensen genant. Nu kunnen ze erbij zeggen dat ze zich tevens onprettig voelen bij het politieke klimaat.

Daar kan ik inkomen. Nooit eerder stond ik zo ver af van het gevoel van verbondenheid met de Verenigde Staten, dat ik de afgelopen veertig jaar in meer of mindere mate omarmde. Als jong kind deed ik stoer over mijn Amerikaanse staatsburgerschap. Iedereen op het schoolplein vond het cool, een paspoort uit het land van spectaculair speelgoed, films die hier pas acht maanden later uitkwamen en lekker vies eten.

Op mijn 14de verhuisde mijn vader naar New York. Door zijn emigratie ging ik steeds meer tijd doorbrengen in mijn geboorteland. Ik leerde de taal nagenoeg vloeiend spreken en The New York Times lezen, maakte Amerikaanse vrienden opgegroeid in Michigan, Missouri of Ohio en deed vakantiebaantjes in een ziekenhuis waardoor mijn Amerikaanse sofinummer in werking trad. Daar kreeg ik dan post van, zoals elke Amerikaan. Zo leerde ik het land en zijn bewoners steeds beter kennen. Ik ging er wel van houden.

Dat is nog zo. Ik vind Amerikanen leuk. Als je mij vraagt hun positieve kanten in een paar generaliserende termen te omschrijven, zou ik zeggen: vindingrijk, veerkrachtig, geestig, vriendelijk, behoorlijk in staat hun gedachten onder woorden te brengen en ook dat laatste niet alleen langs de twee kustlijnen. Luister maar eens naar een paar afleveringen van This American Life, On the Media, Wait wait don't tell me of een ander radioprogramma of podcastje waarin veel 'gewone' Amerikanen coherent iets vertellen. Slechts af en toe komen de mooie verhalen uit New York of San Francisco.

Toen ik in 2007 voor een paar jaar naar Amerika verhuisde, maakte ik graag gebruik van het welcome home, dear-idee van die Texaanse douanier. Obama werd president en ik wilde maar wat graag horen bij de beweging die dat mogelijk maakte. Ik dacht dat deze superintelligente, integere, waardige man, fucking sexy ook nog trouwens, het land definitief op een pad van sociale vooruitgang zou kunnen zetten, weg van het aartsconservatisme en de leugenachtige trickle down-nonsens van de Republikeinen.

De hoop daarop is weg sinds Trump het Witte Huis heeft, hoewel Hillary Clinton drie miljoen stemmen meer kreeg. Zijn historisch lage populariteitspercentage van rond de 38 procent biedt nauwelijks geruststelling. 'Slechts' 38 procent van de Amerikanen vindt het blijkbaar een goed idee dat de klimaatcrisis van de agenda verdwijnt, het recht op abortus wankelt en zo veel mogelijk buitenlanders toegang geweigerd wordt, ongeacht gevaren in hun eigen land. Noem mij een pessimist, maar ik vind dit een aanzienlijk tussenrapportcijfer. In het Trumpiaans: 'Het is bijna de helft.'

Een dag voor de herverkiezing van George W. Bush zei een ex-vriendin van mijn vader met wie ik bevriend ben gebleven: 'Never underestimate the stupidity of the American people.' Daar kreeg ze 24 uur later gelijk in. Maar terugkijkend met Trump in gedachten vind ik het Bush-tijdperk van een andere orde. Natuurlijk, hij handelde als een typische Republikein door voornamelijk in de weer te zijn voor rijke Amerikanen en hij begon onder valse voorwendselen een oorlog waarvan de ellende voorlopig nog niet is uit geëchood.

Toch denk ik dat Bush het idee had dat hij iets goeds deed. Trump beroept zich ook al twee jaar op landverbeterende intenties, maar bij hem komt het echt alleen maar voort uit zelfverheerlijking. Het is zo openlijk vals. Trump, zijn entourage van familieleden, zijn 'confederacy of the frustrated' en de 'Society for Protection of Spineless Conservative Politicians', zoals New Yorker-columnist John Cassidy respectievelijk Trump-fans en het leiderschap van de Republikeinse partij noemt: ze willen alles te gronde richten wat Obama heeft bereikt.

Voor Trump geldt bovendien dat hij dat niet eens zozeer wil omdat hij het oneens is met zijn voorganger. Dat kan ook niet, want hij heeft geen idee waarover het allemaal gaat. Hij wil de erfenis van Obama kapotmaken, tot het verbod op de verkoop van plastic waterflessen in nationale parken aan toe, omdat het Obama is, een zwarte man die grappen over hem maakte tijdens een correspondent's diner. Zo ziek en kleinzielig was Bush niet. Nixon niet eens. Niemand verdient Trump als president, ook de Amerikanen niet die op hem hebben gestemd.

Is hij een reden om mijn paspoort in te leveren? Vaak wil ik het echt graag, vooral als hij weer iets kakelt over de bescherming van de grenzen. Een paar maanden geleden ging ik voor een documentaire mensen interviewen over het dagelijks leven in Eagle Pass, een Texaans stadje op de grens met Mexico. Een Mexicaans receptioniste in het hotel vertelde dat ze haar zus, die aan de overkant woont, een half uurtje lopen, bijna nooit meer opzoekt omdat het sinds de inauguratie van Trump uren duurt om terug te komen. Tijd voor al dat aanschuiven en vernederende vragen beantwoorden bij de douane heeft ze niet, met drie kinderen en een fulltimebaan. Welcome home, dear. En ik mag er alleen uit tegen betaling van een paar duizend dollar spaargeld.

Toch ga ik mijn paspoort behouden. Als ik het staatsburgerschap opgeef, krijg ik het nooit meer terug. Amerika is het land dat me bij mijn vader, zijn vrouw en mijn jongste broertje houdt. Het begin van mijn leven ligt er en het begin van de toekomst, want mijn liefje ontmoette ik in New York en onze dochter is er verwekt. De waarde mag symbolisch zijn, het draagt wel bij aan een geografisch kompas. Dat zou ik allemaal loslaten om een autocraat-wannabe als Trump?

Hem doe ik natuurlijk een plezier als ik me laat uitschrijven. Ik heb geen goudkleurig haar tot aan een wespentaille, geen neptieten en ik bloed weleens uit mijn where ever. Hij ziet me vast graag gaan. Maar ik blijf nog even. Ik laat me niet wegpesten met Donald - of geld - als argument. Hij moet zelf weg. In de Verenigde Staten mag ik tenminste stemmen. En elke stem is er een.

Els Quaegebeur is journalist en schrijver. Ze publiceerde o.a. de verhalenbundel Bij Starbucks heet ik Amy en de roman Woodstock.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden